De man die de Stones naar Nederland haalt

Wie ook naar Nederland komt, van Bruce Springsteen, Bob Dylan tot Beyoncé, alles passeert Mojo. En wie Mojo zegt, zegt Leon Ramakers. Een impresario wars van make believe. Bij wie de artiest altijd voor gaat. Tekst

Het was begin deze maand opening NOS Journaal: de Stones komen naar Pinkpop! Een sentimental journey en een spektakel in één beweging. Dat het gelukt is komt door één man, Leon Ramakers, impresario.


'De popbusiness is een harde wereld met harde deals', stelt Mark Minkman, directeur van Paradiso, vast. 'Dat Leon daarin groot is geworden, komt doordat hij klein is gebleven, in de zin van bescheiden.'


Vier jaar sprak en onderhandelde Leon Ramakers (66) met het management van de Rolling Stones. Altijd geduldig zijn, betrouwbaar, ook volhardend. Hij lijkt geboren voor het vak. Dat mag zo zijn, uiteindelijk is het gewoon de macht van het toeval geweest die maakte dat hij nu al ruim veertig jaar artiesten van naam en faam naar Nederland haalt.


Het hielp dat hij een grondige hekel had aan zijn studie, weg- en waterbouwkunde in Delft. Er kwam bij dat hij in die tijd, eind jaren zestig, cabaretvoorstellingen organiseerde in café Staminee aan de Beestenmarkt. Het liep storm. Freek de Jonge trad er op met Bram Vermeulen - Neerlands Hoop. Hij herinnert zich hoe het publiek uit de ramen hing. Ramakers zette op zolder twee speakers erbij voor nog eens vijftig man. Ramakers had voor het eerst het gevoel dat hij iets deed waar hij goed in was.


Hij ontmoette Berry Visser die net Mojo Concerts had opgericht, grootse plannen koesterde en dolende was. Hij vroeg of Ramakers geld en locatie kon versieren voor iets groots, zoiets als Woodstock, '3 Days of Peace & Music', dat eerste hoogtij van hippiecultuur uit augustus '69. Ramakers fietste naar het ministerie van Cultuur, peuterde tot zijn eigen stomme verbazing 25 mille los. Een jaar na Woodstock had Holland zijn eigen Woodstock, in het Kralingse Bos in Rotterdam; het enige dat mis ging waren de centen, Mojo ging voor het eerst failliet, maar Ramakers wist wat hij wilde worden.


Zo is het gekomen.


Ruim veertig jaar later, vorige week dinsdag, werd Leon Ramakers ontvangen in de ambtswoning van de Amsterdamse burgemeester aan de Herengracht. Hij ontving de eremedaille in zilver van de stad (brons is afgeschaft, er is ook nog goud; verschil moet er blijven). En 's avonds was er een ontvangst onder vrienden in het prachtige gebouw van het Amsterdams conservatorium. Daar sprak wethouder Carolien Gehrels warme woorden. Ze noemde onder meer het Ziggo Dome en Heineken Music Hall waartoe Ramakers de stoot heeft gegeven. Hulde, hulde, hulde, driewerf hulde voor alles wat Leon voor de stad heeft betekend.


Hij moet gedacht hebben aan die elf jaar van soebatten en touwtrekken voordat Heineken Music Hall van de grond kwam. Een gemeentebestuur dat miljoenen voor de grond wilde vangen en niet begreep dat een grote popzaal belangrijk zou kunnen zijn voor de stad. Eindelijk, in 2000, gaf de gemeente toe: grond voor vijftig jaar gratis, maar verder geen sou ondersteuning. Nu moet bij gevolg het cultuurhuis tot in lengte van jaren zuchten onder de naam van een bierbrouwer. Hij zei erover in Trouw: 'Het is logisch dat de naam niet mijn voorkeur heeft.'


Ramakers is de godfather van Mojo en Mojo is de onaantastbare concert- en festivalpromotor van Nederland. Wie ook naar Nederland komt, van Bob Dylan tot Beyoncé, alles passeert Mojo. Over de opbouw van die positie heeft hij een tijdje gedaan. 'Het was één grote barenswee', heeft hij eens gezegd. Het was vechten en verliezen. Soms won hij. Het was fantastisch. Onrust houdt hem aan de gang. 'Ik ben verslaafd aan druk', zei hij tegen De Telegraaf.


In 1999 kocht hij financiële onafhankelijkheid voor de rest van zijn leven. Mojo werd voor een onbekend aantal miljoenen goeddeels eigendom van een Amerikaans entertainmentbedrijf. Een paar jaar later gaf Ramakers zijn directeursfunctie op. Hij werd adviseur. Er zijn genoeg mensen die zeggen dat het geen verschil maakt.


Als je denkt aan het klassieke beeld van de impresario zie je Lou van Rees. Ach, wat was die man beroemd in de jaren zestig, bijkans beroemder dan de beroemde artiesten die hij nog beroemder zou maken. Hij had een prettige roddeltoon en altijd een gebronsde kop, lang voordat de zonnebank was uitgevonden. Op televisie kwam hij vertellen van zijn innige band met Frank (Sinatra), zijn persoonlijke contacten met Ella (Fitzgerald), sterren die jij slechts op uitgeknipte foto's boven je ledikant had hangen.


Leon Ramakers is klein en frêle, een kwetsbaar hoofd op een dunne nek. Niet wat men zich voorstelt bij een impresario uit de internationale showbusiness. Leon Ramakers heeft er niks mee, met de wereld van make believe.


Hij is dienstbaar. De artiest gaat altijd voor. Hij kan gek worden van de hysterie van Madonna. Hij kan een punthoofd krijgen van de koppigheid van Sting. Maar de artiest heeft altijd gelijk.


Hans van Beers, voormalige omroepbaas, oud-directeur van het Stedelijk Museum, vriend: 'Hij is bescheiden, nooit protserig. Daarom juist is hij zo leuk.'


De wereld is hard, de manager van de artiest een schoft. Die kent maar één stuk gereedschap, de duimschroeven. Allicht word je kwaad. Niks laten merken. Vriendelijk blijven, volhardend zijn. Je plaats kennen. Het tieren bewaren voor na het gesprek.


Freek de Jonge: 'Zijn kracht is zijn low profile. En bovendien is hij goed van betalen. Als je daarin een aantal keren niet teleurstelt, mag je terugkomen bij de sterren.'


Tot de basisregels van het Grote Ramakersspel behoort het dat je niet aanschurkt, geen geflikvlooi. Je staat met geen ster op de foto, een hoge uitzondering daargelaten. Je gaat niet naar de kleedkamer omdat je meent dat ook jouw eigen lichtje moet fonkelen. Je houdt afstand. Je hebt slechts te maken met zijn manager. Tegen de manager kan je in laatste instantie zeggen dat hij moet oprotten, tegen de artiest nooit.


Het loont. Als Springsteen een tournee gaat maken en Nederland opneemt in het reisschema, belt zijn manager Leon Ramakers en niemand anders. Springsteen wil uitsluitend zaken doen met Ramakers. Zo is het patroon.


Leon Ramakers is bescheiden. Iedereen noemt hem bescheiden. Of verlegen. Hans van Beers: 'Het zou me niet verbazen als een zekere verlegenheid de basis is van zijn bescheidenheid.'


Hans Andersson, voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht van het NAI in Rotterdam, nam Ramakers mee naar besprekingen met het ministerie van Cultuur toen het Architectuurinstituut gedwongen werd te fuseren. Andersson: 'Het ministerie ging rauw te werk. Leon was stomverbaasd over zulke platte omgangsvormen. Van je eigen overheid!'


Mark Minkman laat het trefwoord Geulle vallen, parel aan de Maas. Ramakers is er geboren. Hij gaat niet gebukt onder het klassieke minderwaardigheidsgevoel van de Limburger, betoogt Minkman. 'Maar misschien kun je wel overeind houden dat hij zich de grote mond van de Hollander nooit eigen heeft willen maken. Liever is hij bescheiden.'


Bescheiden - je wordt er wel een beetje weeïg van. 'Weet je wat', antwoordt Freek de Jonge, 'je mag ook zeggen dat Leon gewoon geen zin heeft in al dat rare gedoe in die maffe wereld van managers, agenten en sterren. Hij is slim genoeg om te weten dat je maar beter op afstand kunt blijven.' Erik van Eerdenburg, directeur van het Lowlandsfestival: 'Laat je niet in de luren leggen door wat je ziet. In al zijn bescheidenheid is Leon wel degelijk een man on a mission.' Freek de Jonge bevestigt: 'Hij is wel heel duidelijk. Hij laat niet met z'n kloten spelen.'


Leon Ramakers heeft een neologisme toegevoegd aan de Nederlandse taal: Mojopolie. Het betekent: almacht in de sector. Ramakers bestrijdt het. De macht ligt al lang niet meer bij de promotor, maar bij de artiest. Neil Young bepaalt dat een kaartje 140 euro moet kosten en zolang de tickets de deur uitvliegen heeft Neil Young gelijk. Ramakers vindt het treurig dat een modaal verdienende vader niet meer met zijn zoon naar een concert kan. 'Ik stam uit de jaren zeventig', zegt hij dan, 'toen gemeenschapszin gewoon was.'


Het belet hem niet zakenman te zijn. Ook van de harde soort. In 2004 ontsloeg hij op staande voet Willem Venema, een oude vriend bij Mojo. Venema zou gelekt hebben naar de pers, maar het was te onbenullig voor woorden. Iedereen begreep dat het niet de echte reden kon zijn. Wat dan wel is voorgevallen tussen de twee hebben ze altijd voor zich gehouden. Ramakers is dan koel, resoluut en efficiënt: geld voor zwijgplicht. Wegwezen en terug naar de orde van de dag.


Had hij een vriend verloren? Ramakers: 'Vriendschap is het meest misbruikte woord in deze industrie.'


Hij is in zekere zin boven de popmuziek uitgegroeid de laatste tien jaar. Hij is actief in allerlei adviesfuncties in de brede culturele sector, van stichting Mundial tot het Triodos Cultuurfonds. Maar hij blijft natuurlijk wel opletten, als zakenman in de popmuziek. Dinsdagavond op het feestje in het Amsterdamse conservatorium speelt een jonge singer-songwriter de sterren van een hemel. Hij complimenteert hem, geeft een paar handzame adviezen. En zegt: 'Bel me als ik kan helpen.'


CV

1947 Geboren in Geulle


1970 medewerker Mojo in Delft


1977-2005 directeur Mojo


1993 lancering Mojo Lowlands, overname North Sea Jazz festival


1999 verkoop meerderheidsbelang Mojo aan SFX uit Amerika


Leon Ramakers is getrouwd. Zijn vrouw Renny is een van de oprichters van Droog Design. Ze wonen in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden