De mens in bedrijf

ER IS vast niemand op het idee gekomen om hem als deskundige op te roepen, maar de man op de foto bij dit verhaal had het spektakel van de bouwfraude-enquête aanzienlijk kunnen verlevendigen....

Hij geldt als de vader aller managementgoeroes, maar hij is veel meer dan dat. Hij is een van de zeer weinige denkers in een wereld waar procestechneuten, helaas, de dienst uitmaken. Aan de techniek van het ondernemen heeft hij cruciale bijdragen geleverd. Maar bovenal wijst hij managers al zo'n zestig jaar lang op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en probeert hij de publieke sector actief voor managers te interesseren.

Peter Drucker had veel kunnen vertellen over de onverschilligheid waarmee de betrokkenen tegen de wantoestanden in de Nederlandse bouwwereld aankeken (de enquêtecommissie: 'Velen wisten ervan, maar niemand wilde het weten') - en over de mogelijk rampzalige gevolgen daarvan. Het zou enige voeten in de aarde hebben gehad, want reizen doet Drucker niet meer: hij is 93. Maar het had gekund, via de satellietverbindingen waarmee hij vanuit zijn huis in Claremont, Californië, nog altijd onderwijs geeft aan managers en studenten over de gehele wereld.

Nu de maatschappij de rekening gepresenteerd krijgt van de fabel dat bedrijven en pensioenbeleggingen eeuwig kunnen blijven groeien, is het hoog tijd om zijn werk weer eens onder de aandacht te brengen.

Biograaf Jack Beatty begint The World According to Peter Drucker met de eerste herinnering van zijn hoofdpersoon. Thuis in Wenen op de wc ving de kleine Peter toevallig een gesprek op in de studeerkamer van zijn vader, een hoge ambtenaar in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije. Via de verwarmingsbuizen hoorde hij: 'Dit is het einde, niet alleen van Oostenrijk, maar van de beschaving.' Het was augustus 1914 .

Voor een jongetje van nog geen vijf had Drucker op dat moment al een ongebruikelijk rijke hoeveelheid geestelijke bagage meegekregen. Zijn ouders behoorden tot de verlichte Weense elite die tevergeefs probeerde het eeuwenoude keizerrijk de twintigste eeuw binnen te loodsen. Sigmund Freud kwam er vaak over de vloer, en Thomas Mann las de kleine Peter eens voor uit een van zijn romans (en wist hem stierlijk te vervelen, zoals Drucker later graag vertelde).

Aan de hooggestemde conversaties in het ouderlijk huis dankte Drucker, behalve een schat aan terloops opgedane kennis en inzichten, 'the style of casual sophistication', zoals Beatty het noemt, die zijn latere schrijfwerk zou kenmerken. 'Geleerdheid is de vreugde van zijn geest, een geschenk om met zijn lezers te delen, geen vrijbrief voor pompeusheid', schrijft Beatty, zelf een kundig beoefenaar van de stijl die hij Drucker toedicht. Peters ouders maakten van hun zoon 'een intellectueel, geen academicus'.

Opgevoed volgens verlaten uitgangspunten, opgegroeid in een verdwenen keizerrijk, meegesleurd en weer uitgespuugd door de maalstroom die de laatste resten van het oude Europa voorgoed zou verzwelgen, werd Drucker een typisch onthecht interbellumkind. Na de oorlog ontvluchtte hij Wenen, benauwd door de hang naar het glorieuze verleden. 'Ik was omringd door gedoofde vulkanen', zei hij aan Beatty.

Tot verdriet van zijn ouders ging Peter niet naar de universiteit maar aan het werk, in Duitsland. Eerst als klerk bij een handelsfirma in Hamburg, later als beurshandelaar en als journalist in Frankfurt. In de avonduren las hij alles wat los- en vastzat.

Hij zag een uitvoering van Falstaff en kwam erachter dat Verdi deze opera had geschreven toen hij tachtig jaar oud was. Dat maakte grote indruk op Drucker; hij nam zich voor in dezelfde geest te leven als de componist.

In Frankfurt ging hij alsnog studeren: rechten en statistiek. De vroegwijze Drucker heeft nooit veel opgehad met het academische wereldje, maar één Frankfurtse docent, nota bene in maritiem recht, had een beslissende invloed op zijn denken. Hij presenteerde zijn colleges als een caleidoscopisch doorkijkje op de geschiedenis, de maatschappij en economie van het Westen.

Het was 'de meest algemene scholing die ik ooit heb gehad', vertelde Drucker aan Beatty. Later stonden deze colleges model voor zijn onderricht aan managers. Drucker heeft management nooit benaderd als een specialisme, maar als 'een integrerende leer van menselijke waarden en gedrag, van sociale ordening en intellectueel onderzoek'. In zijn ogen is management een 'liberal art', een geesteswetenschap.

Kort na de machtsgreep van de nazi's week hij uit naar Londen. Maar ook de Britten teerden hem te veel op hun historie. Drucker wilde 'de toekomst oplossen', zoals hij het noemde. In 1937 verhuisde hij wederom, dit keer voorgoed, naar de Verenigde Staten. Hij had afspraken met grote Britse kranten, maar vond zichzelf geen correspondent: 'Ik kwam als een schrijver.'

