De man zonder gezicht

Markus Wolf, de legendarische spionagechef van de DDR, poseert graag als een charmante 'James Bond van het Oosten'. Maar hij wordt achtervolgd door de vraag: wat was zijn rol in de repressie?...

Door Philippe Remarque

Berlijn is aan een nieuw leven begonnen. Over de Glienicker Brücke, de grensbrug waar KGB en CIA ooit hun spionnen uitwisselden, raast het onwetende verkeer. Maar soms loopt een hoofdrolspeler van het grote drama, toen Berlijn in tweeën gedeeld was en een frontstad in de Koude Oorlog, gewoon over straat. Zoals Markus Wolf, de legendarische spionagechef van de DDR. Als de breekbare gestalte van zijn huis aan de Spree naar een café om de hoek wandelt, is het moeilijk voorstelbaar dat dit de gevreesde 'man zonder gezicht' is, die spionnen in de hoogste kringen van West-Duitsland wist te plaatsen en John le Carré inspireerde tot personages in diens spionageromans.

Wolf is tachtig en staat op het punt naar zijn oude vrienden in Moskou te reizen. Daarna doet hij Amsterdam aan. Is het niet merkwaardig om nu met het paspoort te reizen van de Bondsrepubliek, het land dat hij met alle trucs uit het spionnenboek heeft bestreden? 'Ik heb vroeger al paspoorten van de Bondsrepubliek gebruikt', zegt hij. 'Maar dat waren wel valse.'

In het herenigde Berlijn voelt Wolf zich goed. 'Voor mij is het Westen nooit zo vreemd geweest. Het was mijn werkterrein.' De spionagedienst die Wolf opbouwde en 34 jaar leidde, de HVA (Hauptverwaltung Aufklärung), gold onder kenners als de beste van het Oostblok. Wolf had de beschikking over vierduizend agenten, vooral in West-Duitsland: in het bureau van ministers, bij bedrijven als Siemens en zelfs in Pullach bij de Bundesnachrichtendienst, de West-Duitse tegenhanger van de HVA.

In het NAVO-hoofdkwartier had Wolf de spion 'Topas'. De top van de regeringspartij FDP was dusdanig geïnfiltreerd dat de DDR-leiding voortdurend op de hoogte was van de West-Duitse plannen. Na de val van de Muur kreeg Wolf bezoek van twee CIA-agenten die hem aanboden naar Californië te verhuizen. Maar Wolf wilde zijn agenten niet verraden, zegt hij.

De beroemdste spion in zijn dienst was Günter Guillaume, die op wist te klimmen tot persoonlijk assistent van bondskanselier Willy Brandt. Tijdens een vakantie in Noorwegen bediende hij zelfs alle geheime communicatiekanalen van de kanselier. Toen de zaak uitkwam, voelde Brandt zich gedwongen af te treden. Guillaume werd veroordeeld voor landverraad. Wolf noemt het achteraf de grootste mislukking van zijn geheime dienst. Met Brandt verdween een voorstander van de toenadering tot de DDR. Wolf had de kanselier eerder nog gered door bij een motie van wantrouwen een CDU-Bondsdaglid om te kopen. 'En de geheime informatie uit Noorwegen hebben we nooit gekregen', lacht hij. Koerier 'Anita' merkte dat ze werd geschaduwd door twee mannen en wierp het pakje in de Rijn.

Wolf amuseerde zich vroeger al met James Bond-films. Maar hij waarschuwt zijn kinderen dat 'de werkelijkheid veel saaier was'. Was het geen leuk werk? 'De bureaucratie was niet leuk en de minister (Erich Mielke, verantwoordelijk voor Staatsveiligheid en Wolfs chef, red.) al helemaal niet. Maar ik ben vaak met valse papieren in het buitenland geweest en heb veel agenten ontmoet. Dat was soms een echt plezier.'

Wolf is trots dat met hulp van zijn spionage een DDR-computer werd gebouwd, en dat hij met 20 tot 30 agenten wist te achterhalen dat Brandts Ostpolitik oprecht was. Hij meent zo tot de ontspanning tussen Oost en West te hebben bijgedragen. Waarom waren Markus Wolf en zijn geheime dienst zo succesvol? 'Ik weet het niet, maar ik heb ieder werk dat ik heb gedaan, goed gedaan. Misschien omdat dogmatisch denken mij vreemd is. Ik kon me goed aan de omstandigheden aanpassen. We hadden als DDR in de belangrijkste landen geen ambassades en waren gedwongen andere wegen te zoeken. Dat waren waarschijnlijk de betere wegen.'

In zijn tweede carrière als memoires-auteur en talkshow-gast blijkt Wolf al net zo behendig als in zijn vroegere functie, zeggen zijn critici. 'Niet zelden verworden Wolf-interviews tot ware Wolf-ceremonieën, waarvan de enige inhoud is: Wolf huldigt Wolf', schreef biograaf Alexander Reichenbach.

Inderdaad is Wolf een verraderlijk prettige gesprekspartner die soms met humor spreekt over de DDR. Al in de omschrijving van de West-Duitse geheime dienst, die tot 1979 maar geen foto van Wolf kon bemachtigen, gold hij als intellectueel superieur: 'Zeer begaafd, veelzijdig opgeleid, goede manieren, fascinerend in het gesprek, uiterst ad rem'. Wolfs vader was arts en een bekend toneelschrijver, die als jood en communist voor de nazi's naar de Sovjet-Unie vluchtte. Hier kregen Markus en zijn broer Konrad, die later in de DDR een beroemd filmregisseur werd, hun intellectuele vorming, onder andere op de eliteschool van de Komintern. Zijn Russische koosnaam 'Mischa' raakte Wolf nooit meer kwijt.

In het DDR-regime, dat verder voornamelijk uit stram-communistische dakdekkers en meubelmakers bestond, was hij een vreemde eend in de bijt. Günter Bohnsack, luitenant-kolonel op Wolfs' 'desinformatie'-afdeling, is nog steeds onder de indruk. 'Hij was charmant, menselijk, voornaam en intelligent, een gourmet en altijd voor een slippertje te vinden. Ik vereerde zijn nonchalance en zijn elegante arrogantie. Daar kon een idioot als Mielke, die kleine Duitse wichtigtuer, niet aan tippen.'

Stasi-chef Mielke en de andere DDR-leiders wantrouwden Wolf. 'Maar ze hadden respect voor hem, want voor de Russen was Wolf de belangrijkste resident in Europa', zegt Bohnsack. Markus Wolf is zelf de laatste om de Wolf-mythe te ondergraven: 'Als anderen mij zo hebben gezien zal ik dat niet bestrijden'.

'Zelfs de afschuwwekkendste regimes hebben ten minste één parmantige kleine charmeur in hun hoogste rangen, het soort man dat verdorvenheid een menselijk gezicht geeft, een goedgemanierde, goedgeklede dineerder met de duivel', schreef Ian Buruma over Wolf. 'Zulke figuren - Albert Speer, Zhou Enlai - bezitten een speciale aantrekkingskracht voor veel mensen.' De vergelijking met Speer wordt vaker getrokken. Net als de Hitler-vertrouweling legt Wolf achteraf uitgebreid getuigenis af van zijn werk voor het regime, zonder veel schuld op zich te nemen.

'Hij hangt heel handig de oude spionagechef uit, maar het wordt altijd problematisch als het gaat over zijn rol bij de repressie in de DDR. Dat onderwerp blokkeert hij', zegt de publicist Walter Süß, medewerker van de Stasi-archieven. Wolf was 27 jaar lang onderminister van Staatsveiligheid en moest jaarlijks aan Mielke rapporteren welke bijdrage de HVA had geleverd aan de binnenlandse repressie. Hij leverde informatie over vervolgde dissidenten als Jürgen Fuchs en Rainer Eppelmann.

Wolf is om die reden nog steeds omstreden. Duitse uitgevers weigerden zijn memoires en ook in het Amsterdam van 2003 leidt zijn komst tot een conflict: het Goethe-instituut heeft zich teruggetrokken uit de organisatie van dit onderdeel van de reeks 'Zeitzeugen', dat het samen met het Duitsland-instituut en het Genootschap Nederland-Duitsland organiseert.

'Markus Wolf is een van de hoofdverantwoordelijken voor de Stasi-misdaden', zegt directeur Christian Lüffe. 'Het Goethe-instituut kan niet iemand uitnodigen wiens organisatie de mensenrechten met voeten heeft getreden. Hij presenteert zichzelf in de media als een soort James Bond van het Oosten, maar voor mij is hij een dader.'

Wolf staat in Amsterdam tegenover Egon Bahr, de architect van Brandts Ostpolitik. Ook al zat zijn huis destijds vol met afluisterapparatuur van Wolfs dienst, hij heeft bij eerdere ontmoetingen een luchtige en vriendelijke toon aangeslagen. Zijn grootste bewonderaars vindt Wolf onder zijn voormalige vijanden, vooral de westerse geheime dienst-veteranen.

Wat zegt Wolf zelf over zijn schuld? 'Ik moet het me natuurlijk laten welgevallen dat ik voor alles wat in het DDR-systeem is gebeurd medeverantwoordelijk wordt gemaakt. Maar schuldig kan ik me alleen voelen voor wat ik zelf heb gedaan. Mijn geheime dienst was vergelijkbaar met iedere westerse geheime dienst. In sommige gevallen hebben we levens verwoest. Daarvoor voel ik achteraf gezien ook een morele schuld.'

Wolf doelt op de zogenaamde 'Romeo'-gevallen, een HVA-specialiteit. Oost-Duitse agenten verleidden eenzame secretaresses van politici en instituties in Bonn, die uit liefde geheime informatie leverden. De vrouwen raakten later niet alleen hun geliefde kwijt, maar moesten ook vluchten naar Oost-Duitsland of belandden in de gevangenis wegens spionage. 'Maar als een secretaresse jarenlang echt belangrijke en geheime documenten van de NAVO heeft geleverd, en ze heeft het uit liefde gedaan, dan zou het huichelarij zijn als een geheime dienst zou zeggen: dat hadden we beter niet kunnen doen', zegt Wolf.

Hij heeft zich 'nooit speciaal verantwoordelijk gevoeld voor de vervolging van de dissidenten.' Maar zijn rapporten aan Mielke over de dissidenten dan? 'Mijn medewerkers hebben enkele berichten geschreven over hun activiteiten in het Westen. Over Jürgen Fuchs bestaan vijf of zes banden met Stasi-dossiers, en daar zitten dan twee stukken informatie met de handtekening van Wolf in.'

Wolf vluchtte vlak voor de Duitse eenwording naar Moskou, maar werd later in Duitsland berecht wegens landverraad. Het Constitutionele Hof oordeelde dat dat onmogelijk was. Wolf kreeg later wel een voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete wegens drie ontvoeringen van overlopers door zijn dienst in de jaren 50. 'Belachelijk', vindt Wolf. 'Dat waren normale geheime dienst-operaties.'

De Stasi-generaal is achteraf zeer kritisch over het ondemocratische karakter van het DDR-regime, dat volgens hem zo niet kon voortbestaan. Hij wilde een hervormde DDR en sympathiseerde met dissidenten als Robert Havemann. Maar waarom heeft hij dan niet geprotesteerd? 'Stel, ik had in het Centraal Comité een rede gehouden dat alles fout was en anders moest. Dan had ik eruit gelegen. Als ik het nu bekijk zeg ik: misschien had ik het toch moeten doen, hoewel ik daarmee niets had bereikt.'

Later dan de moedigen, maar eerder dan de beton-communisten heeft Wolf zijn twijfel geuit. In 1986 ging hij met pensioen en schreef een boek, De trojka, over zijn broer Konrad en twee vrienden, waarin hij de democratiseringswens voorzichtig tot uitdrukking bracht. Het kwam een half jaar voor de val van de Muur uit en baarde opzien. 'Je kunt met recht vandaag zeggen: het was heel laat en het was aarzelend. Maar ook als ik zeer kritisch over mijn eigen houding nadenk zou ik niet weten wat ik vroeger, moediger, en consequenter had moeten en kunnen doen. Naar het Westen gaan was voor mij absoluut onmogelijk. Dus ik heb het boek geschreven, dat was tenminste iets.' Toch zegt hij dat de morele kwesties hem blijven bezighouden.

Een beslissend moment voor Wolf kwam bij de grote demonstratie op 4 november 1989 in Berlijn. De ex-HVA-chef sprak daar zijn verlangen naar een democratisch socialisme uit. Maar een deel van het publiek floot hem uit. Zijn sprong naar de oppositie werd niet geloofwaardig gevonden.

Toch heeft Wolf weinig te klagen. Zijn nieuwe boek Freunden sterben nicht, een sentimentele ode aan mensen met wie hij heeft samengewerkt, stond wekenlang in de boeken top-tien van Der Spiegel. En kwamen er bij zijn optredens rond zijn memoires in 1997 steevast een paar boze vragen over zijn rol in de DDR-repressie, bij zijn huidige tournee zijn die verstomd. Sommige toehoorders in oost-Duitsland zeggen zelfs dat ze hoop uit hem putten. 'Omdat ik me niet gewonnen heb gegeven en in de processen heb gestaan voor wat ik gedaan heb en mijn overtuiging heb behouden.' Want Wolf voelt zich nog altijd een communist. Met zijn boeken wil hij de eenzijdige blik op de DDR-geschiedenis bestrijden, en, zegt hij openlijk, ook geld verdienen.

De laatste tijd gaat hij veel om met Johanna Olbrich, een van zijn top-spionnen, die nu Wolfs katten voert op zijn datsja buiten Berlijn. Als secretaresse bij de West-Duitse minister van Economische Zaken fotografeerde ze documenten en verstopte de rolletjes in de trein naar Berlijn, waar Wolfs mannen ze in ontvangst namen. Markus en Johanna waren frontsoldaten in een verloren oorlog voor een land dat niet meer bestaat. 'Hebben wij voor niets geleefd?', vragen ze zich in gesprekken af. Maar het antwoord luidt nee. 'Al is er veel negatiefs, het is een heel interessant en vervuld leven geweest', zegt Wolf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden