De Amerikaanse minister Barr vindt dat er ‘niets mis is met een president die om een gerechtelijk onderzoek vraagt’.

profielWilliam Barr

De man die vindt dat de president altijd de baas is

De Amerikaanse minister Barr vindt dat er ‘niets mis is met een president die om een gerechtelijk onderzoek vraagt’.Beeld DOUG MILLS/The New York Times

De Amerikaanse minister van justitie William Barr leek zich ineens af te keren van president Trump. Groot nieuws. Maar nee. Barr blijft de man die vindt dat Trump zo’n beetje alles kan maken.

Het is natuurlijk mogelijk dat Bill Barr meende wat hij zei, afgelopen donderdag. De Amerikaanse minister van Justitie beklaagde zich in een interview met ABC News over de tweets van Donald Trump.

De president had maandag per tweet bij Barr aangedrongen op een lagere strafeis tegen zijn kompaan Roger Stone, die voor Trump heeft gelogen in het onderzoek naar de Russische inmenging in de verkiezingen van 2016. De president had twee dagen later, weer per tweet, Barr gefeliciteerd toen die inderdaad een lagere straf tegen Stone had geëist.

‘Volgens mij is het tijd om te stoppen met twitteren over de strafzaken van het ministerie van Justitie’, zei Barr in het interview donderdag. ‘Zulke uitlatingen maken het mij onmogelijk om mijn werk te doen. Ik laat me niet koeioneren of beïnvloeden door wie dan ook.’

Barrs klacht was groot nieuws. Een belangrijke minister die opstond tegen Trump! Alle grote kranten en tv-zenders brachten berichten met in de kop precies de woorden die Barr had gebruikt. Volgens The Washington Post had Barr zich op zo’n sterke manier onafhankelijk verklaard, dat het hem zijn baan zou kunnen kosten als de belangrijkste wetshandhaver van het land.

Als dat klopt, dan was het inderdaad groot nieuws. Bill Barr, die zijn hele leven al consequent zegt dat de Amerikaanse president de absolute macht heeft en dat iedereen die voor hem werkt daaraan moet gehoorzamen, zet op 69-jarige leeftijd als minister van Justitie ineens tóch een piketpaaltje neer tussen hemzelf en de president. Tot hier en niet verder.

Maar tot waar precies? De verwarrende aanleiding voor Barrs oprisping van opstandigheid was dat hij precies datgene had gedaan wat Trump van hem had verlangd. Wát Trump had getwitterd kan dus het probleem niet zijn geweest, kennelijk was het probleem alleen dát Trump had getwitterd. Barr wil niet meer dat zijn gehoorzaamheid zo duidelijk zichtbaar is.

Het was dan ook geen boodschap aan de president, maar vooral aan de rest van Amerika. Kijk eens hoe onafhankelijk ik ben!

Trump twitterde er niet eens over. ‘De president vond de opmerkingen helemaal niet erg’, zei zijn woordvoerder. ‘Barr heeft het recht, net als iedere Amerikaan, om publiekelijk zijn mening te geven. De president heeft het volste vertrouwen dat minister van Justitie Barr zijn werk doet en de wet handhaaft.’

Want de president weet ook: Barr, een loyale teddybeer, heeft nog nooit een president dwarsgezeten.

Liefde voor sterke presidenten

Zo jong als hij was, hield Billy Barr al van sterke presidenten, zei een voormalige klasgenoot, Garrick Beck, vorige maand tegen The New Yorker. ‘Ik denk dat hij voor Trump werkt omdat hij daar echt in gelooft.’

Barr werd in 1950 geboren in New York in een huis aan de Riverside Drive, een bochtige en glooiende laan die enigszins verhoogd op de Hudson uitkijkt, als tweede van vier zonen in een streng katholiek gezin in de chique maar progressieve Upper West Side. Zijn vader was een schooldirecteur met autoritaire tendensen en een obsessieve hang naar regels en discipline – een van de kinderen met wie hij moeite had, was de zoon van Ruth Bader Ginsburg, die nu rechter is bij het Amerikaanse Hooggerechtshof. Vader Barr, die overigens ook Jeffrey Epstein aanstelde als wiskundeleraar, werd in 1974 door het schoolbestuur gewipt.

William Barr ging aan de nabijgelegen Columbia University studeren en bleef een conservatieve buitenstaander in de steeds radicalere omgeving van New York, eind jaren zestig en begin jaren zeventig. Terwijl zijn medestudenten tegen de Vietnamoorlog protesteerden, liep hij stage bij de CIA. Na zijn afstuderen ging hij als analist bij de geheime dienst werken (net als zijn vader in de Tweede Wereldoorlog), haalde zijn juridische graad en werd juridisch adviseur van de directeur, George H.W. Bush.

Zo bleef hij marineren in conservatieve kringen om in 1982 als jurist in het Witte Huis van Ronald Reagan te gaan werken. Reagans zachtaardige voorganger, Jimmy Carter, had in het kielzog van het Watergate-schandaal de macht van de president en zijn ministers uitgehold door onafhankelijke inspecteurs op ministeries aan te stellen die fraude, corruptie en machtsmisbruik konden onderzoeken. William Barr was een van de jonge Reagan-honden die daar niets van moesten hebben.

Hun antwoord: de eenheidsregering. Volgens die theorie heeft de president een bijna absolute macht en moeten ministers aan hun baas gehoorzamen. Ook de controlerende macht van het Congres moet worden ingeperkt. ‘De president’, schreef Barr in 1989 in een stuk dat zijn geloofsbrief is geworden, ‘is het hoofd van de als één geheel fungerende uitvoerende macht, en heeft de plicht ervoor te zorgen dat de wetten worden uitgevoerd, moet toezicht houden op zijn ondergeschikten, hun werk coördineren en garanderen dat de uitvoerende macht met één stem spreekt.’

Het stuk sloeg ook een agressieve toon aan tegen de volksvertegenwoordigers in het Congres, die menen de president te moeten controleren: ‘Alleen door consequent en krachtig verzet tegen aanvallen van het Congres kunnen de privileges van de uitvoerende macht worden bewaard.’

Als minister van Justitie onder zijn oude CIA-directeur, George H.W. Bush, zette hij die filosofie meteen in daden om door gratie te adviseren voor de zes samenzweerders die betrokken waren geweest bij het Iran-Contra-schandaal, een operatie van de regering-Reagan waarbij wapens werden verkocht aan Iran om de opbrengst te schenken aan het rechtse verzet in Nicaragua, al had het Congres dat met een wet expliciet verboden. Tijdens de hoorzittingen daarover waarschuwde een Democratische volksvertegenwoordiger dat een regering die op eigen houtje denkt te kunnen werken tot een ‘dictatuur’ kan leiden. Nee hoor, zou Barr later zeggen, ‘ik denk dat die Iran-Contra-mensen heel oneerlijk zijn behandeld’.

De grondgedachte is dat een president, en iemand die voor de president werkt, bijna nooit iets fout kan doen. Toen Trump twintig jaar later opnieuw een minister van Justitie zocht, was dat precies de gedachte die Trump wel beviel.

Paapse wortels

Waar komt die filosofie vandaan? Barr lijkt in het hart van de regering een fort te willen optrekken tegen wat hij ziet als moreel verval. Hij is zijn paapse wortels nooit ontgroeid – sterker nog, door zijn lidmaatschap van Opus Dei, de hardkatholieke netwerkorganisatie, is zijn geloof nog sterker vervlochten geraakt met zijn politieke overtuiging – waarbij hij die twee dimensies ook bij de tegenpartij gelijkschakelt: ongelovig = progressief = fout.

Dus waarschuwde hij in oktober vorig jaar in een toespraak bij de katholieke universiteit van Notre Dame in Indiana dat het ‘traditionele joods-christelijke waardensysteem van de Verenigde Staten’ bedreigd werd door de ‘georganiseerde vernietiging door seculieren en progressieven’, die de ‘enorme kracht van massacommunicatie, populaire cultuur, de vermaaksindustrie en academia’ voor hun karretje zouden hebben gespannen. Dat zou af te meten zijn aan drugsgebruik, zelfmoorden en buitenechtelijke kinderen.

Het was een echo van wat hij in 1995 al schreef voor het tijdschrift Catholic Lawyer: ‘We leven in een toenemend seculier tijdperk waarin katholieke advocaten op het slagveld voorop moeten lopen in de strijd tegen ‘wetten die seksuele immoraliteit, obsceniteit en euthanasie moeten inperken’.

Politiek is in Barrs ogen een bijna existentiële strijd. En dus was het ook niet raar toen hij, de hoogste wetshandhaver van het land, in november vorig jaar op het podium in Washington voor zo’n duizend genodigden van de conservatieve Federalist Society, verkondigde dat ‘links oorlog voert, met alle mogelijke middelen, om een eerlijk gekozen regering omver te werpen’.

Daarbij proberen ze maar de hele tijd aan het ‘executive privilege’ te morrelen, zei hij, terwijl ‘het toch echt nodig is dat sommige communicatie geheim blijft voor het Congres en voor het publiek’. Oftewel: laat ons toch. Wij mogen dingen doen waar jullie nooit achter zullen komen.

Open sollicitatie

Barrs open sollicitatie aan Trump was een brief die hij opstuurde aan het ministerie van Justitie in de zomer van 2018, waarin hij schreef dat het onderzoek van Robert Mueller, naar de Russische bemoeienis in de Amerikaanse verkiezingen twee jaar eerder, op een ‘fataal misverstand’ berustte. Volgens hem was ook de hypothese ‘onhoudbaar’ dat een president een onderzoek naar zijn eigen gedrag op een strafbare manier zou kunnen dwarsbomen – omdat een president uiteindelijk de baas is van het onderzoek, en daarmee kan doen wat hij wil.

Jeff Sessions, de toenmalige minister van Justitie, zat al maanden op de schopstoel. Die had de fout gemaakt zich in een vroeg stadium te verschonen van het onderzoek naar de Russische inmenging, waardoor Trump er niet de greep op had die hij wenste. Toen Sessions dat najaar bovendien weigerde, ondanks een bevel van Trump, een onderzoek in te stellen naar een complottheorie over Hillary Clinton (die in ruil voor geld Russische investeerders een Amerikaanse uraniummijn zou hebben laten kopen) was zijn lot bezegeld.

Daarop vroeg The New York Times aan tien voormalige ministers van Justitie hoe zij zouden hebben gehandeld. Slechts een van hen zei dat er ‘niets mis was met een president die om een gerechtelijk onderzoek vraagt’. Dat was Bill Barr. Hij zei dat er meer aanleiding was om de uraniumdeal van Clinton te onderzoeken dan de samenzwering tussen Trump en Rusland. ‘Als het ministerie dat soort zaken niet uitzoekt, dan ontloopt het zijn verantwoordelijkheid.’

Een paar weken later droeg Trump hem voor als nieuwe minister van Justitie.

Hoewel Barr tijdens de benoemingsgesprekken met de Senaat wat gas terugnam en zei dat hij Mueller gewoon zijn werk zou laten doen, maakte hij de verwachtingen een paar maanden later al waar. Nadat Mueller zijn onderzoeksrapport bij hem had ingeleverd, deed Barr een korte samenvatting uitgaan waarin hij de boel voor Trump rooskleuriger voorstelde dan Mueller had geconcludeerd – zozeer dat Mueller zich daar per brief over beklaagde. Barr liet het rapport daarna nog drie weken in een la liggen, zodat Trump kon zeggen dat hij was vrijgepleit. Op de dag dat het rapport uiteindelijk werd vrijgegeven, gaf Barr voorafgaand een persconferentie, waarin hij opnieuw zijn eigen draai kon geven aan Muellers werk, omdat niemand anders het nog had gezien.

Dat ‘spinnen’ van de feiten is een constante gebleken.

Toen Michael Horowitz, de inspecteur-generaal van zijn ministerie, in december verslag uitbracht van een intern onderzoek naar de oorsprong van het Mueller-onderzoek, bleek het niet de coup of heksenjacht die Trump er altijd in had gezien. ‘Er lagen geen politieke bedoelingen aan ten grondslag’, schreef Horowitz. Barr, de verantwoordelijke minister, publiceerde daarop een eigen persbericht, waarin hij suggereerde dat er toch iets mis was, omdat de FBI volgens hem ‘een ingrijpend onderzoek naar een presidentscampagne’ had gebaseerd op ‘flinterdunne verdenkingen’.

Een aanklager, die inmiddels met Barr bezig was met een eigen, strafrechtelijk onderzoek naar de oorsprong van het Mueller-onderzoek, zei zelfs dat hij en Barr het ‘niet eens’ waren met de conclusies van Horowitz.

Dat is een tweede constante: dat Barr graag speurt naar zaken waarvan Trump vindt dat ernaar gespeurd moet worden.

Zo werd Barr ook genoemd in het telefoongesprek dat Trump in juli voerde met zijn Oekraïense collega Volodymir Zelenski, dat aanleiding was voor de impeachmentprocedure tegen de president. Trump zei toen dat Zelenski best met Trumps persoonlijke advocaat Rudy Giuliani, óf met Barr kon bellen om verder af te spreken hoe zij Joe Biden zouden kunnen schaden. Barr heeft ontkend dat hij daarbij betrokken was. Lev Parnas, de ritselaar die het loopwerk deed, heeft echter ook gezegd dat Barr ‘overal van op de hoogte was’.

Inmiddels heeft Barr gezegd open te staan voor Biden-dirt die wordt aangeleverd door Giuliani. Nu de Oekraïense route is doodgelopen, stapt Giuliani gewoon naar het Amerikaanse ministerie van Justitie.

Als Barr nu zegt dat hij niet lastiggevallen wil worden door de tweets van Trump, lijkt hij eigenlijk te bedoelen dat hij de tweets van Trump helemaal niet nodig heeft om te weten wat die wil.

Daar leek Trump ook op te wijzen toen hij vrijdag alsnog reageerde op Barrs uitspraak. ‘Barr zegt: de president heeft me nooit gevraagd iets te doen aan een strafzaak. Maar dat betekent niet dat ik, als president, niet het recht heb dat te doen, want dat heb ik, alleen heb ik dat tot dusver nooit gedaan!’

Voor vijf aanklagers op het ministerie van Justitie, die betrokken waren bij de zaak tegen Roger Stone, was de boodschap deze week duidelijk: zij trokken zich terug of namen ontslag. Zij hebben van dichtbij gezien waar Barr zich door laat leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden