Column

De man die zijn eigen vrouw niet eens dood kreeg

Jarenlang heeft hij geprobeerd haar liefde te verdragen, haar aandacht, toewijding, toastjes ananaskaas. Toen hij nog werkte, ging het beter. Nu, gepensioneerd, na al die jaren, is het alsof er ineens een knop omgaat.


De eerste keer heeft zij niets in de gaten, de tweede keer ook nog niet. Eigenlijk, denkt hij weleens, bekijkt zij ook nu de werkelijkheid nog altijd bij voorkeur door haar vingers. Vooral overigens als ze naar hem kijkt. En ze kijkt de hele tijd.


Zij doet boodschappen, hij zit klaar in de garage, achter het stuur, de motor stationair. Als ze de oprit op fietst, de tas aan het stuur, geeft hij vanuit het niets een oorverdovende stoot gas.


'Ik wou de motor even horen', zegt hij later in de keuken, verward, verbaasd. In de consternatie had hij vergeten de handrem los te koppelen. Hij ruikt naar uitlaatgas. 'Gisteren deed hij ineens zo raar.' Zij toont hem een bakje selleriesalade - 'voor vanavond' - en ruimt neuriënd de boodschappen in.

De tweede keer dat hij haar wil vermoorden - ditmaal kiest hij voor elektrocutie - heeft hij zijn huiswerk niet gedaan. Hij had van tevoren even moeten kijken hoe lang het snoer is van de föhn - of het apparaat wel tot in de badkuip reikt. Hij stapt de badkamer in, voelt een grijns op zijn gezicht die hij niet eerder heeft gevoeld. En ook hoe vlak voor hij wil werpen achter hem het snoer straktrekt.


'De föhn', stamelt hij. Zij lacht, met veel gebaren: 'Weg met dat ding! Jij ziet ook nooit gevaar!'


De weken die volgen zijn niet bijzonder vrolijk. Ik kan ook niks, denkt hij geregeld. Ik krijg mijn eigen vrouw nog niet eens dood. Dan leest hij over liquidaties in het criminele milieu. Een huurmoord schijnt gemakkelijk te gaan. Als je de juiste mensen kent, het juiste duistere café, hoef je alleen nog maar te betalen.


Het duurt voordat hij het café gevonden heeft. Hij moet de gasten aan hem laten wennen, ze moeten hem zien als een van hen. Op een avond, hij is al maanden bezig, heeft hij genoeg vertrouwen gewonnen. Hij schuift op een kruk naast een undercoveragent en vertelt zijn hele verhaal.


Hij werkt niet tegen als hij wordt opgebracht, maar doet vrijwillig de handen op zijn rug. Alles is mislukt, en dat is afschuwelijk, maar er is ook, als je onder een bepaalde hoek naar de situatie kijkt - zijn vrouw is niet weg, hij is weg bij zijn vrouw - iets wel gelukt, per ongeluk. Met een kalme glimlach kijkt hij door de autoramen naar de huizen die hij zo lang niet meer hoeft te zien.


Vrienden, familie, voormalige collega's - iedereen keert zich van hem af. Behalve zijn vrouw. Ze houdt van hem, in de cel nog meer dan in het echt. Ze belt en schrijft, slaat geen bezoekuur over. Hij kan geen kant meer op als zij hem met haar liefde wil bestoken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.