De mecenas is niet uitgenodigd

Kunstinstellingen hebben nog een hoop te leren in de omgang met private geldschieters, zeggen de twee grootste kunstmecenassen van Nederland. 'Spreek hen aan op hun interesse, niet op hun portemonnee. Wie dat laatste doet, staat voor een dichte deur.'

Er was eens een rijke Nederlander. Hij besloot een deel van zijn vermogen beschikbaar te stellen voor de kunsten. Elk jaar een dikke miljoen. Met trompetgeschal maakte hij, tot in het achtuurjournaal, zijn vrijgevigheid wereldkundig. Hij stond klaar om uitpuilende postzakken in ontvangst te nemen en de mooiste plannen voor poëzie, klassieke muziek en musea te selecteren voor uitvoering.


Het bleef stil.


Er druppelden wel wat verzoeken binnen, maar de verwachte stormloop bleef uit. Zijn miljoen raakte hij het eerste jaar niet kwijt. Dus gaf hij zijn zaakwaarnemer opdracht zelf de boer op te gaan. Ze klopte aan bij musea: komt u geld tekort voor een bijzondere tentoonstelling die Nederland voorbij dreigt te gaan, dan springen wij graag bij. En zo lukte het het volgende jaar wel 1,25 miljoen te doneren aan de kunsten.


Nog maar vier jaar geleden was dit wat Pieter en Françoise Geelen overkwam. Vermogend geworden dankzij de TomTom, besloten zij met hun daarvoor opgerichte Turing Foundation jaarlijks een deel van hun kapitaal beschikbaar te stellen aan goede doelen, waaronder de kunstsector. Maar de kunstsector was duidelijk beschroomd om bij particulieren zijn hand op te houden. En instellingen die dat wel deden, hadden vaak geen idee hoe je je verhoudt tot een gulle gever. Met het schaamrood op de kaken beziet Milou Halbersma, directeur van de Turing Foundation van het echtpaar Geelen, hoe sommige kunstinstellingen omgaan met hun mecenassen.


'Vaak zijn de meest basale zaken niet op orde. Het komt voor dat het echtpaar een tentoonstelling medefinanciert, maar geen catalogus krijgt en ook niet wordt uitgenodigd voor de opening. Of dat de Geelens wel worden uitgenodigd, maar niet worden herkend, dus niemand hen aanspreekt. Dat is niet te geloven. Dit soort verhalen hoor ik vaker van particuliere schenkers.'


Vooral grote instellingen zijn vaak slordig in hun contacten met particuliere geldschieters, zegt Ryclef Rienstra, directeur van de VandenEnde Foundation van Joop en Janine van den Ende, met 9 miljoen per jaar de grootste cultuurmecenas van Nederland. 'Hoe kleinschaliger het doel, hoe enthousiaster en beleefder de ontvanger.'


Kunstinstellingen hebben nog een hoop te leren in de omgang met privaat geld, zegt ook zijn collega van de Turing Foundation, Milou Halbersma. 'Willen zij succes boeken met particuliere geldschieters, dan behoren zij te investeren in persoonlijke relaties met hen. Bij het ontvangen van privaat geld horen andere mores. Het is duidelijk dat er door tientallen jaren overheidsfinanciering geen vraag- en geefcultuur heerst in de culturele sector. Er is tijd én kennis nodig die cultuur te veranderen.'


En dat wordt bittere noodzaak nu de kunstsector forse bezuinigingen te wachten staan. De nieuwe regering wil dat instellingen meer geld binnenhalen uit de markt, zoals particuliere financiering. Dat vergt een cultuuromslag die jaren kost, aldus Adriana Esmeijer, directeur van het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat al 70 jaar actief is als grootste fondswerver voor de kunsten. Sinds dertig jaar promoot het fonds bewust het mecenaat door zoveel mogelijk particulieren te binden. Steeds populairder wordt het fonds op naam: een vermogende kan onder de vlag van het Cultuurfonds een eigen fonds oprichten, waarvan het geld ten goede komt aan een zelfgekozen doel. Inclusief alle donaties en opbrengsten uit beleggingen op schenkingen en loterijen, heeft het Prins Bernhard Cultuurfonds dit jaar concreet 26,8 miljoen euro te vergeven aan kunst en cultuur. 'Dit bedrag is het resultaat van tientallen jaren inspanningen,' zegt Adriana Esmeijer.


Zij noemt het dan ook een illusie te denken dat de bezuinigingen op kunst en cultuur de komende vier jaar zijn op te vangen met geldinjecties van particulieren. 'Wie dat denkt, heeft geen verstand van mecenaat. Het laten draaien van kunstinstellingen blijft een taak van de overheid. Private financiers komen pas over de brug als de overheid voor de basisvoorziening zorgt - het gebouw, het personeel, de infrastructuur - en willen hun geld besteden aan de extra's.'


Dat blijkt ook uit de bestedingen van mecenassen als Van den Ende en Geelen. Zij financieren bijzondere concerten, opleidingen van jong talent, dragen bij aan tentoonstellingen.


Maar ook de kleine donateurs zijn bereid hun portemonnee te trekken voor een concreet doel. Het Nationale Ballet bijvoorbeeld heeft dit jaar voor de derde keer met succes trouwe bezoekers om een bijdrage gevraagd voor een nieuwe grote productie. Met de leus 'Help Don Quichot in het zadel' zamelden zij 40 duizend euro in om de driehonderd handgemaakte kostuums te helpen bekostigen. 'Op zo'n moment plukken we de vruchten van de persoonlijke relatie die we onderhouden met onze donateurs. Voor de 1700 leden van onze Vriendenvereniging organiseren we speciale activiteiten,' vertelt fondsenwerver Nadja van Deursen.


Nu schrale tijden in het verschiet liggen, gaat Het Nationale Ballet zich inspannen om meer donateurs aan zich te binden. Bezoekers zal het expliciet laten weten dat hun financiële bijdrage meer dan ooit nodig is. Ze krijgen informatie over fiscale mogelijkheden voor schenkingen, legaten en donaties.


Nadja van Deursen: 'We kennen ons publiek. De relatie met vermogenden onder hen gaan we aanhalen, in de hoop dat zij ons financieel steunen. Ik ga investeren in 1-op-1 relaties met hen, nodig hen uit, vertel over ons gezelschap. Laat hen zien wat er allemaal komt kijken bij een productie, zoals ons kostuumatelier waar alle kostuums met de hand worden gemaakt. Ballet is een ambacht en daar zit veel tijd en geld in.'


Investeren in een persoonlijke relatie is precies wat nodig is om mensen met geld over de streep te trekken te doneren, zegt Diana van Maasdijk. Zij adviseert met haar bureau Philian consultancy vermogenden die een deel van hun geld nuttig willen besteden. Uit haar beroepspraktijk weet ze dat er onder hen een grote bereidheid


Vervolg op pagina 40


Er staat een Auping in de foyer

private investeringen

Vervolg van pagina 39


is om te geven aan maatschappelijke doelen waaronder ook kunst en cultuur, meer dan ze nu doen.


Ze houden zich in omdat instellingen waaraan ze willen geven niet open zijn over hun bestedingen, niet inspirerend zijn en niet investeren in een persoonlijke relatie. De non-profitsector inclusief de culturele, wordt ervaren als een gesloten bolwerk. Van Maasdijk hield recent twintig diepte-interviews met rijke Nederlanders om te achterhalen waar hun huiver om (meer) te doneren vandaan komt.


'De mecenas van nu heeft geërfd van de oorlogsgeneratie of zelf veel verdiend. Het is een betrokken generatie die zich jong voelt, nog volop in het leven staat en een sterke visie heeft. Die wil bij leven schenken en daar zelf van genieten', zegt ze. Dat laatste, genieten van de schenking, maakt kunst en cultuur in de concurrentie om andere geliefde schenkingsdoelen als humanitaire rampen en onderzoek naar levensbedreigende ziektes als kanker, aantrekkelijk. Kunst is een tastbaar, zichtbaar doel. Om die reden schenken donateurs bij voorkeur aan een tijdelijk project als een tentoonstelling of de opleiding van een jonge kunstenaar. En dan betreft het vaak een kunstvorm die hun persoonlijke interesse heeft. Daarom, zegt Ryclef Rienstra van de Vanden Ende Foundation, is het zo belangrijk dat culturele instellingen weten bij wie ze moeten aankloppen om steun. 'Verdiep je in vermogenden, lees de financiële pagina's in kranten, de interviews. Zoek naar die ene bijzin waarin ze vertellen van welke muziek ze houden of wat hun lievelingsschilderij is. En spreek hen aan op die interesse, niet op hun portemonnee. Wie dat laatst doet, staat voor een dichte deur.'


Als kunstinstellingen meer particulier geld moeten binnenhalen, moet de overheid hen wel een handje helpen, vindt Sigrid Hemels. Zij is hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en gespecialiseerd in mecenaat. Een kunstsector die sinds de Tweede Wereldoorlog is gewend aan grote overheidssteun, moet tijd en expertise krijgen om een cultuuromslag te maken. Met de fiscale regels voor gevers zit het in Nederland wel goed, stelt zij. Vooral de giftenaftrek ziet zij als een grote stimulans voor donateurs. 'Die maakt het aantrekkelijk meer te geven dan mensen van plan zijn en dat is heel belangrijk voor particuliere financiering. Het is dus belangrijk dat deze fiscale regeling behouden blijft. Gebeurt dat niet, dan zullen donaties in zijn algemeenheid snel afnemen. Dat gebeurde in de jaren '80 in de Verenigde Staten. Toen bleek dat veel instellingen, waaronder ook culture, in de problemen kwamen, werd de giftenaftrek daar snel weer verhoogd.'


Uit het volgende week te verschijnen boekje Mecenaat en fiscus,, blijkt hoezeer giften aan kunst en cultuur in het verleden altijd hand in hand zijn gegaan met een actieve en betrokken overheid. Voor de Tweede Wereldoorlog was particulier initiatief in de kunstsector heel gebruikelijk. Toonaangevende instellingen als het Concertgebouw, het Rijksmuseum en museum Boijmans Van Beuningen zijn tot stand gekomen dankzij particulier initiatief. 'Maar de initiatiefnemers en geldschieters deden dat alleen op voorwaarde dat ookde overheid materieel steun verleende', zegt Sigrid Hemels.


Zeker in tijden van recessie is de overheid belangrijk om culturele instellingen overeind te houden, ervaart Jet de Ranitz, zakelijk leider van het Nederlands Danstheater. Zelfs een culturele instelling met een grote internationale reputatie als het Danstheater is kwetsbaar bij een grote afhankelijkheid van particulier geld, ervaart zij. 'In tijden van crisis, zoals nu, is onze sector een van de eersten die de klappen incasseert. Niet alleen de overheid maar ook particulieren houden hun hand op de knip. Amerika, het land van de particuliere financiering, laat dat zien. Van de 26 voorstellingen die wij vorig jaar in Amerika zouden geven werden op het laatste moment 16 gecanceld. De theaters waar we zouden optreden konden ons niet betalen omdat hun geldschieters zich hadden teruggetrokken. Dat heeft ons een kwart miljoen aan inkomsten gescheeld. Ook verloren we door de recessie een van onze grootste sponsors, ING.'


Wat ze van Amerika heeft afgekeken is het belang van invloedrijke cultuurminnende landgenoten als publiekstrekkers en informele belangenbehartigers. Hun aanwezigheid werkt als een kwaliteitskeurmerk, ze trekken publiek aan en als het een beetje meezit, financiers uit hun netwerk. Nu heeft het Nederlands Danstheater makkelijk praten, met leden van het Koninklijk Huis als trouwe bezoekers en Gerrit Zalm in het bestuur. Jet de Ranitz: 'Prinses Mabel van Oranje is onze grootste fan. Zij kan tot tranen toe geroerd naar onze voorstellingen kijken. Wij vragen haar en Zalm niet fondsen te werven, dan zouden we niet hebben begrepen hoe het werkt. De winst van hun verbondenheid aan ons gezelschap werkt subtieler. Het enthousiasme waarmee zij in hun netwerk over onze voorstellingen zullen vertellen, kan deuren voor ons openen die anders gesloten zouden blijven.'


Op kleinere schaal werkt dit ook, weet Alex Kühne, directeur van de Deventer Schouwburg. In beddenfabrikant Auping in Deventer heeft zijn schouwburg een lokaal toonaangevende pleitbezorger en belangrijke geldschieter. De vorige week geopende nieuwe foyer heeft de Auping Foundation financieel mogelijk gemaakt. Als dank is in de foyer een borstbeeld van oprichter Johannes Auping geplaatst. Eerst wilde de mecenas dat in ruil voor de steun de foyer Auping Foyer zou worden gedoopt, maar dat ging de schouwburgdirecteur te ver. De foyer is van iedereen, vindt hij. Het borstbeeld werd het compromis.


Particulier geld aan je binden vergt veel tijd, weet ook Kühne. Zeker een dag per week besteedt hij aan netwerken onder lokale smaakmakers. Zijn zij eenmaal verleid tot geven, dan willen zij betrokken worden bij hun investering en daar iets voor terugzien. En dat kunnen ze krijgen. Kühne zegt plezier te hebben in deze nieuwe dimensie aan zijn baan. 'De directeur van een kunstinstelling is vandaag de dag zakelijk, artistiek leider én koopman ineen.'


Affiche van Het Nationale Ballet.


Affiche van Het Nationale Ballet.


Geefwet

In het regeerakkoord staat onder het hoofdstuk Cultuur dat er een geefwet komt. Wat dat inhoudt, is nog niet bekend. Fiscalist Sigrid Hemels heeft een paar suggesties die het mecenaat kunnen bevorderen, geïnspireerd door landen als Frankrijk en Spanje, waar een speciale mecenaatswet vruchten afwerpt voor de kunstsector.


1. De regering moet fiscale regelingen die doneren stimuleren, in een publiekscampagne onder de aandacht brengen. De belangrijkste regelingen die al bestaan zijn de giftenaftrek voor particulieren, en de fiscale aftrekbaarheid van sponsoring en bedrijfsmecenaat. Deze faciliteiten moeten niet onder het mom van 'stroomlijnen' worden beperkt.


2. Erfbelasting betalen met een kunstwerk blijft behouden. Het zorgt ervoor dat waardevolle kunstwerken in handen van de staat komen en zo behouden blijven voor Nederland. In navolging van Engeland publiceert de overheid jaarlijks welke werken op deze wijze in staatshanden zijn gekomen en in welke musea deze zijn te bezichtigen. Dit om de belastingbetaler te informeren over wat er gebeurt met zijn geld en om kunstbezitters aan te moedigen van deze regeling gebruik te maken.


3. Bedrijven die kunst kopen van levende kunstenaars kunnen de kosten fiscaal aftrekken, mits zij het werk ten toon stellen op een voor het publiek toegankelijke locatie. Zo worden kunstenaars ondersteund en kan het publiek hun werk zien, wat naamsbekendheid oplevert.


4. Bedrijven die een kunstwerk of muziekinstrument kopen en uitlenen aan een museum of armlastige musicus, kunnen de kosten aftrekken.


5. Het voor het publiek openstellen van privaat kunstbezit moet worden gestimuleerd door de onderhouds- en restauratiekosten deels fiscaal aftrekbaar te maken. Dit kan nu alleen bij rijksmonumenten, maar zou ook moeten gelden voor kunstwerken, kunstverzamelingen, archieven en bibliotheken.


6. Loterijen die een deel van hun inkomsten afdragen aan de culturele sector, zoals de BankGiro Loterij (60 miljoen in 2009), moeten onder dezelfde gunstige voorwaarden kunnen opereren als de Staatsloterij. Dat verhoogt de verkoop van loten en dus de afdracht aan kunst en cultuur. In het regeerakkoord moet worden opgenomen dat de vergroting van de afdracht van loterijgelden aan sport niet ten koste gaat van die aan kunst en cultuur.


Tips voor de kleine mecenas

1 Geen bedrag is kunstinstellingen te klein. Veel liefhebbers zijn donateur voor een jaarlijks bedrag van 25 tot 50 euro. Ook is het mogelijk met zo'n bedrag het Prins Bernhard Cultuurfonds te steunen. Giften zijn fiscaal aftrekbaar als zij in totaal minimaal 1 procent van het inkomen bedragen.


2. Wil een donateur iets terugzien voor zijn gift, dan kan hij lid worden van een Vriendenvereniging. Die organiseren in ruil voor de jaarlijkse donatie speciale bijeenkomsten zoals rondleidingen of lezingen.


3. Voor donateurs die jaarlijks een paar honderd euro of meer willen geven, is het interessant om dat te doen in de vorm van een periodieke gift voor een periode van vijf jaar. Die gift is volledig fiscaal aftrekbaar. Daarvoor moet wel een notariële akte worden opgemaakt. Veel culturele instellingen regelen dat vanaf een bepaald bedrag en nemen ook de notariskosten voor hun rekening.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.