De megahottie van Supertrash

Supertrash is een van de succesvollere Nederlandse modelabels. Eigenaar Olcay Gulsen is het perfecte uithangbord voor de sexy en commerciële kleren, schoenen en accessoires....

Het zou u ontgaan kunnen zijn dat Supertrash een van succesvollere Nederlandse modemerken is, met naar eigen zeggen zestienhonderd verkooppunten over de hele wereld, waarvan vijfhonderd in Nederland, plus nog eens vijf eigen winkels en drie shop-in-shops in de Bijenkorf. Dat oprichter en eigenaar Olcay Gulsen (30) dit voorjaar de Amsterdam Business Award kreeg. En dat ze sinds een jaar een relatie heeft met voetballer Edgar Davids.

Maar wat u onmogelijk kan hebben gemist is de Dutch Dress, het sexy one size fits all-jurkje dat tijdens het WK Voetbal in Zuid-Afrika voor zoveel opschudding zorgde.

Tweehonderdduizend jurkjes werden er verkocht bij een ten-pack Bavaria. Het jurkje is inmiddels opgenomen in de collectie van het Amsterdams Historisch Museum.

De Dutch Dress werd verspreid door Bavaria, maar ontworpen door Supertrash. ‘Bavaria kwam met het idee naar ons toe om tijdens het WK iets voor vrouwen te doen’, zegt Gulsen. ‘Wij hebben bedacht een jurkje te maken: bereikbaar, vrouwelijk en sexy. Maar dat het zó’n succes zou worden, had ik nooit verwacht. Deze zomer was ik te gast bij de uitreiking van de Koning Willem I-prijs, de meest prestigieuze zakenprijs, en toen kwam Willem Alexander naar me toe: ‘Jezus, wat een supertoffe actie met Bavaria.’ Dan staat de wereld wel even stil, hoor. Dan kun je even echt heel trots zijn op wat je hebt gedaan.’

Er bestaat geen beter uithangbord voor de jonge, supervrouwelijke, uitdagende, schaamteloos commerciële kleren, schoenen en accessoires van Supertrash dan Gulsen zelf: tenger, tot in de puntjes verzorgd, met een brede mond die haar knappe gezicht iets brutaals geeft. Al draagt de ‘curiously charming powerhouse’ (haar eigen site) op deze warme dag een witte blouse met opvallende glitterknopen die niet uit de eigen collectie komt – het merk zegt ze zich niet te herinneren – en pumps van Christian Louboutin met plateauzolen en hakken van 15 centimeter hoog. Aan haar ene pols heeft ze een armband van Chanel, aan de andere een Rolex. Alleen de korte jeansshort is van eigen makelij.

Supertrash is, zoals het modemerk zelf steevast trots vermeldt ‘born in L.A.’, maar houdt kantoor op een bedrijventerrein in Amsterdam Zuid-Oost. In het van binnen donkerbruin en glanzend wit gehouden pand werken 39 mensen, bijna allemaal heel jonge vrouwen.

Gulsen kwam een paar dagen geleden terug van een zakenreis naar New York en Los Angeles. Meteen daarna moest ze een weekend lang op pad met een groep internationale agenten die naar Amsterdam was gevlogen om haar nieuwe collectie te bekijken.

‘Als ik in New York ben, sta ik om 5 uur op, en dan werk ik eerst mee met Amsterdam: honderdvijftig mails beantwoorden en iedereen bellen’, zegt ze. ‘En als het in Nederland 5 uur is, begin ik in New York. Ik besef dat ik misschien een beetje ben doorgeslagen, dat ik verslaafd ben geraakt aan werk – ik zie mijn vriend maar een paar dagen per maand. Maar je moet ook wel, als je echt iets wilt.

‘Ik ben bezig met een eigen stichting, Jay4chance, waarmee ik jonge ondernemers wil helpen. Die mensen hebben allemaal leuke plannen, maar het ontbreekt ze vaak aan daadkracht. Je kunt niet ook nog naar de kroeg gaan.’

Zijzelf had die daadkracht al jong – al was het maar om nooit te te hoeven worden bekeken als ‘dat kansloze meisje uit dat achterstandsgezin’.

Olcay Gulsen groeide op in Waalwijk. Haar ouders zijn neef en nicht; Koerdische Turken die als kind met hun ouders naar Nederland kwamen. Haar vader was, zegt Gulsen, schizofreen, verslaafd aan heroïne en alcohol, en gewelddadig tegen zijn hele gezin. Toen ze 15 was, werd hij gedwongen opgenomen. ‘Daar had ik een dubbel gevoel over, want je houdt toch van je vader.’ Ze ziet hem nog zelden. ‘Hij weet nog net dat ik zijn kind ben, maar het is moeilijk een gesprek met hem te voeren. Hij is echt ziek. Hij denkt dat-ie Jezus is.’

Haar jeugd heeft haar niet alleen een enorme bewijsdrang gegeven, hij heeft haar ook sterker gemaakt, zegt ze. ‘Ik heb al jong geleerd de knop om te draaien en verder te gaan. Ik deed of alles normaal was, ging naar vriendinnetjes om mijn huiswerk te maken. Ik weet ook helemaal niet zoveel meer van vroeger, veel dingen heb ik weggestopt. Vergeleken met andere ondernemers maak ik me minder druk over dingen die je toch niet kunt veranderen, details als ziekteverzuim. Ik kijk liever naar de grote lijn.’

Haar eerste bedrijf, 2stepzahead, dat aanvankelijk werving en selectie deed voor confectiebedrijven, begon ze op haar 21ste, nadat ze de hbo-opleiding personeel en arbeid had afgerond. ‘Ik wilde graag iets in de mode doen.’ Door te bluffen wist ze contact te leggen met mensen als Ronald Kahn, de oprichter en eigenaar van CoolCat. ‘Ik zei gewoon tegen de telefoniste dat hij had gevraagd hem terug te bellen. Hem vertelde ik dan meteen dat ik had gedaan alsof ik hem kende. Die mensen vinden dat leuk. Maar ik zorgde wel ik al van alles over zo iemand had opgezocht. Van Kahn wist ik bijvoorbeeld dat hij een salesmanager zocht, dat had ik zien staan op de site van een ander werving- en selectiebureau. Ik vroeg aan hem: ‘Wat voor iemand zoek je, wat vind je belangrijk?’ Als je gewoon vraagt, krijg je zó veel informatie. En vervolgens belde ik een ander bedrijf en vroeg naar degene die dat soort werk deed. ‘Wil je misschien een nieuwe job?’ Ze lacht: ‘Behoorlijk brutaal, hé?’

Van het geld dat ze daarmee verdiende kon ze haar bedrijfje, dat ze in het begin runde vanuit het huis van haar moeder, uitbreiden. In Zoetermeer huurde ze een bedrijfsruimte en ze werd agent voor het denimmodemerk Yo! Japan. ‘Met een rekje kleren ben ik langs alle winkeliers in Nederland gereden. Binnen een jaar hing het in tachtig winkels.’ Voor het street wear-label Criminal, dat ze zelf importeerde, vond ze 250 klanten. Een geboren verkoper? ‘Ik kon het wel, maar ik vond het niet echt leuk. Ik leefde te veel mee met die winkeliers, ik vond het zielig als ze een te grote order plaatsten.’

Terwijl de meeste van haar vrienden studeerden, had Gulsen twee man personeel in dienst en verdiende ze een aardig inkomen. ‘Daar wen je snel aan. Maar ik heb lang heel braaf geleefd en alles in het bedrijf gestopt. Ik ben wat dat betreft nuchter en Brabants: ik geloof niet in groeien met geleend geld. Ik ben pas naar de bank gegaan toen we 250 verkooppunten hadden in Nederland en we de productie niet meer zelf konden financieren. Ik heb nu ook echt een algemeen directeur nodig, maar eigenlijk vind ik dat zonde van het geld.’

Pas de laatste tijd, zegt ze, geeft ze wat meer uit aan zichzelf. Ze rijdt bijvoorbeeld in een Porsche Cayenne. ‘Dat komt doordat ik succes heb. Dan kom je vanzelf in aanraking met mensen die ook succes hebben en worden zulke dingen normaal. Maar ik zorg ook goed voor de mensen om me heen, voor al mijn vrienden en mijn familie.’

Supertrash, zegt Gulsen, kwam op haar pad toen ze ruim zeven jaar geleden de New York Fashion Week bezocht, op zoek naar een jeansmerk om te importeren. ‘Op een afterparty kwam ik een vrouw uit Los Angeles tegen, Ava Riley, met wie ik meteen een klik had. Zij had het idee een betaalbaar merk op te zetten en dat populair te maken via It-girls (mediagenieke jonge vrouwen, MvR); zij kende er een heleboel, omdat ze met hen was opgegroeid. Ik zou proberen de kleren te verkopen in Europa.’

Maar Rileys ontwerpen – met glitterstenen versierde trainingspakken en spijkerbroeken – sloegen niet aan in Europa, en dus nam Gulsen een ontwerpster aan en maakten ze zelf een Supertrash-collectie. Vorig jaar kocht ze Riley uit.

Niet iedereen gelooft dat het zo is gegaan. Het Parool schreef begin dit jaar dat Gulsen het merk zelf heeft opgericht en de L.A.-connectie heeft verzonnen om het merk interessanter neer te zetten. Het moet gezegd: op internet is de naam Ava Riley alleen terug te te vinden in verhalen die afkomstig zijn Gulsen. ‘Dat is omdat ze nu een heel ander leven heeft’, zegt Gulsen. ‘Ze heeft twee kinderen en is vooral bezig is met hoeveel botox ze nodig heeft. In Nederland denken ze dat als iets goed gaat, er wel iets mis mee moet zijn.’

Hoe dan ook, het merk met de ironische naam wist zich al snel een plaats te verwerven bij Nederlandse boetiekeigenaren, voor wie het een goed middel is in de strijd tegen de grote, snelwerkende, ketens als Zara en Mango.

‘De meeste merken hebben twee of vier collecties per jaar, wij hebben vier collecties plus elke maand vijf of zes eyecatchers die inspelen op de laatste trends en die we snel kunnen laten produceren.’

‘Supertrash’, zegt Gulsen, ‘is een merk zonder pretenties. We zijn geen designers. We maken kleren waar vraag naar is, en die we zelf mooi vinden.’ In de kleren – dit najaar veel strakke, korte, gerimpelde stretchjurkjes, (imitatie)leren jasjes en trenchcoats met puntige schouderaccenten, (imitatie)leren leggings, leren shorts, brede ceintuurs en breisels met tijgermotief – zijn soms sporen terug te vinden van populaire catwalkmerken als Balmain en Burberry Prorsum. ‘Maar we stelen niks één op één’, zegt Gulsen. ‘Bovendien: iedereen kijkt naar elkaar. Ik heb gehoord dat ook grote huizen als Marc Jacobs met kleren van Zara naar de fabriek stappen en die dan laten namaken van betere stoffen.’

Gulsen heeft geleerd vooral niet te veel te willen. ‘Vier jaar geleden hadden we in Turkije superleuke leren leggings laten maken met stukken tricot erin, met bijpassende tops. En dan werd er gezegd: ‘Wat zijn dat voor sm-kleren?’ Mensen willen niet dat een commercieel merk te veel vooruit denkt. Ze willen herkenbaarheid.’

Het zijn vooral ‘de dingen eromheen’ die Supertrash bijzonder moeten maken. Zoals het eigen Engelstalige magazine, ook Supertrash geheten, met op elke editie Gulsen zelf als covermodel, vermomd als celebrity (in het laatste nummer speelt ze Victoria Beckham), en binnenin verhalen over grote internationale modemerken en modereportages met eigen kleding.

Twee keer showde Gulsen op de Amsterdam Fashion Week. Vooral de eerste show, in juli 2009, baarde opzien, al lag dat niet alleen aan de collectie. Gulsen had Janice Dickinson, het uit America’s Next Topmodel bekende ex-model laten overkomen om ‘die saaie Fashion Week een beetje op te peppen’. Dickinson gedroeg zich geheel naar haar diva-imago. ‘Ze maakte er echt een show van, al schaamde ik me wel een beetje toen ze op de afterparty over de vloer kroop met haar rokje omhoog.’ Aan de laatste editie van de Amsterdam Fashion Week, in juli dit jaar, deed Supertrash niet mee. ‘Het is te klein voor ons geworden; er waren zo veel klanten en vrienden die boos waren omdat er geen plaats was, dan schiet je je doel voorbij.’ Deze winter wil Gulsen iets groots gaan doen in de geest van de lingerieshows van het Amerikaanse Victoria’s Secret: ‘Ik ben daar een paar keer geweest. Drie-, vierduizend mensen in een zaal, goede artiesten, glamourmodellen. Echt kippenvel.’

Supertrash verkoopt 60 procent van de kleren, schoenen, tassen en sieraden in Nederlandse winkels. Met de 630 duizend kledingstukken die het merk dit jaar naar eigen zeggen gaat verkopen is de grens bereikt, zegt Gulsen: ‘We accepteren hier geen nieuwe winkels meer.’

De nadruk ligt nu op het buitenland: het Midden-Oosten, Japan, Europa en vooral op de Verenigde Staten, ‘een interessante markt, en het past erg bij mij; ik voel me er thuis’, zegt Gulsen. ‘Gelukkig weegt de succesfactor daar zwaar. Een meisje dat in 24 landen haar kleren verkoopt, vinden ze daar interessant.’

Dat haar vriend Edgar Davids daar lang niet zo beroemd is als hier, vindt ze een pluspunt. ‘Laatst liep ik in Amsterdam de sportschool uit, en toen hoorde ik iemand zeggen: ‘Daar is dat meisje dat met Edgar Davids omgaat.’ Ik zit er niet op te wachten om op die manier het onderwerp van gesprek te zijn. Daarvoor heb ik een te groot ego.’

Vorig jaar opende ze in New York een showroom en een verkoopkantoor, dat geleid wordt door haar jongere zus Dolshe. Ze is in onderhandeling om haar magazine in de Hudson-kiosken op Amerikaanse vliegvelden te krijgen, heeft in New York een pr-bureau in de arm genomen dat de naamsbekendheid van haar merk en van zichzelf moet vergroten, en sinds kort heeft ze een persoonlijke agent in Los Angeles.

Dankzij de inspanningen van haar pr-bureau werd ze geïnterviewd voor het celebrityprogramma Access Hollywood Live op NBC. De ‘mega hottie’, zoals ze op de site van het programma wordt genoemd, mag bovendien de show binnenkort eenmalig presenteren.

Met de mode van Supertrash gaat het er vooralsnog iets minder voorspoedig: het hangt pas in twintig Amerikaanse winkels, en in bescheiden aantallen. ‘In Nederland vinden de mensen onze kleren vaak behoorlijk uitbundig, maar voor de VS zijn ze vaak niet glamoureus genoeg, ze willen er nog extremere producten.’

Supertrash heeft net speciaal voor Amerika een schoenencollectie gelanceerd, met de extreem hoge hakken die vrouwen daar zo graag dragen. Als die schoenen aanslaan wil Gulsen ook een kledingcollectie laten ontwerpen die op de Amerikaanse smaak is afgestemd.

‘Het is, door de crisis en alle negativiteit die daaruit voortkomt, een moeilijk moment om het te proberen’, zegt ze. ‘Maar dat maakt het voor mij ook interessant. De lat ligt steeds hoger.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.