De man die alles wil weten

Willem Jan Otten, winnaar van de PC Hooftprijs, wil de wereld en zichzelf begrijpen. In zijn antwoorden schuwt hij de controverse niet.

AMSTERDAM - Alles wil je ervan weten, schreef Willem Jan Otten (62) in een essay over de beroemde film Fietsendieven (1948) van Vittorio De Sica: 'Waarom leef je met het ene personage wel mee en met het andere niet? Waarom niet met Jeanne d'Arc zoals gefilmd door Dreyer? Zij zal immers sterven, haar tranenvloed is toch aanzienlijk, haar eenzaamheid hoogstaand? En waarom wel met de hoofdpersoon van Fietsendieven, meteen al in de eerste minuut, terwijl het dan alleen nog maar om een fiets gaat?'

Kenmerkende vragen van de essayist die geen genoegen kan nemen met een dooddoener als antwoord. En de gretigheid waarmee Otten uitroept dat hij er 'alles van wil weten', maakt de lezer direct tot reisgenoot op zijn zoektocht. Omdat hij een oorspronkelijk vragensteller en een stijlvol denker is, is Willem Jan Otten de P.C. Hooftprijs 2014 toegekend, groot 60 duizend euro, die hem op 22 mei 2014 zal worden uitgereikt.

De jury bekroont daarmee een betrekkelijk klein deel van het oeuvre, dat in 1999 reeds werd bekroond met de Constantijn Huygens Prijs, en dat naast een handvol essaybundels bestaat uit poëzie, romans (Specht en zoon won in 2005 de Libris Literatuur Prijs) en toneelstukken. Maar het is voorstelbaar Ottens essays tot het hart van het oeuvre te rekenen, als catalogus van zijn thema's en obsessies.

Waar hij ook over schrijft - pornografie, literatuur, vaderschap ('ik ben een vaderzoeker, ik kom uit een gebroken gezin met een vader die er niet was'), religie, film -, zodra hij door een boek of film geraakt is, moet hij erachter komen wat verbeelding met ons doet. Alles wil hij ervan weten.

Dus ja, wat gebeurt er precies in die beginscènes van Fietsendieven? Otten loopt het met ons na. Een man staat tussen werklozen in de rij en kan een baan krijgen als hij maar een fiets heeft. 'Dankzij een zorgvuldig in beeld gebrachte weifeling van zijn gezicht en zijn stem weten we: deze man heeft geen fiets. Toch zegt hij dat hij er een heeft en daarmee verandert hij van 'een man' in 'deze man'. Wij weten meer van hem dan de anderen en beginnen zijn bewustzijn binnen te treden.'

Wij bewegen ons het personage in, en die inleving begint met een geheimhoudingsplicht. Otten: 'Datgene wat wij 'identiteit' noemen is misschien wel dat wat we verborgen willen houden.' Als de man later in de film een fiets zal stelen, laat regisseur De Sica ons uit het hoofdpersonage bewegen, en een ánder in, een kind. Niets meer of minder dan een zielsverhuizing, aldus Otten, ofwel: 'het genie van de filmkunst'. In vier pagina's heeft hij een cinematografisch wonder verhelderd: waarom die film onmiddellijk op ieders gemoed inwerkt.

Heel Ottens oeuvre wordt aangezwengeld door vraagstukken die uit verwondering en bewondering voortkomen. Hoe doen zij dat, de kunstenaars die hij kan blijven zien en lezen: Andrej Tarkovski (in diens film Stalker 'wordt iets vitaals gezegd over geloven'), Anton Koolhaas ('een meester van de belichaming'), Willem G. van Maanen ('een meester van de terugwerkende kracht') of de dichter Willem de Mérode (en diens 'dramatische verlangen naar een zuiverende liefde').

Aan kunstenaars die zich niets afvragen, heeft Otten weinig boodschap. Hij verkiest de Harry Pottercyclus van J.K. Rowling boven de boeken van Harry Mulisch: 'Er is geen enkele reden om haar werk lager aan te slaan dan De ontdekking van de hemel, het doet bovendien niet aan intellectuele borstklopperij en is geestiger.' Het lezersavontuur is op een essentiële manier níet op je wenken bediend worden, betoogt Otten in Onze Lieve Vrouwe van de Schemering (2009): 'Mensen willen alles, behalve tragedie'. Daar komen we achter door gedichten, toneelstukken, films en schilderijen die ons erop wijzen dat het paradijs een herinnering is, iets wat we blijvend missen, terwijl het verlangen blijft. In zijn ogen is dat het verbond tussen religie, film en poëzie: onze bereidheid ergens in te geloven; dat er overgangen mogelijk zijn tussen het bestaande en het denkbare. Zoals we in een film moeiteloos een personage binnen kunnen gaan.

Af en toe komt Otten in conflict met de communis opinio, misschien wel omdat die dikwijls zo aards en weinig flexibel is. Dat merkte Otten toen hij in 1985 Denken is een lust publiceerde, over zijn verslaving aan pornografie. Het redeloze en beschamende, dat wat eigenlijk niet uitgelegd kon worden, hield Otten zichzelf in dat essay voor. Het boekje kwam hem op protesten uit feministische kringen te staan. Zijn poging zichzelf te begrijpen werd gezien als een verdediging van een vrouwonvriendelijk fenomeen.

In de tweede helft van de jaren negentig bekeerde Otten zich tot het katholieke geloof (het 'antwoord op een vacuüm'), in navolging van zijn echtgenote, de schrijfster Vonne van der Meer. Ook die wending wekte onbegrip, wat Otten deed verzuchten dat de huidige wereld antisacraal is, symboolarm, positivistisch, sceptisch en zonder schaamte. Ruim tien jaar later is het tij in zoverre gekeerd, dat hem deze eerbiedwaardige prijs ten deel valt.

Goede kunst is een 'openbaar geheim', betoogde Otten vier jaar geleden: voor iedereen beschikbaar, nooit geheel te ontraadselen. Al wil je er alles van weten, uiteindelijk zul je nooit alles zeker weten, en het mysterie moeten erkennen. Zowel in religie als in kunst wordt wat we kennen geheim gemaakt, 'mysterieus wat we zien; aanwezig wat we missen'. In zijn exercities laat Willem Jan Otten zich kennen. 'Ik bevind mij in wat ik zoek.'

Voor iedereen die zich niet met porno inlaat is het zo klaar als een klontje. Hij kijkt vluchtig naar het plaatje van de vrouw ruggelings op de Harley Davidson, en ziet alleen maar een absurditeit. (...) Wonderlijke manieren houden gezonde mensen erop na!

Uit: Denken is een lust (1985)

We hebben film nodig om te ervaren wat film met ons doet. We verlangen, bedolven onder de beelden, naar de film die, net als mijn grootmoeder, schemert, en ons naar binnen leert kijken.

Uit: Onze Lieve Vrouwe van de Schemering (2009)

Er is negen maanden geleden een afspraak gemaakt met iemand die ik nog nooit heb gezien. Niets weet ik van hem af - alleen dat hij van nu af bij ons gaat inwonen en door ons onderhouden gaat worden. Tijdens de eerste ontmoeting zegt hij niets.

Uit: De letterpiloot (1994)

Schrijvers als Kellendonk en Milosz zeggen (...): als wij onszelf willen begrijpen, dan moeten we met nieuwsgierig ontzag luisteren naar het ruisen van ons religieuze, symboolbewuste bloed.

Uit: De bedoeling van verbeelding (2003)

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden