De man achter het marathonsucces

Toen hij enkele Kenianen kon 'overnemen', zegde hij zijn baan op bij een woningcorporatie. Bij de marathon van Amsterdam, zondag, is zijn pupil Franklin Chepkwony favoriet.

Achter elke snelle Keniaan staat een handige Hollander, zo lijkt het. En achter elke Ethiopiër ook. Vier van de vijf snelste marathonlopers aller tijden hebben een Nederlandse manager.

Van die Nederlanders is Gerard van de Veen sinds drie weken de man in bonis. Hij begeleidt de nieuwe Keniaanse wereldrecordhouder Wilson Kipsang (Berlijn: 2.03.23 uur) en de nieuwe nummer drie op de ranglijst aller tijden, de Keniaan Dennis Kimetto (Chicago: 2.03.45).

De marathon van Amsterdam, zondag, kan ook een prooi worden voor een atleet van Van de Veen (60). Franklin Chepkwony behoort tot de favorieten en hoopt sneller te lopen dan het parcoursrecord (2.05.41).

Waarom werken Oost-Afrikanen graag met Nederlandse managers? Hij hoort de vraag geregeld. Zijn antwoord: 'We zijn open, we zijn transparant en we zorgen dat de atleten krijgen wat ze moeten krijgen. We bedonderen ze niet, dat is weleens anders.'

Van de Veen is veel later in het vak gerold dan Jos Hermens en Michel Boeting, de andere Nederlandse managers. Hij zegde acht jaar geleden zijn baan op bij een woningcorporatie toen hij enkele Keniaanse atleten kon 'overnemen' van zijn vriend Pieter Langerhorst, de echtgenoot van de Keniaans-Nederlandse topatlete Lornah Kiplagat.

Aanzuigende werking

Dat pakte meteen goed uit. Zijn lopers werden bij de marathon van Frankfurt eerste, tweede en derde. In Kenia deden de topklasseringen in Frankfurt wonderen voor zijn reputatie. 'Als je de nummer een, twee en drie van een grote marathon hebt, zeggen andere atleten: dat zal wel een goede manager zijn. Het is flauwekul, maar zo werkt het wel.'

Succes is nog steeds de snelste weg naar meer succes. Hij verwacht dat tientallen atleten zich bij hem zullen melden vanwege het wereldrecord van Kipsang (in zijn zevende marathon) en de winst van Kimetto in Chicago (in zijn derde marathon). Dat gebeurde vorig jaar ook nadat zijn atleet Geoffrey Mutai Berlijn had gewonnen. 'Toen vroegen dertig atleten of ze bij me konden komen. Van topprestaties gaat een aanzuigende werking uit.'

Van de Veen kan lang niet al die Kenianen begeleiden. Hij heeft veertig atleten in zijn stal en wil niet groter worden. Hij heeft geen trainingskamp in Kenia, zoals Hermens en Boeting. Hij denkt met weinig plezier terug de tijd dat hij wel een kamp had. 'Het kostte een hoop geld en leverde niets op. Sommige atleten misdroegen zich. Ze hadden te weinig discipline. Een paar begonnen te drinken. Ze lagen soms laveloos langs de weg.'

Zijn atleten zijn zelf verantwoordelijk voor hun voorbereiding. Sommigen voegen zich bij Mutai, een vertrouweling van Van de Veen. Die heeft van zijn prijzengeld een sober appartementencomplex laten bouwen in een gehucht op 60 kilometer van de Keniaanse hardloophoofdstad Eldoret. 'Daar is niks. Geen supermarkt, geen kroeg, geen vrouwen. Ze kunnen er alleen eten, slapen en trainen.'

Van de Veen probeert zijn atleten te adviseren over hun training, maar hij is lang niet altijd op de hoogte, erkent hij. Kenianen laten volgens hem soms niet het achterste van hun tong zien. Zo ontdekte hij pas laat dat Kipsang uit eigen zak een groep atleten betaalde om hem bij te staan bij zijn voorbereiding op de wereldrecordpoging. Hij huurde ze in om tijdens trainingen als tempomaker op te treden.

Met Kipsang, Kimetto en Mutai heeft Van de Veen drie grootverdieners in zijn stal. 'Kipsang en Mutai hebben al wel een miljoen euro bij elkaar gelopen. Kimetto is hard op weg', schat hij. De Nederlander mag zelf ook niet klagen. 'It's not bad, om het op zijn Keniaans te zeggen.' Hij rekent voor zijn werk het gangbare tarief van 15 procent. Bij zijn bedrijf Volare Sport werken nog drie andere mensen.

Niet elke Keniaanse atleet wordt rijk. Soms geeft Van de Veen ze na enkele weken Europa zakgeld mee naar huis, omdat ze niks hebben verdiend. De concurrentie is moordend. Bij sommige wedstrijden gaan 25 Kenianen van start, terwijl alleen de snelsten vijf à tien prijzengeld verdienen. 'Het aanbod van Kenianen is geweldig groot. Je moet heel scherp selecteren.'

Van de Veen scout de lopers vooral bij wedstrijden in Kenia. Hij spreekt altijd zelf met talenten en probeert in te schatten of ze een realistisch beeld hebben van het atletenbestaan en de mogelijke verdiensten. Ook moeten ze in de groep passen. Als zijn atleten in Nederland zijn, brengt hij ze vaak onder in een vakantiehuis op de Veluwe. 'Een rotte appel kan de sfeer in een hele groep verzieken.'

Soms heeft hij gewoon geluk. Wereldrecordhouder Kipsang wees hij zes jaar geleden in eerste instantie af. Hij had geen plek in zijn groep. Pas toen een atleet geblesseerd raakte en hij snel iemand nodig had om een wedstrijd te kunnen lopen, belde hij Kipsang. 'Dit is je kans', zei hij. De Keniaan won zijn eerste wedstrijd over 10 kilometer en groeide in kort tijdsbestek uit tot een wereldtopper.

Zal Van de Veen langdurig te boek staan als de manager van de wereldrecordhouder? Of komt een andere Nederlander binnenkort met een nog snellere Keniaan of Ethiopiër op de proppen?

Kipsang zei na Berlijn dat hij nog sneller kan lopen. Van de Veen denkt dat Kimetto ook tot meer in staat is. Hij zal er dus nog even toe doen, als manager. 'Als alles meezit, het weer, de hazen, het parcours, kan een van die twee volgend jaar het wereldrecord misschien al naar 2.02 brengen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden