De meest bedreigde man van Suriname

Na bijna 25 jaar komt er in Suriname een rechtszaak over de Decembermoorden. Chandrikapersad Santokhi, de minister van Justitie, maakt zich op voor de eventuele arrestatie van verdachte nummer één:Desi Bouterse....

Als een dief in de nacht sluipt ‘de sheriff’ het terrein op, bij elke pas omringd door lijfwachten. Om aan zijn conditie te werken, heeft hij noodgedwongen zijn toevlucht moeten nemen tot een verlaten sportveld van de politieopleiding in de rustige wijk Zorg en Hoop van Paramaribo. ‘Kom om 15.00 uur’, had het hoofd van zijn beveiliging een dag eerder in de gangen van het ministerie van Justitie en Politie gefluisterd, alsof het Surinames grootste geheim betrof.

In werkelijkheid gaat het om de belaagde Chandrikapersad Santokhi, de Surinaamse minister van Justitie, door zijn grote vijand Desi Bouterse steevast ‘de sheriff’ genoemd. In het Surinaamse criminele circuit heeft menigeen er veel voor over om in het bezit te komen van de agenda van de boomlange, ooit in Apeldoorn opgeleide Santokhi. Zelf blijft hij nuchter onder die ‘aandacht’. ‘Sommige mensen in dit land hebben nou eenmaal last van mijn beleid’, zegt hij droogjes over de talloze bedreigingen aan zijn adres.

Santokhi (48), vervloekt en gehaat door narcocriminelen én aanhangers van het vroegere militaire regime, is de meest bedreigde man van Suriname. Hij mag, vertelt hij met spijt, niet meer joggen in zijn geliefde buurt Lelydorp. Te gevaarlijk, vinden zijn lijfwachten, allen politieagent.

De voormalige politiecommissaris, die vooral de laatste tijd met het oprollen van drugsbenden het bloed onder de nagels vandaan haalt bij de cokebazen, heeft er allemaal niets over te zeggen. ‘Ik geef geen opdrachten aan mijn beveiliging, zij geven mij opdrachten’, hijgt hij, doodop. ‘Maar geen enkel plan is waterdicht, hoor. Ook bij het joggen kan het zo gebeuren.’

Op het heetst van de dag, wanneer de zonnestralen ongenadig fel op het hoofd dansen, trekt de vroegere politieagent gedisciplineerd zijn rondjes. Even, voor een klein uurtje, mag niemand het terrein betreden. ‘Straks denken ze in Nederland dat een speler van het Nederlands elftal mij beveiligt’, grapt de minister naar een in een Oranjeshirt gehulde lijfwacht.

Er ontspint zich een discussie over de vraag waarom een hindoestaanse voetballer – Santokhi is hindoestaan – nooit is doorgebroken in Nederland. Een medewerker komt aanlopen met een handdoek. Het is de ‘grote droge tijd’ in Suriname, een van de warmste perioden. De minister, na nog een rondje in de hitte: ‘Nog even volhouden, jongens. We zijn zo klaar. Dan moet ik weer aan de slag.’

Moedig, vastberaden, krachtdadig en een harde werker. Het zijn kwalificaties die steeds opduiken als Santokhi’s loopbaan ter sprake komt: van agent tot minister.

Als voormalig bevelhebber Desi Bouterse volgende maand voor de krijgsraad moet verschijnen voor zijn betrokkenheid bij de Decembermoorden van 1982, zal het in belangrijke mate te danken zijn aan de politiecommissaris die sinds 2000 het moordonderzoek leidde. Aan de man die de afgelopen twee jaar, als minister op het gevoelige departement van Justitie en Politie, de voorbereidingen trof voor de berechting van de 25 verdachten. In het bijzonder de beveiliging van de megarechtszaak.

Met het proces in aantocht, zijn de ogen van veel Surinamers gericht op Santokhi. Iemand die, in zijn streven om Suriname veiliger te maken, een politie-inspecteur belt om te vragen of de daders van een overval al zijn gepakt. Als de Crimefighter No 1 niet op kantoor is, is hij in Colombia of Brazilië om afspraken te maken over de aanpak van de drugsmaffia.

Vooral de nabestaanden van de vijftien slachtoffers van 8 december 1982 hopen dat Santokhi het proces in goede banen zal leiden en, mocht de rechter dit gelasten, Bouterse zal arresteren als hij weigert te verschijnen in de rechtszaal.

Ook de ex-legerleider volgt de verrichtingen van de bewindsman met argusogen. ‘I shot the Sheriff’, Bob Marleys hit uit de jaren zeventig, wordt al maanden provocerend gedraaid op bijeenkomsten van de NDP, de partij van Bouterse en de grootste van het land. Maar ook het buitenland, vooral in Nederland en de VS, volgt de minister nauwgezet. Zal Santokhi de man zijn die, met de berechting van de daders van de Decembermoorden, de rechtsstaat in Suriname weet te herstellen? Een kwart eeuw na de ‘zwartste bladzijde’ uit de geschiedenis van het land.

Bij Santokhi’s departement in de binnenstad van Paramaribo laten ze niets aan het toeval over. Als een voorbijganger de schaduw opzoekt van het balkon, komen direct twee agenten aangesneld. ‘Wat moet dat daar?’, snauwen ze. In zijn kamer doet de minister opvallend laconiek over de zware beveiliging waaronder hij en zijn gezin moeten leven.

‘Ach, ik ben het wel gewend’, zegt hij. ‘Men heeft last van de ordening die ik wil brengen. Criminele organisaties zijn de afgelopen twee jaar ontmanteld, topbazen zijn opgepakt en uitgeleverd. Natuurlijk vinden ze dat niet leuk. Maar ik heb het voordeel dat ik al sinds mijn 19de geen burgerleven meer heb gehad.’

Hoe Santokhi door het leven gaat, wordt duidelijk als hij voor overleg naar president Ronald Venetiaan moet, een paar honderd meter van zijn ministerie. Eerst duikt een auto, met een deel van zijn lijfwachten, op bij het presidentiële kantoor om minutenlang poolshoogte te nemen. Gevolgd, uiteindelijk, door de terreinwagen van de bewindsman die Santokhi aflevert bij de trap.

Vliegensvlug baant de minister zich een weg naar binnen. Het tafereel heeft slechts een tiental seconden geduurd. ‘Veel criminelen in Suriname zijn beslist niet blij met deze man’, mompelt een lid van de presidentiële wacht, losjes steunend op zijn AK 47-machinegeweer.

De bedreigingen lopen als een rode draad door zijn leven. Zeventien jaar geleden, toen Bouterse nog stevig in het zadel zat, werd zijn kantoor beschoten met mitrailleurs. Dino Bouterse, de zoon van en vele malen verdacht van drugs- en wapenhandel in de jaren dat Santokhi de belangrijkste drugsbestrijder was, werd ooit het politiebureau binnengebracht roepend: ‘Waar is jullie baas? Dan kan ik hem een fax sturen.’ Een verkapt dreigement.

Dat Dino nu een lange straf uitzit, na diverse keren de dans te zijn ontsprongen, is in belangrijke mate aan Santokhi en zijn agenten te danken. Ontelbaar zijn ook de telefoontjes, thuis, dat ze hem kwamen ‘ophalen’, en aan de poort vond hij ooit kogels vastgebonden. Als hij de afgelopen jaren uit Nederland terugkeerde, waar hij als leider van het 8 December-onderzoek verdachten en getuigen had gehoord, regende het bedreigingen. Wie de leden van zijn onderzoeksteam waren, werd lang geheim gehouden.

Nu, in de aanloop naar het proces, slaat de hoofdverdachte regelmatig dreigende taal uit. ‘Als we vechten, vechten we zonder condities’, waarschuwt Bouterse die er fijntjes op wijst ‘dat hij niet de enige is die familie heeft’. Ook wordt niet nagelaten Santokhi in verband te brengen met drugshandel. ‘Het is een oud bandje dat steeds wordt afgespeeld’, zegt de bewindsman die Bouterse overigens nooit bij naam noemt. ‘Hij criminaliseert. Maar mij beïnvloedt hij niet.’

Santokhi neemt het woord ‘opruiing’ in de mond als de dreigementen van de ex-legerleider ter sprake komen. ‘Men ziet nu in dat aan de rechtszaak niet valt te ontkomen. De hoofdverdachte roept dat als ze aan hem komen, hij aan hen zal komen. De namen van de rechters die in de krijgsraad zitten, worden genoemd. In persberichten laten ze weten waar ik train en dat ik mijn kinderen zogenaamd naar het buitenland heb gestuurd. Dan is de boodschap toch duidelijk? Ik heb al zoveel meegemaakt in mijn vorige functie.’

Volgens Santokhi liggen er ‘scenario’s’ klaar waarmee de topverdachten het proces willen dwarsbomen. Een voorproefje heeft Suriname de afgelopen twee jaar al meegemaakt: de straatdemonstraties van de NDP tegen het regeringsbeleid en pogingen in het parlement om de verdachten amnestie te verlenen.

Santokhi: ‘Men werkte aan polarisatie, aan het creëren van een onveilige situatie. Daarna werd begonnen met persoonlijke bedreigingen. Maar de mensen in het land, de rechtsstaat, willen dat deze zaak voorkomt. Ook de verdachten hebben er baat bij om hun onschuld te bewijzen. Alleen eentje wil dat niet. Alleen hij maakt er een nationale zaak van. Alleen hij maakt trammelant. Maar we zijn voorbereid op alles. Het Arrestatie Team is uitgebreid en goed voorbereid.’

De grootste test, beseft Santokhi, zal de eventuele arrestatie van Bouterse zijn. De voormalige bevelhebber heeft al diverse malen geroepen, als enige van de 25 verdachten, dat hij er niet over piekert te verschijnen voor de krijgsraad. Zullen de rechters dat accepteren? ‘Operatie Des’, zo zou volgens de NDP de arrestatie van Bouterse worden genoemd op Santokhi’s ministerie. De bewindsman wil niet te veel uitweiden. ‘Maar als de rechter hem gelast te komen, moeten wij er natuurlijk voor zorgen dat daaraan gevolg wordt gegeven.’

Hij zegt, met een glimlach, dat hij ook de verhalen hoort dat Chandrikapersad Santokhi de volgende president moet worden. ‘Ik weet wat de verantwoordelijkheid van het ambt betekent en wat er leeft onder de mensen’, zegt hij. ‘Maar we zien wel wat de toekomst brengt.’ Laat hem eerst zijn werk maar afmaken, is de boodschap.

Santokhi: ‘Suriname was ooit een militaire staat zonder rechtsregels. Nu is het weer een rechtsstaat. Na vele moeilijke jaren, worden we niet meer negatief genoemd in Amerikaanse rapporten over de drugshandel. De Economist schrijft dat we het laagste criminaliteitscijfer in het Caribisch gebied hebben. Maar er moet nog veel, heel veel gebeuren.’

CV
1959 geboren in district Suriname
1978 studie Nederlandse Politie Academie in Apeldoorn
1982 politie-inspecteur
1989 hoofd landelijke recherche
1991 tot 2005 als hoofd justitiele dienst belangrijkste drugsbestrijder Suriname
1996 Interpol-training
2000 leidt tot 2003 het politieonderzoek naar de Decembermoorden
2005 minister van Justitie en Politie
Santokhi is gehuwd en heeft twee kinderen van 15 en 16 jaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.