De mens als enig onderwerp

In de portretten van Maarten Corbijn zul je toeval niet aantreffen. Want de werkelijkheid is voor hem iets waar je geen genoegen mee moet nemen....

Als de schrijfster Connie Palmen straks Zomergasten presenteert op tv, dan heeft ze met haar gesprekken een bijzonder oogmerk: ze wil er een geschenk van maken. Niet eens zozeer voor ons, de kijkers, maar vooral voor haar gesprekspartners. Ze wil hen inzicht geven, door hen vragen te stellen waar ze zelf nooit aan gedacht zouden hebben. Want inzicht is het mooiste wat je iemand kan geven. Tenminste, zo vertelde Palmen het in de interviews die ze gaf nadat haar zomerbetrekking bekend werd.

Het interview als geschenk aan de geïnterviewde - het is een taakopvatting die een professioneel journalist niet snel zou bedenken. De journalist wil onthullen, aan de tand voelen, uitspraken ontlokken die de geïnterviewde helemaal niet van plan was te doen. En of de uitkomst van die ondervragingen nu wel of niet als een geschenk wordt opgevat, zal hem doorgaans een zorg zijn. Hij houdt zijn interview in de eerste plaats voor de kijker of lezer. Voor fotojournalisten geldt hetzelfde. Hun beelden zijn bedoeld om verslag te doen en niet om te behagen.

Palmen maakte haar opvattingen wereldkundig in dezelfde week dat de tentoonstelling met foto's van Maarten Corbijn opende. Het aardige is dat de uitspraken van Palmen op het werk van Corbijn van toepassing zijn. Ook de foto's van Maarten Corbijn zijn een geschenk aan de geportretteerde. Die ziet zich terug zoals hij zich nog nooit zag, maar was zich er bij het maken van de foto's waarschijnlijk helemaal niet van bewust dat hij op dat moment zo'n bijzondere aanblik bood.

Anders dan Palmen is Corbijn wel degelijk journalist. Zijn foto's worden doorgaans in opdracht gemaakt, diverse media zijn opdrachtgever. Lezers van de Volkskrant hebben een aantal van de foto's op de expositie eerder in hun krant kunnen zien. Al een jaar of vijftien behoort Maarten Corbijn tot de kring van vaste portretfotografen van de krant. Maar mag je daarom zijn werk ook als journalistiek beschouwen?

De wereld is in kleur, de mensen zijn dat ook. Maar niet als Maarten Corbijn naar hen kijkt. Zwartwit ziet hij. Enerzijds diepe, donkere plekken, waaruit alle licht is weggezogen. Anderzijds zijn er helle, haast witte vlakken. Al het grijs daartussen kiest voor één van beide uitersten, het neigt naar licht of duisternis.

Bekijk zijn foto's maar eens tussen de oogharen, zonder op de figuren te letten. Dan zie je dat die lichte en donkere vlakken een geometrische vorm aannemen. Zwart, wit en grijs zijn strikt geordend, en vaak volgens een eenvoudig beginsel: dat van de symmetrie. De ogen in het centrum van het beeld, aan weerszijden van de denkbeeldige middenlijn. Armen en handen doorbreken dat evenwicht en geven een accent. De foto's van Maarten Corbijn zijn klassiek. Het zijn composities van licht en donker, zoals ze werden gemaakt in het begin van de vorige eeuw, toen fotografen nog zonder schroom aan de schilderkunst refereerden. Soms verwijst Corbijn expliciet naar dat verleden. Zo is de foto van het weglopende zigeunertrio Rosenberg een directe verwijzing naar een vergelijkbare foto van Eva Besnyö, al waren haar zigeuners een stuk jonger. In andere foto's zie je in de enscenering bijbelse motieven terugkeren: piëta, kruisiging, madonna.

De compositie is middel, geen doel. Het enige onderwerp van Maarten Corbijn is de mens, om precies te zijn de geregisseerde mens. Voor landschappen, abstracten of stillevens heeft hij nooit belangstelling gehad. Er zijn fotografen die met hun camera over straat schuimen, wachtend op dat ene beslissende moment waarin alles zou samenkomen. Corbijn is hun tegenvoeter. Toeval zul je in zijn foto's niet aantreffen. De werkelijkheid is voor hem iets waar je geen genoegen mee moet nemen.

Misschien moet je het nog anders zeggen. De fotograaf maakt namelijk wel degelijk gebruik van het toeval. Hij steekt het de helpende hand toe, en laat het zo voor zich werken. In de jaren dat hij voor de krant fotografeert heb ik dat meermalen van nabij mogen meemaken. Zo verkeerde hij eens in Los Angeles een aantal dagen in het gezelschap van de Amerikaanse regisseur Peter Sellars. Op allerlei manieren had hij hem gefotografeerd, liggend in een park, lopend, van heel dichtbij. Maar dé foto moest nog gemaakt worden. Pak nu eens die marionetten en houd de touwtjes in je handen, zei Corbijn op een stille ochtend. Sellars deed wat hem werd opgedragen en ging er bij zitten. Goh, zei de fotograaf: als ik je handen zo zie, lijkt het alsof je vroeger kinderverlamming hebt gehad. Klopt dat? Pijnlijke vraag. Maar het werkte perfect. De verbouwereerde uitdrukking die het gezicht van Sellars op dat moment aannam, werd vastgelegd. Samen met de poppen in zijn schoot. Klaar.

Maarten Corbijn is de regisseur. Hij scheurt de geportretteerden los van de wereld van alledag en ontvoert hen naar zijn eigen universum. Met aanwijzingen of opmerkingen verstoort hij hun evenwicht. En dan, als ze zich even onzeker voelen, of juist enorm op hun gemak, slaat hij toe, vriendelijk maar trefzeker. Twintig, dertig keer afdrukken is doorgaans voldoende.

Regie en toeval werken daarbij samen. Tijdens de ontmoeting met de geportretteerde heeft de fotograaf de touwtjes in handen. Maar hoe de ander op zijn onverwachte aanwijzingen reageert, laat zich niet voorspellen. Zal fractieleider Melkert gewillig zijn als de fotograaf hem vraagt of hij in dat hoge raam wil gaan zitten - 'ík zoek wel even een trapje'. Wat vindt Joop van den Ende ervan als de fotograaf hem onverwacht een herentoilet insleurt? Wordt Ilse Delange boos wanneer ze als een jonge weduwe devoot in de vlam van een kaarsje moet staren?

Al is Maarten Corbijn al jaren huisfotograaf, toch verwarde de Volkskrant hem vorige week met zijn wereldberoemde broer. 'U2 en Corbino. Topfoto's op hoezen van mooie platen', schreef de krant wervend op de voorpagina. Maar het is Anton Corbijn die al vele jaren de hoffotograaf is van U2 (en van tal van andere wereldsterren). Maarten noemt zich, juist om zich van zijn oudere broer te onderscheiden, Corb!no - inderdaad met een ! in plaats van de i.

De fotografische verwantschap tussen beide broers is overigens groot. Het zwartwit met hevige contrasten vind je bij beide Corbijns. Ook in de benadering van hun onderwerp zijn ze verwanten. Popsterren worden doorgaans vastgelegd als vluchtige ikonen, altijd op zoek naar de eeuwige jeugd en maximale bewondering. Anton Corbijn verleende hen waardigheid, en gaf hen een diepte die voordien niet zichtbaar was. Hij maakt van Johnny Cash een profeet, van Nick Cave een dichter en van Captain Beefheart een heilige der laatste dagen.

In de portretten van Maarten Corbijn vind je eenzelfde waardigheid. De geportretteerde lijkt iets van zijn innerlijk bloot te geven. En doorgaans iets wat we niet van hem wisten. Veel van de gefotografeerden hebben een voorkomen dat ons vertrouwd is. Het zijn zangers, cabaretiers, chansonnières, acteurs die we kennen van televisie of theater. Je bent gewend hen te zien als glamourachtige verschijningen, gunstig uitgelicht, geschminkt, beetje behaagziek misschien, vluchtig.

Maar in deze foto's wordt iets uit hen opgediept waarvan je geen vermoeden had dat het er was. Marco Borsato een man die bereid is een deel van het lijden van de mensheid op zich te nemen? Misha Mengelberg een bad guy die ten onrechte door Hollywood over het hoofd is gezien? Het viertal van N.U.H.R. een gezelschap jongliberale filosofen dat elke avond de zijnsvragen doordenkt? Herman Wijffels een ziener die tegelijk boos en hevig verbaasd kan kijken? We dachten hen te kennen, maar zoals Maarten Corbijn hen fotografeerde, zijn ze weer als nieuw voor ons.

Precies dat maakt Maarten Corbijn tot niet alleen fotograaf, maar ook fotojournalist. Het geschenk dat hij opdiept, is er immers niet alleen voor de geportretteerden. Zijn foto's vormen een aanvulling op wat we al meenden te weten. En, zoals alle goede journalistiek, provoceren die foto's tot vragen. Is Borsato echt zo kwetsbaar? Blijft Frank Haks eeuwig deugniet?

Toch is het hoogtepunt van de expositie meteen ook het enige portret dat strikt privé is. In 2001 maakte hij een foto van zijn vader, Anton Corbijn sr. De oude Corbijn, met net zo'n lang lijf als zijn zoon, is naakt. Hij zit voorovergebogen op een stoel, de benen over elkaar geslagen. Zijn blik is peinzend, in zichzelf gekeerd. Hij is zichzelf, met zijn tanige lichaam, met de plooien in zijn buik, met de trouwring om zijn vinger. En hij heeft daar vrede mee. Het laatste restje behaagzucht is verdwenen. Maar meer nog dan dat vertelt de foto het verhaal van de band tussen vader en zoon, van het vertrouwen dat de vader zijn zoon durft te schenken, en van de overgave die daarvan het gevolg is.

Fotografie is een vorm van contact, daarvan getuigen al deze portretten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden