De man die op geen enkele lijst staat

Argentinië is 25 jaar na de staatsgreep een schizofreen land. De Vuile Oorlog is verworden tot een instituut en de dictatuur van Videla een repeterende breuk....

De besnorde vijftiger proeft de naam zorgvuldig. 'Máxima. Ma-xi-ma'. Na een lange denkpauze klaart zijn gezicht op. Hij heeft het gevonden: ', dat is een pensioen verzekering!'

Ga op een druk trottoir in Buenos Aires staan en vraag de mensen naar de meest becommentarieerde Argentijnse in de Lage Landen. Het is niet de naam die op ieders lippen ligt. Máxima is voor de bewoners van deze stad een levensverzekering, op billboards en straatnaamborden. Een heel enkele keer stuit je op iemand die zich spontaan 'dat meisje dat met een prins gaat trouwen' herinnert.

Nee, dé romance waarover de meest mondaine hoofdstad van Zuid -Amerika praat, is die van Carlos (73) en Cecília (35). Hij is ex-president (Carlos Saul Menem) met de allure van een vorst en zij is ex-Miss Universe, dus ook een beetje koninklijk. Hij is steenrijk; boze stemmen spreken over een miljard dollar persoonlijk fortuin na de afgelopen tien jaar presidentschap. Zij is mooi, blond en Chileens en - dat zeggen weer andere boze stemmen - ze doet het voor het geld. En hij vermoedelijk om in het nieuws te blijven.

Argentinië windt zich niet op over de andere blondine. Nog niet althans. In de kolommen van Gente (Mensen) en Caras (Gezichten) legt Máxima het af tegen de ex-voetballer die zijn zoon verloor in een auto-ongeluk, vakantievierende acteurs en actrices op de jetset-stranden van Uruguay, ex-tennisster Sabatini met haar vriendin en natuurlijk het liefje van de bejaarde ex-president.

Voor de serieuze kranten is de criollísima (aldus Gente) Máxima niet meer dan een berichtje op een binnenpagina. Tot eind vorige maand Clarin, 's lands grootste dagblad, uitpakte. En wat blijkt? De Argentijnen begrijpen net zo weinig van Nederland als de Nederlanders van Argentinië.

Want Clarin meldt dat het Nederlandse parlement het huwelijk vermoedelijk zal blokkeren en dat Willem-Alexander vervolgens afstand doet van de troon. 'Zijn onderdanen vergeven Máxima het dictatoriale verleden van haar vader niet.' Volgens Clarin, die de wijsheden over het exotische koninkrijkje rapporteert vanuit Londen, wil 'geen enkele parlementariër dat koningin Beatrix de ceremonie viert in gezelschap van de vader van de bruid.'

Militant links geniet in stilte. Ex-guerrillero Ignacio Velez, werkzaam in de mensenrechtensector, bekent dat hij 'diep geroerd' was toen hij van het bordesdebat hoorde. De Moeders van Plaza de Mayo zijn ook bijzonder content met de Nederlandse opwinding over de 'collaborateur van een misdadig regime'. De rest van Argentinië, voorzover men al op de hoogte is, vindt de consternatie over een man 'die op geen enkele lijst staat' vreemd of vermakelijk.

'Zorreguieta wordt niet gerespecteerd. Hij is een nn. Niemand kent hem', briest Graciela Romer, behalve opiniepeiler ook een dynamische netwerker en iemand die 'tout' Buenos Aires kent. Het is een dodelijk vonnis. nn (Nomen Nescio) staat voor anoniem. Maar de uitdrukking echoot het verleden met duizenden naamloze lijken die als nn werden afgeleverd bij de kerkhoven.

Irritatie is wat je oogst als je politieke analisten in Buenos Aires vraagt naar de staatssecretaris en de vuile oorlog. Sommigen weigeren ronduit iets over 'die' Zorreguieta te zeggen. 'Alweer?' Er valt immers niets te melden. De verslaggever uit Nederland krijgt veel tegenvragen: hebben jullie regeringsfunctionarissen uit de nazi-tijd dan wel veroordeeld? Waarom hebben jullie kritiek op ons, maar zwijgen jullie over de Russen in Tsjetsjenië? Of waarom boycotten jullie niet Ameri kaanse ex-regeringsfunctionarissen die waren betrokken bij Vietnam? En: wat is het werkloosheidspercentage bij jullie?

'Jullie kunnen je de luxe van zo'n discussie veroorloven', concludeert Graciela Romer. Mensenrechten is een 'postmaterialistisch the ma' en dus een 'derdegraads eis' bij haar ondervraagden. De reden is eenvoudig: eerst komt het eten en dan de moraal. Er is een economische crisis die het land al drie jaar geselt, schrijnende werkloosheid en eenderde van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Voor Argentinië, ooit een van de tien rijkste landen ter wereld, is d t het grote drama. Daarbij vallen de schietgrage politie, de onopgehelderde bomaanslagen, de gestolen baby's en de Dwaze Moeders in het niet. Werkloosheid, corruptie, en de crisis in de gezondheidszorg vormen de topdrie van problemen die de Argentijnen bezighouden.

Argentinië ligt lichtjaren voor op de rest van het continent als het gaat om de verwerking van het gruwelijke verleden. Het is het enige land in Latijns-Amerika waar de hoogste commandanten veroordeeld zijn in een proces en waar de chef van de landmacht zich ooit heeft geëxcuseerd. Zelfs de Argentijnse katholieke kerk heeft, onder druk van de paus weliswaar, verontschuldigingen aangeboden voor haar enthousiaste steun aan de militairen.

Nergens werden ook zo veel schadevergoedingen uitgekeerd (700 miljoen dollar) en nergens heb je zo veel originele vormen van verzet. De Dwaze Moeders met hun hoofddoekjes die nog steeds iedere donderdag hun rondjes lopen, zijn de bekendste. Daar kwamen De Grootmoeders bij, die met spionage en een dna-databank proberen de baby's te traceren die in de gevangenissen werden geboren en vervolgens gestolen. De jonge generatie, vaak kinderen van slachtoffers, verenigde zich in hijos (Zonen). De militante jongeren stellen zich tot doel de nn's van het regime te ontmaskeren, de naamloze folteraars en andere collaborateurs met bloed aan de handen. Ze organiseren luidruchtige protesten op de stoep bij hen thuis of op het werk. Als justitie hen niet veroordeelt, moet de maatschappij het doen, zeggen de jongeren.

Want dankzij amnestiewetten die nu volop ter discussie staan ontsnapten naar schatting duizend collaborateurs aan rechtsvervolging. De veroordeelde geuniformeerden, inclusief de commandanten, kwamen vrij dankzij een presidentieel pardon. Al jaren proberen mensenrechtenadvocaten mazen in de wet te vinden om hen wederom achter de tralies te krijgen. De babyroof, niet genoemd in het pardon, is er een. Op grond daarvan zit nu ruim een dozijn geuniformeerden opnieuw in voorarrest. Onder hen ex-dictator Videla en juntalid Massera, algemeen gezien als de naargeestigste van het stel. En het laatste initiatief van de mensenrechtenadvocaten is de campagne om de amnestiewetten ongeldig te laten verklaren. Een lagere rechter bepaalde onlangs dat twee wetten uit 1986 en 1987 in strijd zijn met de Argentijnse grondwet. Mensen rechtenactivisten bereiden nieuwe aanklachten voor tegen militairen.

Het generaalsregime had veel nn's. Burgers om te beginnen. De radicale partij, die traditioneel in Argentinië opkomt voor de mensenrechten, leverde bijvoorbeeld veel burgemeesters. En de latere president Alfonsin, die de processen tegen de militairen decreteerde, zou zelfs onderhandeld hebben over een baan als premier onder het regime. 'Alle politieke leiders spraken en onderhandelden met het regime', zegt politiek analist Felipe Noguera.

Tijd en kennis veranderen het perspectief. Analist Rosendo Fraga: 'Met de kennis van nu beoordelen we het verleden anders. Als we geweten hadden van de Amerikaanse napalmbombardementen op Viet nam, had het Congres toen vermoedelijk anders gereageerd op die oorlog'.

Pas het toe op Argentinië. Het Argentijnse regime verzorgde zijn pr goed. Er waren geen massale executies (dacht men); Videla beloofde de terugkeer van de democratie en zelfs de communistische partij was niet verboden. Geen enkel land heeft de betrekkingen met Argentinië verbroken en ook de Verenigde Naties hebben Argentinië nooit veroordeeld.

'Wat nu heel vreselijk is, leek dat in die tijd nog niet', analyseert Ricardo Gil Lavedra, een van de rechters die Videla destijds tot levenslang veroordeelden. 'Wij hadden vaker militaire presidenten gehad. En eigenlijk zijn wij altijd promiscue geweest met autoritaire regimes, in tegenstelling tot de rechtlijniger Nederlanders.'

Het kost geen enkele moeite in Buenos Aires burgers tegen te komen die destijds een belangrijke post hadden. Paula's vader was diplomaat. Hij werd ideologisch fout bevonden en raakte zijn baan kwijt. Haar oom, eveneens diplomaat, gebeurde bijna hetzelfde. Hij stond op de lijst van Ongewenst, maar een oude schoolmaat nam het voor hem op. 'Dat is een goede man.' Na een jaar verplicht frobelen op de bibliotheek kwam de oom weer in de actieve dienst terecht. Hij moest een regime verdedigen dat niet te verdedigen viel. Een paar jaar geleden stierf hij, en hij heeft nooit een woord willen zeggen over wat hij beschouwde als de zwartste periode uit zijn carrière.

Zijn familie is eensgezind: het was goed dat technocraten het regime hielpen. Noem het vaderlandsliefde. 'Ik moet er niet aan denken dat militairen over de landbouw of de economie zouden zijn gegaan. Dat was pas erg geweest, want daarvan hebben ze helemaal geen verstand', zegt een aangetrouwde neef.

Een hoge post tijdens het generaalsbewind blijkt een glanzend vervolg van de carrière niet in de weg te staan.

Paula's oom, de diplomaat, bracht het onder de militairen tot staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, een post met aanzienlijk meer gewicht dan die van Zorreguieta. Alfonsin, de eerste burgerpresident, piekerde er niet over om hem in ballingschap naar de bibliotheek te sturen. Hij promoveerde hem tot ambassadeur in Japan.

En neem Domingo Cavallo, tijdens het regime directeur van de centrale bank. Menem, de ex-president op vrijersvoeten, koos de econoom als zijn minister van Economische Zaken. Pikant detail: Menem is zelf slachtoffer van het regime geweest; hij zat vijf jaar vast. In de laatste verkiezingen voor het burgemeesterschap van Buenos Aires behaalde Cavallo een respectabele 33 procent. Als hem iets uit het verleden euvel wordt geduid, is dat zijn asociale economisch beleid; zijn band met het militaire regime veel minder.

Veroordelen Argentijnen collaborateurs dan niet? Ja, maar ze leggen de lat veel hoger dan wij. De afschuw geldt commandanten, folteraars, artsen die meehielpen. Oftewel mensen die direct bij de repressie betrokken waren. De amnestie van de commandanten lokte een massale protestdemonstratie uit. Meer dan 70 procent van de bevolking was tegen, bleek in een opiniepeiling.

Videla vertelde jaren geleden in een interview dat hij de straat niet meer op kon omdat hij werd uitgejouwd en bespuugd. Toen hij een keer zijn rijbewijs moest verlengen, weigerde het personeel hem discreet in een kamertje achteraf te helpen. Hij moest in de rij en moest zich beschimpingen - moordenaar, boef - laten welgevallen.

Massera wilde jaren geleden een vliegticket kopen. De werknemer van de luchtvaartmaatschappij weigerde hem deze dienst te verlenen. Suarez Mason, ook ex-juntalid, was lid van de voetbalclub Argentina Juniors. Hij werd door de ledenvergadering geroyeerd. Het medisch tuchtcollege schorste artsen die hielpen bij martelingen. En iedere keer als er een geuniformeerde met een duister verleden wordt voorgedragen voor promotie, zijn er protesten die meestal resulteren in ontslag of vervroegde pensionering van de betrokkene.

Er is een groot verschil in bewustzijn tussen de achtergebleven provincie en de steden. Generaal Bussi, die de repressie in de suikerprovincie Tucuman leidde, werd door zijn kieskring anderhalf jaar geleden in het parlement gekozen. Maar in Buenos Aires moesten ze hem niet: het parlement accepteerde zijn geloofsbrieven niet en hij moest zijn zetel opgeven.

Naar schatting 90 procent van de nu actieve militairen had niets te maken met de dictatuur. Het gevolg is dat geuniformeerden met bloed aan de handen zelfs binnen de eigen beroepsgroep niet meer hoeven te rekenen op begrip. Een paar jaar geleden probeerde een van hen aan arrestatie te ontkomen door een militair pand binnen te vluchten. Hij werd het gebouw uitgezet en de deur ging op slot.

Afgelopen jaar weigerde het politieziekenhuis een folteraar met hartproblemen. De man zat in voorarrest en moest geopereerd worden. Ook gewone ziekenhuizen hadden hem geweigerd. Pas toen de man in levensgevaar verkeerde en de rechter de artsen dreigde met een proces wegens - o ironie - schending van de mensenrechten, werd er een operatietafel in het politieziekenhuis in gereedheid gebracht. Maar post-operatieve zorg weigerden de artsen opnieuw.

Veel Argentijnen voelen zich in stilte medeplichtig aan wat er is gebeurd. De coup in 1976 werd namelijk verwelkomd door het gros van de bevolking, inclusief de kerk en progressieve media. Het land was een chaos door hyperinflatie, terreur van linkse guerrillero's en een bloedig antwoord van rechtse doodseskaders. Men dacht opgelucht dat de militairen orde op zaken zouden stellen, zoals in de voorgaande decennia steeds was gebeurd. Toen het anders uitpakte, keek men een andere kant uit. Men wist van niets of men wilde van niets weten. En wie niet in linkse kringen verkeerde, merkte ook niet veel. De repressie was tenslotte selectief: het waren guerrillero's, vakbondsleden, linkse leiders en activisten die verdwenen.

De selectieve waarneming werd gestimuleerd door de dubbele werkelijkheid die Videla en de zijnen creëerden. Er waren geen lijken en de militairen ontkenden alles categorisch. In een net verschenen biografie legt Videla uit waarom de junta had gekozen voor verdwijningen. 'Fusilleren kon niet... De Argentijnse gemeenschap had dat niet aangekund. Daarover waren we het allemaal eens.' De commandanten hadden overwogen dodenlijsten uit te geven. Maar 'dan zouden de vragen komen waarop geen antwoord kon komen. Wie heeft hen gedood? Waar? Hoe?', aldus Videla.

Achteraf bekeken weten we dat de meeste vermisten eind 1977 en begin 1978 om zijn gebracht. Het gebeurde geruisloos. 'Het gerucht dat de ronde deed, was dat de vermisten in de provincie werden vastgehouden. Er waren weinigen die echt wisten wat er gebeurde', aldus oud-rechter Gil Lavedra. De angst voor de guerrilla en de propaganda van de militairen maakten dat velen geloofden dat 'de gevangenen' schuldig waren.

De Dwaze Moeders demonstreerden. Carter, toen president van de Verenigde Staten, stuurde onderzoeksmissies en protesteerde. Corres pondenten schreven over de repressie; ambassades sluisden asielzoekers door. Maar in Argentinië was een muur van stilte. De militairen hadden de media volledig onder controle. De twijfel bleef lang. 'Pas in 1979 begon het tot de bevolking door te dringen wat er aan de hand was', stelt Horacio Verbitsky, oud-guerrillero en tevens voorzitter van een mensenrechtenorganisatie. Reden? De propagandamachine was een carrousel die soms slachtoffers ziende dol draaide.

Neem de wk-zege in 1978 die het land in euforie onderdompelde. Verbitsky herinnert zich de middag van de finale. De straten waren een deinende, feestende massa. Hij was zoals alle zondagen op pad met twee kinderen van een vriend, een bekende ex-guerrillero die door de militairen thuis was geëxecuteerd toen hij zich verzette tegen zijn arrestatie. Diens echtgenote en de twee kinderen (van 1 en 4 jaar) verdwenen bij dezelfde overval. Oma (van vaders kant) had dankzij haar contacten en intensief lobbyen de kinderen losgekregen.

De kinderen wilden ook een haarband in de kleuren van de Argen tijn se vlag en juichten mee met de feestvierders. Toen Verbitsky de kinderen weer bij de moeder van zijn vriend afleverde, stond zij in de voordeur. Zij pakte de haarband en deed hem om. Met opgeheven armen maakte ze een vreugdedansje op straat. 'Opdat de hele wereld kan zien dat hier geen rivieren van bloed stromen', riep ze. Haar zoon was acht maanden daarvoor vermoord en iedereen, inclusief zij, kende de toedracht. Verbitsky: 'Het geeft aan hoe effectief de propaganda was.'

Het collectief bewustwordingsproces verliep met schokken en is nog steeds gaande. Meteen na het Falkland-debacle in 1982 kwam het eerste massagraf op televisie. De militairen probeerden tevergeefs de uitzendingen te verhinderen, maar ontdekten dat zij hun greep hadden verloren. En in 1983 kozen de Argentijnen Alfonsin, de kandidaat die een proces tegen de militairen had beloofd, als hun nieuwe president. Diens eerste daad was de installatie van een onderzoekscommissie. De gerespecteerde schrijver Ernesto Sabato kreeg de leiding.

Vijftigduizend getuigenissen van slachtoffers en hun familieleden ver werkte de commissie. Het eindrapport, dat de titel Nunca Mas (Nooit Meer) meekreeg, is na de Bijbel het meest verkochte boek in Argentinië. Het is een feitelijk relaas met een namenlijst van slachtoffers, beroep en leeftijd, met plattegrondjes van concentratiekampen en beschrijving van martelpraktijken. Zelfs met alle voorkennis van nu is het lectuur waarbij je adem in de keel stokt.

Maar Argentinië was een gepolariseerde samenleving. Er waren in 1984 nog steeds veel mensen die het niet konden geloven. Zij zagen in het rapport een communistische propagandastunt, een veronderstelling die moeilijk nog te verdedigen viel toen het monsterproces tegen de militairen begon. Dat was het jaar daarop.

Gil Lavedra was een van de zes rechters. Hij was 34 jaar oud en moest Videla, toen 60, berechten. Hij werd bedreigd 'zoals iedereen'. Maar hij was niet bang, zegt de ex-rechter. 'Als je ervoor staat, dan handel je.'

In zijn werkvertrek aan de Avenida Corrientes, het Broadway van Buenos Aires, staat een zwart-wit foto met ernstig kijkende, meest jonge, rechters in toga. Het statieportret van de hoop der natie. Lave dra: 'We waren heel erg overtuigd dat we het proces tot een goed einde moesten brengen om Argentinië zijn waarden terug te bezorgen.'

De militairen hadden na de vernederende capitulatie in de Falk land-oorlog overhaast de macht overgedragen en dus waren er geen afspraken zoals elders in Latijns-Amerika over de overgang (lees: geen rechtsvervolging). In hun eigen ogen hadden zij alles goed gedaan; zij hadden definitief afgerekend met de linkse guerrilla en eigenlijk verdienden ze een hommage van het Argentijnse volk. De generaals spraken over medailles, maar Alfonsin had zijn kiezers een proces beloofd en dat kwam er. Per decreet.

'De situatie was gespannen', herinnert Lavedra zich. Een handjevol burgers die zelf in eigen land gloriërende ijzervreters wilden berechten? Het gebeurde op de vleugels van de collectieve verontwaarding en de schaamte over het imago van Argentinië, dat door de Argentijnen zelf hardnekkig gezien wordt als anders en superieur aan de rest van het continent.

'We hebben hen berecht op grond van de bestaande wetgeving', zegt de ex-rechter trots. 'We deden iets wat in de wereld niet was vertoond, noch is herhaald.' Een voor een gaat hij ze af: de processen tegen de nazi's werden gehouden door de geallieerden die hen hadden overwonnen. Het proces tegen de Griekse kolonels werd gesteund door de militairen en het tribunaal was militair. De Rwanda- en Joe go slavië-tribunalen zijn een initiatief van de internationale gemeenschap. En wat er in Spanje, Portugal of Oost-Europa is gebeurd, is gekrabbel in de marge.

Een rijk leven ligt inmiddels achter hem; hij was sindsdien rapporteur martelingen voor de vn en het afgelopen jaar minister van Justi tie. Maar de huiver over wat hij als jeugdig magistraat destijds in de rechtszaal hoorde, is niet gesleten. Het was veel 'systematischer, wreder en omvangrijker' dan hij zich had durven voorstellen, zegt hij.

De processen duurden twee jaar. Alfonsin dacht dat de honger naar gerechtigheid met de veroordeling van de belangrijkste commandanten was gestild. Maar de rechters gingen voort met de wet in de hand. Lavedra zat volop in de processen tegen de hoogste politiecommandant toen Alfonsin op de rem trapte. Middels twee wetten, die onder druk van de militairen door het parlement werden gejaagd, werden de processen stopgezet. Honderden verdachten werden vrijgelaten. Me nem, die Alfonsin opvolgde, kwam snel met nog twee amnestiewetten. En het eindresultaat was dat iedereen weer vrij was.

Hij was tegen, zegt de ex-rechter. Maar: 'Het was het beste wat we er op dat moment van konden maken.' Argentinië daarom bekritiseren is onterecht. Alle landen worstelen met overgangssituaties. 'Frankrijk, Spanje... ze hebben ook hun amnestiewetten.' Hij vindt niet dat er genoeg recht is gedaan. Maar op de vraag of hij voorstander is van het ongeldig verklaren van de destijds afgedwongen amnestiewetten moet hij bijzonder lang nadenken. Hij gelooft niet dat de Argentijnse democratie na 25 jaar zo' n polemisch debat aankan, concludeert hij uiteindelijk. Er klinkt spijt in zijn stem. Bij het afscheid, als het notitieblokje allang dicht is, wil hij het toch kwijt. 'Met mijn hart ben ik voor, maar mijn verstand zegt nee.'

De staatsgreep is 25 jaar geleden. Je kunt een kast vullen met reconstructies en studies die sindsdien over de dictatuur zijn verschenen. Vele waren bestsellers. Er komt bijna ieder jaar een film uit die speelt in de dramatische dagen en de best verkopende popbands zingen over een repressie die zij niet hebben meegemaakt.

De 'vuile oorlog' is een instituut geworden. De Grootmoeders krijgen tegenwoordig overheidssubsidie en willen de Nobelprijs. En de Moeders - de radicale helft - exploiteren een boekhandel met koffie shop op een a-locatie, waar pelgrims en pseudo-revolutionairen hun bewondering kunnen neerpennen in een gastenboek. De echte revolutionairen kunnen er lezingen geven, want met fondsen van onder meer de Socialistische Internationale hebben de Moeders ook een (volks)universiteit.

Al jaren heeft Argentinië een staatssecretaris voor Mensenrechten en binnenkort kun je door alle registers van doden, vermisten en arrestaties heen surfen. Een electronische databank over de dictatuur is het nieuwste ambitieuze voornemen van het staatssecretariaat.

Maar toch. Toch is er na alle jaren geen duidelijkheid over de basisfeiten. Neem het aantal slachtoffers. In geen enkel Latijns-Amerikaans land is daarover overeenstemming omdat er altijd families zijn die dode geliefden niet willen melden. Maar nergens is er zo'n gapend gat als in Argentinië. De officiële onderzoekscommissie kwam uiteindelijk uit op bijna elfduizend; mensenrechtengroepen, inclusief coryfeeën als Nobelprijswinnaar Perez de Esquivel, houden stug vast aan dertigduizend. Publiekelijk althans. Privé geven sommigen toe dat de dertigduizend, een schatting uit begin jaren tachtig voordat het onderzoek begon, 'niet haalbaar' is.

De strijd over de cijfers heeft veel weg van een ideologische terreur. Medisch antropoloog Alejandro Inchaurregui, betrokken bij alle opgravingen van massagraven, wordt door De Moeders en De Groot moeders uitgemaakt voor 'een verrader' als hij de dertigduizend onrealistisch noemt. 'Uit respect en medelijden durven de meeste mensen De Moeders niet tegen te spreken', weet Inchaurregui. Hij gelooft, op grond van jarenlange dossiersstudie, dat het aantal slachtoffers mogelijk minder dan tienduizend is. Je had niet alleen 'onderregistratie', maar ook 'overregistratie'. 'Sommige vermisten doken in de weken na de dictatuur weer op en families namen niet de moeite hen weer af te melden bij de commissie. De eerste lijst is nooit meer gecheckt.'

Een soortgelijk taboe bemerkt hij bij begrafenissen. Veel families aan wie hij de resten van hun geliefden na zoveel jaar kan overdragen moffelen het linkse politieke verleden van het slachtoffer weg. Het zijn arbeiders, journalisten of andere harde werkers en over de rest zwijgt men. Alsof ze bang zijn rechts in de kaart te spelen met de erkenning dat het 'mensen waren die voor hun idealen streden en stierven', zegt de antropoloog.

Inchaurregui kwijt zich al meer dan een jaar van een monnikenbaan: hij neemt het archief door van de geheime dienst van de politie van Buenos Aires. In opdracht van generaal Bignone, de laatste juntaleider, werden in 1983 alle archieven verbrand. Maar cruciale archieven, zoals die van de vele geheime diensten, en geheime dossiers van de federale politie blijken nog steeds te bestaan. Door een samenloop van omstandigheden kreeg Inchaurregui een voet tussen de deur.

De versie van de mensenrechtengroepen - blinde staatsterreur tegen onschuldige mannen, vrouwen en kinderen - gaat aan diggelen. Uit het archief blijkt dat de repressie 'uiterst selectief' was, uitsluitend tegen linkse activisten. En alle beoogde slachtoffers waren zorgvuldig in kaart gebracht. Inchaurregui kan zijn boodschap - dat er wel degelijk sprake was van een oorlog tegen links - niet kwijt bij de achterban. 'De waarheid is altijd revolutionair', zegt hij.

Ook ex-guerrillero's spreken zonder veel gêne over 'een oorlog', eentje die zij verloren hebben. Zo ver wil ex-guerrillero Ignacio Velez niet gaan. Hij is kabinetschef van de staatssecretaris Mensenrechten, op zijn beurt ook een voormalige rebel. Toch constateert ook hij dat mensenrechtengroepen 'de activisten hun politieke identiteit ontzeggen'. Maar niemand die de waarheid nog weten wil, lijkt het. 'Er is geen enkele politieke wil om te achterhalen wat er is gebeurd', zegt Velez.

Hij hoort bij klein links in een regering die wordt gedomineerd door de radicalen van Alfonsin. Kortgeleden zaten hij en zijn baas bij de minister van Defensie. Op de lijst van nieuwe benoemingen hadden ze namelijk twee verdachte types gesignaleerd, beschuldigd van mensenrechtenschendingen tijdens de vuile oorlog. Wat zegt de minister? 'Dat hij op morele en ethische gronden achter zijn besluit blijft staan.' Hoe we zo'n uitdagende verklaring moeten lezen? Velez: 'De regering geeft de militairen te kennen dat ze wat haar betreft niets te vrezen hebben.'

Argentinië herdenkt de staatsgreep, op 24 maart. In Buenos Aires kondigen posters een mars en optreden van bekende zangers aan. Er zijn 'dertigduizend redenen om naar het Plaza de Mayo te komen', wordt de Argentijnen voorgehouden. In de media is het debat opgelaaid over wat er eigenlijk herdacht moet worden. Is het niet tijd voor links om zelfkritisch te worden en haar deel van de schuld van wat er in 1976 is gebeurd op zich te nemen?, vraagt 's lands bekendste guerrillero zich af. De bekendste grootmoeder in haar repliek: 'Het was staatsterreur tegen onschuldige mannen, vrouwen en kinderen.'

In het archief van La Plata graaft Alejandro Inchaurregui in stilte verder. 'Zonder vermisten was het een andere dictatuur geweest', mijmert hij. Nu is de dictatuur een repeterende breuk. Het verleden kan niet worden afgesloten want iedere dag begint de zoektocht naar waar 'zij' gebleven zijn opnieuw. De vermisten zijn een trauma dat binnen een familie van generatie op generatie wordt doorgegeven. En iedere onthulling is als een steen in een stille vijver. De medisch antropoloog: 'Zonder het te willen hebben de militairen dat effect zelf opgeroepen.'

Inchaurregui is net weer een half dozijn nn's op het spoor gekomen. Slachtoffers en daders. Nee, met mensen als Zorreguieta houdt hij zich niet bezig. Dat is een te kleine vis. Martelaars, ontvoerders, kortom kandidaten voor strafvervolging hengelt hij uit het archief. Maar nn's als Zorreguieta zouden eveneens moeten worden bestraft, vindt hij. Zij zijn politiek en sociaal schuldig en dat moet doorklinken in de straf. Een boycot bijvoorbeeld. Inchaurregui: 'De wet zou moeten verbieden dat zij ooit nog een openbaar ambt bekleden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden