POSTUUM

De man die de IJzeren Dame ten val bracht

Vrijdag overleed Geoffrey Howe, jarenlang Margaret Thatchers belangrijkste vertrouweling, maar uiteindelijk degene die haar noodlottig werd.

Margaret Thatcher en Geoffrey Howe, toen minister van Financiën, in 1980. Beeld getty
Margaret Thatcher en Geoffrey Howe, toen minister van Financiën, in 1980.Beeld getty

In de Britse geschiedenis zijn twee premiers op de burelen van het parlement vermoord. Spencer Perceval werd er in 1812 doodgeschoten door een boze burger. Bij de tweede moordpartij werden geen kogels gebruikt, maar woorden.

Op 13 november 1990 verrees Geoffrey Howe - die vrijdagavond op 88-jarige leeftijd is overleden - om in een volgepakt parlement zijn ontslagrede te houden. Het was een twintig minuten durende aanval op Margaret Thatcher, waarbij het slotakkoord een van de beroemdste zinnen zou worden die ooit in het Lagerhuis zijn uitgesproken.

'Voor anderen is de tijd gekomen om hun eigen antwoord te vormen,' zo oreerde Howe, 'op de tragische verstrengeling van loyaliteiten waarmee ikzelf wellicht te lang heb geworsteld.'

Dolkstoot

Op de voorste bankjes hoorde de IJzeren Dame deze oproep tot een revolte met een stalen gezicht aan. Twee weken laten verliet ze met een betraand gezicht 10 Downing Street. Typisch voor de bedeesde Howe is dat hij achteraf spijt had van deze dolkstoot, maar zijn ergernissen over de 'leaderene', wier toegewijde bondgenoot hij jarenlang was, hadden de overhand genomen.

De advocatenzoon uit Zuid-Wales, naast jurist ook classicus, had als minister van Financiën met neoliberale begrotingen de grondvesten gelegd voor het thatcherisme. Het leverde hem waardering op van Thatcher, die hem in 1983 op Buitenlandse Zaken posteerde.

De liefde bekoelde omdat Howe een eurofiel pur sang was, terwijl Thatcher met het jaar meer bedenkingen kreeg bij het Europese eenwordingsproject. In zijn autobiografie Conflict of loyalty schrijft Howe hoe hij zich geneerde wanneer Thatcher weer eens foeterde, ook tegen een trouwe bondgenoot als de Nederlandse premier Ruud Lubbers.

De toetreding, tegen Thatchers zin, tot het wisselkoersmechanisme leidde in 1989 tot een crisis in Westminster. Na de Europese top in Madrid - Howe was zo dol op topontmoetingen dat hij zijn hond Summit noemde - verving ze hem door John Major. Als troost kreeg hij het vice-premierschap.

Howes ergernis beperkte zich niet tot het Europese beleid. Thatcher, die hem een slak noemde die afremt in een flauwe bocht, vernederde hem regelmatig. 'We weten allemaal wat je gaat zeggen, Geoffrey,' beet ze hem eens toe tijdens een kabinetsberaad, 'het is dus niet nodig het uit te spreken.'

Dat deze sublieme vakminister van de oude stempel nooit reageerde op zulke sneren, leek de ergernis bij de premier slechts te vergroten. De sneren kwam overigens niet alleen van Thatcher. Labour-coryfee Denis Healey, die vorige week overleed, zei dat een aanval van Howe zoiets was als 'te worden verscheurd door een dood schaap'.

Op die novemberdag in 1990 bewees Howe dat het woord dodelijker kan zijn dan het zwaard. Hij overleed aan een hartaanval na het bezoeken van een jazzconcert. Howe laat zijn echtgenote Elspeth, die Thatcher niet kon uitstaan, en drie kinderen achter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden