De man die een darm kweekte

Topbladen publiceren steevast over de ontdekkingen van Hans Clevers en zijn stamcelgroep. Zoals het kweken van darm...

‘Zeker, ik word met enige regelmaat benaderd, maar de kans dat ik naar het buitenland vertrek is klein; ik heb het hier naar mijn zin’, zegt Hans Clevers (1957) van het Hubrecht Instituut in Utrecht. Om er direct aan te voegen dat de toenmalige directeur Ronald Plasterk en hij deze werkplek zelf naar eigen wens hebben gekneed: er kan efficiënt wetenschap worden beoefend, er zijn weinig bureaucratische trekjes. ‘De organisatie is plat, met korte lijnen en vooral weinig vergaderingen. Ik loop elke dag door het lab om te praten met onderzoekers. Ik weet precies waar ze met hun onderzoek zijn.’

Arts/bioloog Hans Clevers, die zijn witte labjas al meer dan tien jaar geleden op een hangertje heeft achtergelaten, is met grote regelmaat in het wetenschapsnieuws. Ontdekkingen van zijn stamcelgroep worden steevast gepubliceerd in topbladen.

Zoals deze week in Nature. Het Hubrecht Instituut is erin geslaagd een stuk darmweefsel te kweken uit een enkele stamcel. De kweek van een dun matje darmweefsel duurt nu al meer dan acht maanden. Elke week vervijfvoudigt het zich. Oude cellen worden afgescheiden terwijl nieuwe zich vormen. De epitheelbekleding van darm is het snelst vernieuwende weefsel in volwassen zoogdieren.

De kunstdarm vormt zich uit een stamcel. Die heeft een zelforganiserend vermogen. Gegroeid darmweefsel heeft alles op de juiste plaats, zoals in echte darm. De kweektruc, uitgeprobeerd met muizenstamcellen, lukt ook met een individuele humane darmcel.

Het is een eerste aanzet tot de bouw van levende stukjes orgaanweefsel in het lab, voor reparatiedoeleinden of als heel orgaan. ‘Opeens kan er veel’, zegt Clevers. ‘Vanuit een stamcel, verkregen met een biopt, is in korte tijd weefsel te maken met honderdduizenden stamcellen. Een enorme vermenigvuldigingsfactor. Het verbazingwekkende is dat zelforganiserende vermogen. We geven zo’n stamcel een duwtje, en de rest gaat vanzelf. Toepassingen zijn zo dichterbij dan we dachten.’

Clevers is een internationaal gerespecteerd wetenschapper vanwege zijn fundamentele ontdekkingen van de cascade aan biochemische reacties bij darmkanker. Zo’n 270 publicaties heeft hij op zijn naam staan, een dertigtal ervan zijn gepubliceerd in topbladen als Nature en Cell. Twaalf patenten staan op naam van het Hubrecht Instituut. Patenteren is een automatisme, zegt Clevers. ‘Het is een morele verantwoordelijkheid. Bedrijven zijn bereid te investeren in de ontwikkeling van een geneesmiddel als er patenten zijn. Dan is de bescherming van zo’n medicijn geregeld en is een investering veilig.’

Ondernemer
Clevers stond aan de wieg van enkele biotechbedrijven, waaronder Ubisys, dat een van de pijlers vormde van het Leidse Crucell, met een beurswaarde van een miljard euro nu. ‘Ik heb me weer laten terugzakken in de wetenschap. Ik ben gelukkiger als wetenschapper dan als ondernemer.’ Clevers is alleen nog betrokken bij het bedrijfje Agamyxys. Hij is medeoprichter. Het bedrijfje ontwikkelt een biotechmedicijn voor slokdarmkanker.

De Utrechtse hoogleraar kreeg vele prijzen. ‘Top of the top’ en ‘een klasse apart’. Het zijn twee kwalificaties van eind 2008, opgetekend door de jury van de Josephine Nefkens Prijs. Deze prijs, uit een legaat, wordt beheerd door het Erasmus MC in Rotterdam. Prestigieuzere prijzen gingen eraan vooraf, zoals de Europese Louis Jeantet-prijs: een half miljoen euro.

De prijzen leverden de afgelopen jaren enkele miljoenen euro’s op om ‘te besteden aan onderzoek’. Clevers kocht er geavanceerde apparaten voor, waaronder een lasermicroscoop. Dure apparaten die universiteitsgroepen zich nauwelijks kunnen permitteren.

Het Hubrecht Instituut, dat direct wordt gefinancierd door de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW), concentreert zich sinds enkele jaren op stamcelonderzoek: hoe groeien stamcellen uit tot gedifferentieerde cellen met een speciale taak? Er werken zo’n honderd onderzoekers van twintig verschillende nationaliteiten. Clevers: ‘Ze zijn slim en jong. Onderwijs hoeven ze niet te geven. Hier kunnen ze al op jonge leeftijd zelfstandig onderzoek doen, ze hoeven zich niet te conformeren aan grijze hoogleraren. Om de drie à vier jaar wordt 80 procent van de onderzoekers vervangen.’

Zo’n zeven jaar geleden vertrok Clevers met zijn groep bij het UMCU naar het Hubrecht Instituut, waar toen de huidige minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, de scepter zwaaide. Samen hebben zij de structuur aangepast. Clevers: ‘In de zorggerichte structuur van het UMCU kwam mijn fundamentele onderzoek in de knel. Een afweging tussen de bouw van een nieuwe operatiezaal en fundamenteel onderzoek is een oneigenlijke. In onze platte structuur is efficiënter onderzoek te doen.’

Sinds een jaar is het UMCU weer aan boord. Het universitaire ziekenhuis sluist via de KNAW jaarlijks 4 miljoen euro naar het Hubrecht Instituut. De basisfinanciering van het instituut is daarmee bijna verdubbeld. ‘De komende jaren wordt het aantal onderzoekers navenant uitgebreid’, zegt Clevers. Of hij nog adviezen heeft voor ex-collega Plasterk? ‘Nederland besteedt maar 1,1 procent van ons bruto nationaal product (bnp) aan research en technologie (r & d). Daar zit geen groei meer in. Er zijn landen die het budget juist hebben verhoogd, zoals Engeland. Finland geeft 3 procent van zijn bnp aan onderzoek uit. In Europa bungelt Nederland onderaan. Ik heb in het nieuwe stimuleringspakket van de regering geen wetenschapsmaatregel ontdekt.’

De onderzoeksstructuren in Nederland rond onderzoek zijn log. Liggen er kansen, dan worden er geen keuzes gemaakt, vindt Clevers. ‘In korte tijd heeft de Nederlandse overheid miljarden euro’s geïnvesteerd in een vijftal eenmalige initiatieven. Ze zijn over elkaar heen gebuiteld. Krachtige lobby’s van universiteiten en van de industrie hebben ministeries bewerkt waardoor gelden over een groot aantal locaties zijn uitgestrooid, overigens ook bij ons Hubrecht Instituut. Neem het Netherlands Genomics Initiative, dat meer dan een half miljard euro in vijf jaar heeft te besteden aan fundamenteel genoomonderzoek. Of het Topinstituut Pharma.

‘Er is niet gekozen voor één centraal instituut op een locatie, in Amsterdam bijvoorbeeld, of in Rotterdam. Er is nu een aantal van die virtuele, baksteenloze instituten ontstaan die weer zullen verdampen als de geldstroom opdroogt. Gemiste kansen. Een gecentraliseerd Genomics-instituut bijvoorbeeld had zich met gemak kunnen meten met de beste instituten, zoals Harvard.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden