De man die Spanje ging redden Jorge Semprun kijkt terug op zijn politieke avontuur

Toen Wim Kayzer in 1988 in het kader van zijn imposante televisie-vierluik Nauwgezet en wanhopig de Spaanse auteur Jorge Semprun interviewde, onderbrak deze plots het gesprek vanwege een dringende afspraak....

Maar de vreugde bleek van korte duur. Als onafhankelijke minister in de regering van Felipe González stuitte Semprun bij zijn collega's op een muur van wantrouwen en onbegrip. Begin 1991 waren de spanningen zo hoog opgelopen dat Semprun gedwongen werd zijn ontslag in te dienen.

Een schrijver die een blauwtje loopt in de politiek wijdt daar natuurlijk een boek aan. Het zojuist vertaalde Federico Sánchez groet u verscheen in 1993 in Frankrijk. Semprun, die zowel in het Spaans als in het Frans heeft gepubliceerd, koos voor de laatste taal om meer afstand te kunnen nemen van de gebeurtenissen. Bovendien dwong het hem zijn materiaal te schiften: nu hij zich in eerste instantie tot Franse lezers richtte, moest hij zijn relaas ontdoen van anekdotes en verwijzingen die alleen aan Spaanse lezers besteed waren.

Wat zijn politieke avontuur betreft is de schifting zeker geslaagd. Semprun beperkt zich tot de belangrijkste aspecten van zijn ministerschap en legt een grote integriteit aan de dag: goedkope roddels en rancuneuze achterklap ontbreken. Dat betekent niet dat hij zijn politieke tegenstanders met fluwelen handschoenen aanpakt. Met name Alfonso Guerra, in 1988 nog vice-premier, moet het flink ontgelden. Semprun trakteert de lezer op een keur van argumenten om zijn afkeer van deze 'satraap en demagoog' te illustreren.

Buiten Spanje is Alfonso Guerra vooral bekend geworden vanwege zijn broer Juan, die vanuit een regeringskantoor in Sevilla duistere zakelijke transacties verrichtte. Minder bekend is dat Alfonso sinds jaar en dag een sleutelrol vervult in de Spaanse socialistische partij, de PSOE. Na de socialistische overwinning in 1982 verdeelden Gonzáles en Guerra de taken: Felipe werd premier en Alfonso kreeg de leiding over het partijapparaat, dat hij volgens Semprun prompt 'bolsjewiseerde'. Overdreven of niet, feit is dat Semprun zijn politieke lot bezegelde toen hij publiekelijk meer openheid in de partij bepleitte.

Boeiend zijn de passages waarin de gecompliceerde verstandhouding tussen González en zijn 'alter ego' Guerra wordt beschreven. Ondanks tal van vaak diepgaande meningsverschillen, rusten beider handen op cruciale momenten steevast op één buik, zo laat Semprun zien.

De affaire-Juan Guerra vormt voor Semprun aanleiding zich te bezinnen op de dieper liggende oorzaken van de corruptie in Spanje. Volgens hem heeft die vooral te maken met het uitblijven van een protestantse reformatie, waardoor Spanje 'zijn intrede in de nieuwe tijd is misgelopen'. Het gevolg is dat de bevolking een picareske levensstijl en een ambivalente houding tegenover geld heeft ontwikkeld: fascinatie en afschuw wisselden elkaar voortdurend af. Tijdens de Franco-dictatuur werd door toedoen van de religieuze Opus Dei-beweging geld opeens 'een eerbaar begrip', wat volgens Semprun tot de morele ontaarding van de Spaanse elite heeft geleid.

Ook de vreedzame overgang naar de democratie zet Semprun aan tot reflectie. De 'beschermende werking' van het Frans ten spijt, richt hij zich daarbij rechtstreeks tot zijn landgenoten. Wil de Spaanse democratie zich consolideren, dan moet het land af van het vrijwillige geheugenverlies over de inzet van de burgeroorlog en de gebeurtenissen eindelijk eens verwerken.

Had Semprun dit soort zaken op het oog toen hij Kayzer toevertrouwde dat hij Spanje ging redden? De opmerking blijft onvermeld in deze memoires, maar Semprun toont zich buitengewoon teleurgesteld dat hij in politieke zin zo weinig in de melk te brokkelen heeft gehad. Op cultureel gebied kreeg hij wel het een en ander gedaan, maar dat zal weinig niet-Spaanse lezers iets zeggen. Veel aardiger zijn de anekdotes over vooraanstaande buitenlandse gasten, die onder zijn leiding culturele uitstapjes kwamen maken.

Zo barstte koningin Elizabeth in 1988 in woede uit toen ze het pas gerestaureerde schilderij Las meninas van Velázquez zag. De schoonheid van het doek liet haar blijkbaar koud toen ze de directeur van het Prado-museum toebeet: 'Waarom gaan mijn Gainsboroughs bij de minste of geringste aanraking aan flarden en kan uw Velázquez ongestraft worden behandeld?' Helaas zwijgt Semprun over zijn aanvaring met Nobelprijswwinnaar Cela. Als jurylid van de Premio Cervantes, de 'Spaanse Nobelprijs', gaf hij niet toe aan de druk van de media om Cela de prijs toe te kennen. De monumentale ruzie die volgde was zeker ook een nadere beschouwing waard geweest.

Om zijn memoires literair wat meer cachet te geven, doorspekt Semprun zijn relaas met de meest uiteenlopende herinneringen. Soms levert dat interessante passages op, zoals wanneer hij zijn verblijf in het concentratiekamp Buchenwald of zijn botsingen met de Spaanse communistische partij ter sprake brengt. Maar niet alle terzijdes zijn even boeiend. Het fragment over zijn vriendschap met Hemingway doet nogal koket aan en bijna pathetisch is de passage waarin hij tot in den treure herhaalt dat hij zo teleurgesteld was over een ontmoeting met Václav Havel, met wie hij slechts wat holle frasen kon wisselen.

Federico Sánchez groet u mag dan geen literair hoogstandje zijn, Semprun heeft wel een indringend beeld weten te schetsen van zijn verblijf in de turbulente Spaanse politieke arena. De integere en doordachte wijze waarmee hij te werk is gegaan, dwingt bewondering af.

Jorge Semprun: Federico Sánchez groet u. Uit het Frans vertaald door Ineke Mertens. Ambo, ¿ 39,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden