De manager in witte onderbroek

EERST het muggenziften. Wat doen zangeressen als Trea Dobbs, Anneke Grönloh en Liselore Gerritsen in een boek dat Beatmeisjes heet?...

Fred de Vries

Gelukkig doet de aanwezigheid van de niet-beatmeisjes weinig af aan de kracht van het boek van Frank van Dam, gebaseerd op een serie artikelen die zijn verschenen in NRC Handelsblad. Het is de vrouwelijke tegenhanger van zijn eerdere werk Nederbeat, waarin vooral mannen aan het woord kwamen (het verhaal van Jenny Streur staat opmerkelijk genoeg in beide boeken).

Deze keer was er ook geld voor een cd, zodat er een keur van obscure Nederlandse meisjesbeatsongs te horen is. Let vooral op de oer-punk van Linda van Dycks Stengun en de proto-beat van Els Molenaars Gezakt of geslaagd.

Die cd is een leuk extraatje, maar de muziek is voor de auteur van secundair belang. Het gaat Van Dam (1952) om de mensen en hun verhalen over verlangens, succes en deceptie. Tezamen geven de 36 geheel in citaatvorm geschreven portretten bovendien een beeld van Nederland in de jaren zestig, de overgang van truttig naar hip.

Soms is het jammer dat Van Dam zich zo strikt houdt aan de standaardlengte van vier pagina's tekst per interview. Daardoor blijft bijvoorbeeld onduidelijk waarom de hippies Elly en Rikkert in de Heer gingen.

Leg je de twee beatboeken naast elkaar, dan blijkt vooral hoe groot de verschillen tussen jongens en meisjes in de jaren zestig nog waren. Waar de jongens rebels waren en zich al snel te buiten gingen aan rock-'n-roll-gedrag, waren de meisjes vooral beschermelingen van ambitieuze vaders of speelballen van valse managers, producers en platenbonzen. Linda van Dyck zag midden in de nacht haar 'zogenaamde manager met zo'n grote witte onderbroek aan naast mijn bed staan'.

Het waren de pre-feministische dagen, en het feit dat zo weinig van de geïnterviewden iets van hun muziekcarrière hebben weten te maken, hing daarmee samen. De meisjes noch de samenleving waren er rijp voor. In Van Dams verhalen schuilt daardoor behalve nostalgie ook de nodige tragiek. Bonnie St. Claire die aan de drank raakte. Shirley Zwerus die door de hel gaat als ze met een man in zee gaat die haar opsluit, met een pistool bedreigt en uiteindelijk haar hand kapotschopt opdat ze geen piano meer kan spelen.

Het mooie van de sixties was dat iedereen met een beetje talent wel een plaatje kon maken. Exemplarisch is het relaas van Marianne Delgorge. 'Jij wordt een ster!', riep haar ontdekker, nadat Marianne It Ain't Me Babe volgens hem beter had vertolkt dan Dylan zelf.

Ook maakte ze een heuse langspeelplaat. Daar werden er 28 van verkocht.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden