De meisjes van Shatila

Shatila is geen wijk als alle andere in Beiroet. Het Palestijnse vluchtelingenkamp is overvol en de omstandigheden zijn er beroerd. Maar de meisjes blokken er voor een beter bestaan.

Voor buitenstaanders zijn geografische namen soms onlosmakelijk verbonden met één gebeurtenis, één moment in de geschiedenis. Waterloo. Sharpeville. Dallas. Het kan om een heroïsche daad gaan of - vaker - een schandvlek.


Shatila is zo'n naam. Helft van de tweeling 'Sabra en Shatila', de naburige Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon waar van 16 tot 18 september 1982 op een vreselijke manier werd huisgehouden door christelijke milities. Tussen 700 en 3.500 mensen kwamen om het leven. De onlangs overleden Israëlische minister van Defensie Ariel Sharon liet het allemaal gebeuren.


Maar Shatila is veel meer dan dat. Het is vooral een plek waar ruim 10 duizend Palestijnen hun dagen slijten, heel gewoon - of misschien wel ongewoon. Dat blijkt mooi uit de reportage die de Vlaamse fotografe Marika Dee er kort geleden maakte.


Het woord 'kamp' suggereert tenten op een kaal, zanderig terrein, maar daar is geen sprake van. Shatila is een stadswijk met stenen huizen aan de rand van het centrum van Beiroet. Het woord kamp geeft aan dat de bewoners er sinds 1949 'tijdelijk' verblijven (al weet niemand hoeveel jaren of decennia dat nog zal duren), dat de wijk wordt beheerd door een VN-organisatie, Unrwa, en dat de bewoners een speciale (niet per se gunstige) status hebben.


Want een wijk als vele andere in de hoofdstad is deze zeker niet. Shatila is een van de dichtstbevolkte van de twaalf Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon. De voorzieningen zijn er beroerd. De hygiënische omstandigheden zijn 'uitzonderlijk slecht', meldt Unrwa. Veel woningen zijn vochtig en overvol, met open riolen. De afgelopen drie jaar werd de wijk nog eens anderhalf keer zo druk, door de Syrische Palestijnen die hun land ontvluchtten en er onderdak vonden.


Marika Dee bracht de meisjes van Shatila in beeld. Het trof haar dat vooral de meisjes iets van het leven proberen te maken. Veel meer dan de jongens, die maar wat op straat rondhangen. 'De meisjes studeren echt hard', zegt ze. 'Ze stoppen heel veel tijd in hun studie.' School geeft ook vrijheid: een geldige reden om naar buiten te gaan.


Maar vooral is de studie voor hen een ontsnappingsroute: weg uit Shatila, ooit. Hoge cijfers halen, daarmee een beurs veroveren, een studie in Canada, Europa of de Verenigde Staten en vervolgens ook een baan in het buitenland. Dat is het droomscenario. Lang niet allemaal lukt het ze, maar er zingen in Shatila voldoende succesverhalen rond om voor de anderen de ambitie levend te houden.


Arts willen ze worden, ingenieur, journalist. Sommigen leggen de intellectuele lat iets lager en doen een opleiding voor stewardess. Hoe dan ook behoren alle professies tot de 72 beroepen die de Palestijnen in het o zo gastvrije Libanon niet mogen uitoefenen. Mannen zijn er arbeider of hebben een kruidenierszaakje, vrouwen zijn werkster.


De meisjes 'koesteren hun Palestijnse identiteit', zegt de fotografe, en blijven geloven in het recht op terugkeer naar het land van hun voorvaderen, in het huidige Israël. Maar dat is een ander soort droom. Eerst Canada.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden