'De meeste pesters pesten omdat het hun status verschaft'

Pester, slachtoffer, verdediger. Schoolkinderen vervullen die rollen vaak allemaal. Zo heeft een deel van de pesters het idee dat ze zelf worden gepest.

Een leerling fietst het schoolplein op. Beeld ANP

Soms zijn pesters ook slachtoffer van pesterijen, of verdedigen ze andere pesters. De rollen die kinderen in een klas vervullen, zijn allesbehalve statisch. Dat concludeert socioloog Gijs Huitsing, die vandaag aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveert op de onderlinge relaties op de basisschool.

Blijkt nu dat vrijwel alle kinderen pesten of gepest worden?

'Bijna de helft van alle kinderen in mijn onderzoek is minstens één keer genoemd als pester. Ook noemde ongeveer de helft van de kinderen minstens één leerling door wie ze zijn gepest. Het zijn waarschijnlijk niet allemaal ernstige pesters en slachtoffers, maar het toont wel aan dat er veel kinderen bij het groepsproces rondom pesten betrokken zijn.'

Socioloog Gijs Huitsing. Beeld Gijs Huitsing

Pesters kunnen ook slachtoffer of verdediger zijn, schrijft u?

'Kinderen die genoemd werden als pesters verdedigden elkaar. Er bestaat een beeld dat pesters vervelende, agressieve kinderen zijn die niet aardig kunnen zijn. Dat zijn ze dus wel, maar selectief. Ik vind het opvallend dat een deel van de pesters het gevoel heeft dat ze gepest worden. In bijna elke klas heb je vier of vijf pesters en hun rollen wisselen van pester naar verdediger, ze beschermen elkaar.'

Wat maakt uw onderzoek anders dan ander pestonderzoek?

'Ik heb gebruikgemaakt van bestaande gegevens uit Finland, Zwitserland en Nederland. Daardoor heb ik een grote hoeveelheid informatie kunnen koppelen. Ook hebben wij doorgevraagd waar veel ander onderzoek stopt. Standaardvragen zijn vaak: word je gepest, pest je zelf of wie worden er gepest? Maar daarmee krijg je geen inzicht in wie en hoe er gepest wordt. Ik wilde de groepsprocessen inzichtelijk maken. Wij vroegen: door wie word je gepest, door wie word je verdedigd, wie zijn je vrienden en wie vind je niet leuk?'

Hoe weet je als onderzoeker dat kinderen eerlijk antwoorden?

'Dat weet je natuurlijk nooit zeker. Maar de onderzoeken zijn subtiel opgebouwd. De kinderen vullen vragen in op de computer, de vragen worden door een actrice geïntroduceerd. Daarna vragen we eerst: wie zijn er populair, met wie chat je weleens, wie vind je aardig? De vragen over het pesten volgen pas later. Er zit een duidelijke opbouw in. Met die antwoorden kunnen we ook zien of slachtoffers vrienden of verdedigers hebben.

'Bij het onderzoek wordt uitgelegd wat pesten is, dat het stelselmatig, opzettelijk vervelend gedrag is waartegen kinderen zich moeilijk kunnen verdedigen. We stellen specifieke vragen. Door wie word je buitengesloten, geschopt of geslagen, worden je spullen afgepakt of word je digitaal lastiggevallen of uitgescholden.'

Waarom pesten kinderen?

'Kinderen willen doelen bereiken. Op de basisschoolleeftijd zijn dat sociale doelen zoals status, erbij horen en affectie krijgen. De meeste pesters pesten omdat het hun status verschaft.'

Zijn er ook pesters die geen succes boeken met hun pestgedrag?

'Pester-slachtoffers zijn de enkelingen die blijven pesten ook als dat niet goed valt in de groep. Dat zijn over het algemeen de kinderen met echte gedragsproblemen. Want in principe handelen de pesters strategisch. Als anderen lachen of hen indirect aanmoedigen, pesten ze door, anders niet.'

U zag een duidelijk verschil tussen jonge en oudere kinderen.

'Tot een jaar of 7 testen kinderen elkaar allemaal uit. Er zijn nog geen duidelijke machtsverhoudingen. Het is nog erg: vandaag pest ik jou, morgen pest jij mij. Vanaf een jaar of 8 verandert dat. De relaties worden dan stabieler en er zijn duidelijkere machtsverhoudingen. Wederzijds pesten komt dan steeds minder voor.'

Uit uw onderzoek blijkt dat leraren andere dingen zien dan leerlingen.

'Ze halen er globaal dezelfde pesters en slachtoffers uit, maar leraren zeggen dat meisjes vooral elkaar pesten en jongens ook, terwijl kinderen zelf juist ook pesten tussen de seksen noemen. Waarom dat verschil bestaat, weten we niet. Misschien omdat leraren eerder denken: het hoort bij de leeftijd, terwijl het voor de kinderen serieuzer is als een meisje iets over een jongen zegt of andersom. Maar dat is speculeren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.