En schrijven deed hij: tussen 1937 en 1950 alleen al vier boeken die de grondslag vormden voor zijn wereldfaam. De eerste twee, The End of Economic Man uit 1939 en The Future of Industrial Man uit 1942, hadden Drucker beroemd gemaakt onder Amerikaanse politicologen. Zij boden hem prestigieuze academische functies aan, die hij allemaal afsloeg. Hij wilde iets anders.

In Engeland had hij college gelopen bij John Maynard Keynes in Cambridge. Daar was het tot Drucker doorgedrongen dat 'Keynes en al die briljante economiestudenten waren geïnteresseerd in het gedrag van goederen terwijl mijn aandacht uitging naar het gedrag van mensen'.

In 1943 werd hij gebeld door General Motors. De autofabrikant vroeg hem te helpen bij de formulering van een naoorlogse strategie. Laat je in met het slijk der aarde, waarschuwde een van Druckers academische vrienden, en je verspeelt voorgoed je wetenschappelijke prestige. 'Hij had absoluut gelijk', vond Drucker - en nam de opdracht met beide handen aan.

Het resultaat, The Concept of a Corporation, introduceerde een begrip waarop managers nog steeds niet zijn uitgestudeerd: decentralisatie. Maar verder was het, zoals Beatty schrijft, 'een boek over het bedrijfsleven zoals Moby Dick een boek is over de walvisvaart'.

Drucker signaleerde een diepe kloof tussen management en werkvloer. Hij adviseerde GM de arbeiders aan de lopende band nauw te betrekken bij de organisatie van hun werk en hun bovenal de garantie te geven dat zij altijd een vast percentage van hun loon uitbetaald zouden krijgen - ook wanneer zij in tijden van tegenspoed werkloos thuis zaten.

Dat viel in verkeerde aarde. The Concept of a Corporation verscheen in november 1945, net toen de autovakbond UAW een grote staking had uitgeroepen. GM, dat op V-Day twee miljard dollar aan militaire opdrachten was kwijtgeraakt, was not amused. Het trotseerde de staking gedurende 113 dagen, zonder één eis in te willigen. Daarmee werd het wederzijdse wantrouwen tussen hand- en hoofdarbeiders voor tientallen jaren gevestigd. Drucker, met zijn gevaarlijke 'bolsjewistische' ideeën, werd door GM tot persona non grata verklaard. Managers die met The Concept werden betrapt, kregen te horen: 'U kunt beter voor meneer Ford gaan werken.'

Pas dertig jaar later kreeg Drucker alsnog gelijk. In het overwonnen Japan was zijn boodschap wél verstaan. Daar kregen fabrieksarbeiders, na jaren van hevige en vaak gewelddadige stakingen, inspraak in het werk en een levenslange garantie op een betaalde baan.

Het resultaat was zoals Drucker had voorspeld: superieure producten. Toen de Japanse autofabrikanten vanaf de jaren zeventig de Amerikaanse markt veroverden, kon GM niet terugvallen op werknemers die decennialang als hinderlijke kostenposten waren behandeld. Zij hadden hun werk leren haten, en dat kwam tot uitdrukking in de ondermaatse kwaliteit van de GM-auto's. Tot op de dag van vandaag worstelt het concern met deze erfenis.

Nadat GM hem de deur had gewezen, stortte Drucker zich op de processen in het bedrijfsleven. De vele boeken die hij daarover schreef, worden nog steeds als een soort bijbels beschouwd. Maar, schrijft Beatty, 'Drucker verloor zijn sociaal idealisme nooit uit het oog'. Gemakzuchtige opvattingen als: geef de markt de vrije hand en de samenleving plukt vanzelf de vruchten, zijn aan hem niet besteed.

Een citaat uit The Practice of Management (1954): 'Een maatschappij die is gebaseerd op het vertrouwen dat private wandaden publieke voordelen opleveren, kan geen stand houden, hoe ongenaakbaar ook zijn logica, hoe groot die voordelen ook zijn.'

Zijn leven lang al verzet Drucker zich hevig tegen de massa-ontslagen waarmee Amerikaanse bedrijven plegen te reageren op een recessie, ook nu weer. Dat managers worden beloond voor zulke ontslagrondes, beschouwt hij als een vloek. Drucker is bepaald geen bolsjewiek, maar een overtuigd aanhanger van het kapitalisme. Hij blijft zijn kapitalistische vrienden echter voortdurend wijzen op hun feilen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Zelf geeft hij het goede voorbeeld. Hij werkt hij al sinds jaar en dag een vast gedeelte van zijn tijd gratis voor organisaties die zijn adviestarieven van zes- tot achtduizend dollar per dag niet kunnen betalen. Zo nam het Amerikaanse equivalent van onze Hartstichting de eigen organisatie op aanraden van de oude goeroe volledig op de schop.

Te midden van falende markten en terugtredende overheden ziet Drucker een gouden toekomst weggelegd voor vrijwilligersorganisaties. Hij heeft er al veel over gepubliceerd en ook de aanzet gegeven tot de Peter F. Drucker Foundation for Non-Profit Management. Die stelt vrijwilligers over de gehele wereld in staat betere resultaten te boeken met hun belangeloze inzet.

Zelfs Peter Drucker zal een keer sterven, al is hij dat nog lang niet van plan. Als dat gebeurt, heeft hij in ieder geval bereikt wat de beroemde econoom Joseph Schumpeter hem ooit op het hart drukte: 'Het is niet genoeg om te worden herinnerd vanwege boeken en theorieën. Je drukt pas echt je stempel wanneer je een stempel drukt op het leven van andere mensen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden