De Meeuw

Thomas Ostermeier roept bewondering, verveling en irritatie op met De Meeuw.

Theater


De Meeuw van Anton Tsjechov door Toneelgroep Amsterdam, regie Thomas Ostermeier.


In Stadsschouwburg Amsterdam, 16 juni. Daar t/m 23 juni. Tournee, tga.nl


'Wilt u me uw boeken sturen, maar dan wel met een opdracht. Schrijft u alleen niet 'zeer geachte', maar gewoon: 'Voor Masja, die niet weet waar ze vandaan komt, en waarvoor ze leeft op deze wereld'.'


Masja, altijd in het zwart gekleed omdat ze in de rouw is om haar leven, neemt afscheid van de gevierde schrijver Trigorin. Het is de mooiste scène in De Meeuw van Tsjechov , in regie van Thomas Ostermeier bij Toneelgroep Amsterdam. Mooi, omdat hij waarachtig is en omdat zowel Janni Goslinga (Masja) als Hans Kesting (Trigorin) hun rollen ook waarachtig en zonder ironie spelen. Dat doet Goslinga overigens de hele voorstelling door; het is zo'n bijrol die ineens betekenis krijgt en je doet beseffen dat je verder naar een wel erg wisselvallige voorstelling kijkt.


Ostermeier, in het dagelijks leven intendant van de Schaubühne am Lehniner Platz in Berlijn, is voor de tweede keer te gast bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij eerder Spoken van Henrik Ibsen regisseerde. Spannende voorstelling was dat toen, over een getroebleerde, bijna ziekelijke moeder-zoon-verhouding, een thema dat overigens in De Meeuw terugkomt. Want ook de scène waarin de moeder (Arkadina, Chris Nietvelt) haar zoon (Kostja, Eelco Smits) nieuw verband om zijn hoofd bindt, is mooi. En ook deze ongemakkelijke toenadering leidt tot een lijflijk en lijdzaam lijden, door beide acteurs met kleine details en finesse uitgevoerd.


In de ruim twee uur die deze voorstelling duurt, word je heen en weer geslingerd tussen bewondering, verveling en irritatie. Dat komt vooral doordat je er maar niet achter komt waarom Ostermeier überhaupt De Meeuw heeft gekozen, behalve dan om de reden dat hij nog nooit eerder een stuk van Tsjechov regisseerde. Wel heeft hij een paar geweldige Ibsen-regies op zijn naam staan (Hedda Gabler, Nora, een poppenhuis) die op een intelligente manier waren geactualiseerd, strak in de vorm en weergaloos gespeeld. Op Tsjechov lijkt hij vooralsnog minder grip te hebben, en daarom zwalkt alles heen en weer tussen inleving, ironie, parodie en commentaar. En zijn acteurs zwalken over het algemeen mee.


De Meeuw gaat zowel over de lamlendigheid van mensen die het geluk net niet binnen handbereik hebben als over de relatie tussen de gevierde actrice Arkadina en haar zoon Kostja. Moeder hangt de traditie aan, zoon wil met zijn toneelstukken het theater hervormen. Om hen heen zwermen haar minnaar Trigorin en het jonge meisje Nina, dat zo graag actrice wil worden en zich in alles spiegelt aan Arkadina. Dit gezelschap wordt gecompleteerd door typische Tsjechov -personages als de dokter, de onderwijzer, het muurbloempje en de oudere man.


Deze bonte verzameling ziet er in dit geval uit als een stel rondreizende kermisartiesten in sjofele kleding, gezeten op tuinstoelen, met als attributen een IKEA-tas en een plastic kinderbadje. Het toneelbeeld bestaat verder voornamelijk uit een speelvloer met turfmolm. In het oog springt een enorm witlinnen achterdoek dat vanaf de achterkant live beschilderd wordt met berglandschappen in donkere tinten, totdat alleen, heel symbolisch, dikke zwarte strepen overblijven. Cellomuziek, snoeiharde rock en The Doors vormen de soundscape. We zien een vette parodie op een absurdistische performance (Satan met een vuurwerkpiemel), een hartverscheurende afscheidsscène en zelfs een stukje deurenklucht.


Chris Nietvelt zet als egocentrische actrice en liefdeloze moeder meteen in op hysterie en heeft daarvoor diverse verschijningsvormen in huis. Af en toe is ze ook erg grappig, bijvoorbeeld als ze in bikini gaat fladderen. Mooi ingetogen is Eelco Smits als haar zoon, de in zichzelf gekeerde jonge intellectueel met dito bril. Hélène Devos, uiterlijk een soort afsplitsing van Nietvelt, doet als Nina te veel haar best om haar wanhoop en verlangen tot uiting te brengen, hetgeen nogal zenuwslopend acteren oplevert. Van Bart Slegers (de dokter) kan weinig meer gezegd worden dan dat hij zijn tekst goed heeft geleerd, en deze zegt met een merkwaardige Vlaamse tongval. Hugo Koolschijn loopt met een stok krom, en soms ook weer niet, en Alwin Pulickx is een erg lieve maar ook naïeve dorpsonderwijzer. Zo veel acteurs, zo veel stijlen, zo veel interpretaties.


Alleen de twee echte kippen die de hele avond op het podium rondscharrelen, doen consequent en geheel stijlvast wat zij geacht worden te doen: graantjes pikken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden