De magneet van Rotterdam

Nighttown heeft zich sinds 1988 bewezen als een van de beste poppodia van Nederland. Morgen viert de club zijn tienjarig jubileum in de Ahoy'....

door Gert van Veen

EEN COMPLEX van zalen, waarin gelijktijdig grote en kleinere concerten zouden kunnen worden gegeven, met na afloop nog een dansavond. Vliegtuigstoelen in het bioscoopje. De bar gewoon achterin de grote zaal, in plaats van in een deftige foyer.

Het waren wilde plannen, die het kleine muziekcafé Rotown onder de kop 'Rotown wil Arena kopen' ruim tien jaar geleden presenteerde in zijn krantje. Het idee voor Nighttown werd, zegt toenmalig Rotown-eigenaar Fons Burger, bedacht op een regenachtige middag. 'We hadden een paar mooie tekeningen laten maken door een architect. En we zeiden: we willen helemaal geen subsidie, we komen er verder zelf wel uit.'

Het was een klein mirakel, maar wat volgde, kon haast alleen in Rotterdam gebeuren. De officiële opzet voor een nieuw Rotterdams poppodium werd opzijgeschoven voor het plan van een stel vrije jongens, die tot hun eigen verbazing opeens serieus werden genomen.

Nederlands tweede stad had ook een flink probleem met zijn poppodium. De Arena, ontstaan uit een fusie tussen twee open jongerencentra, Exit en Ruimte, was failliet gegaan, toen het in enkele jaren een verlies van 1,2 miljoen had opgebouwd. In de nieuwe plannen van de RKS (Rotterdamse Kunststichting) zouden de negen Arena-stafleden weer gewoon terugkeren, hoewel er weinig reden was om aan te nemen dat het dit keer beter zou gaan.

Rotterdam besloot de gok te wagen en Nighttown kreeg een kans. Niet dat het de nieuwe club meteen voor de wind ging. Burger ondervond veel tegenwerking in de popwereld, die zwaar protesteerde: 'Dit was verkwanseling van het open jongerenwerk. Vercommercialisering van het welzijnswerk. Ik was een zakkenvuller. Tot in Groningen werden handtekeningen verzameld. Ze mobiliseerden niet alleen heel Rotterdam, maar ook (concertorganisator) Mojo. Die zeiden: jij krijgt nooit een band.' Later is hij 'op zijn knieën' naar Mojo gegaan 'om te smeken of ze ons toch niet een kans wilden geven'.

Alle reserves van de toenmalige popwereld ten spijt, heeft Nighttown zich sinds 1988 bewezen als een van de beste poppodia van Nederland. Alle reden voor een feest. Zaterdag viert de club aan de West-Kruiskade zijn tienjarig jubileum in de Ahoy' met een grote party, waar behalve Engelands bekendste techno-groep Underworld ook alle grote namen van de Rotterdamse dance-scene - van dj's Ronald Molendijk en Michel de Hey tot Secret Cinema en Speedy J. - aantreden.

Dansmuziek heeft een sleutelrol gespeeld in het succesverhaal van Nighttown, dat als eerste Nederlandse poppodium na afloop van concerten dansnachten organiseerde. Burger: 'Daar waren we trendsettend in. Zalen als Paradiso en de Melkweg kwamen er pas veel later mee.'

'Terwijl ze ons er in het begin wel op afrekenden. Dat was not done', zegt Ronald Molendijk. Hij is al bijna vanaf het begin vaste dj in Nighttown, waar hij nu draait op de Tube-zaterdagavond. Hij was het ook die Burger attent maakte op de nieuwe dansmuziek, house, die in het najaar van 1988 overwaaide naar Nederland. 'Ronald riep: dit gaat het worden', herinnert Burger zich. 'Ik wist niet eens wat het was, house.' Toch ging hij maar eens een kijkje nemen in Londen, en was hij meteen jaloers op de lange rijen voor de deuren van de clubs. 'Ik dacht, zoiets kan niet in Nederland. Maar uiteindelijk stonden hier net zulke rijen voor de deur, tot voorbij het park.'

De snelle manier waarop Nighttown reageerde op de opkomst van de nieuwe dansmuziek, is zijn redding geweest, bekent Burger nu. 'Met Rotown was ik op dat moment bijna failliet.'

Hij was het muziekcafé in april 1987 begonnen, op het moment dat het met zijn eigen muzikale carrière ('Tom Waits-achtige Amerikaanse crooner-muziek') niet wilde vlotten. 'Ik was een bandje begonnen, No News, nadat ik helemaal gestoord was geworden van de journalistiek.'

De voormalig hoofdredacteur van Nieuwe Revu was als oorlogsverslaggever in El Salvador terechtgekomen. 'Begin jaren tachtig ben ik helemaal verstrengeld geraakt in de oorlog daar. Dat bandje was vooral om alles van me te zingen. Dat heb ik drie jaar volgehouden.' Toen het geld dat hij in zijn journalistentijd had gespaard opraakte, realiseerde hij zich dat een muzikale loopbaan er niet in zat. Hij begon een muziekcafé.

Burger wilde levende muziek brengen, maar vond dat hij voor concerten wel subsidie moest krijgen: 'Daarom heb ik voor het café een bv opgericht, en voor de concerten een stichting.'

Dezelfde constructie, bv en Stichting, wordt nog altijd door Nighttown gehanteerd. Oorspronkelijk was Burger enig bestuurslid en enige aandeelhouder, maar sinds 1995 zijn drie vaste Nighttown-medewerkers ook mede-aandeelhouders: Pim Bottema, programmeur Harrie Hamelink en dj Ronald Molendijk. Burger: 'Je kunt zo'n tent alleen runnen met mensen die er niet alleen al hun energie, maar ook hun hart in steken.'

Pim van Klink, vanaf september van dit jaar de nieuwe Nighttown-directeur, is onder de indruk van de manier waarop de club wordt gerund. Het bedrijf is veel minder commercieel dan wel wordt gedacht, vindt hij. 'Nighttown functioneert niet veel anders dan gesubsidieerde clubs als de Melkweg of Paradiso. Wat me bijzonder aanspreekt is de enorme energie en inzet waarmee alles hier gebeurt. Ontzettend inspirerend, zeker als je gewend bent in schouwburgen te werken waar alles in cao's is geregeld.'

Tien jaar 'tegen de klippen opwerken', zoals Van Klink het noemt, heeft in ieder geval wel zijn vruchten afgeworpen. De meeste oorspronkelijke plannen zijn gerealiseerd. Nighttown beschikt nu inderdaad over een complex van grote en kleinere zalen, en daarnaast over een restaurant en een café, dat van twaalf uur 's middags tot zes uur de volgende ochtend open is.

'Nighttown is een soort magneet van Rotterdam geworden', zegt Hamelink. 'Een ontmoetingsplaats van alle straat- en jongerenculturen die er zijn in de stad.' Hamelink, ooit begonnen als jongerenwerker in Quasi ('In Rotterdam-Zuid, met een publiek van Feyenoord-supporters en jongens en meisjes van de straat') kwam negen jaar geleden terecht bij Nighttown. Eerst als pop-programmeur, maar zijn functie is inmiddels veel breder. 'We organiseren nu ook totaalavonden, zoals Bazar curieux, met in alle zalen vertegenwoordigers van de Antwerpse muziek-scene, en ook programma's waarvan het idee afkomstig is van het Nighttown-publiek zelf.'

Hij noemt een aantal theatervoorstellingen en een dit jaar gehouden breakdance-festival. 'Er was een breakdance-groep die in een gymzaal in Delfshaven oefende. Ze vroegen of ze hier niet eens wat konden doen. Rond dezelfde tijd kwamen er mensen van de dansacademie met een ander idee. Dan proberen we die twee werelden bij elkaar te brengen.'

Het is heel geleidelijk gegaan, zegt Hamelink, maar intussen functioneert Nighttown als een brug tussen de straat en de serieuze cultuur. Zo heeft hij ook twee cultuur-educatieve projecten voor scholen helpen opzetten: Schrijven op het ritme van de raï en Straattaal.

Voor de meeste evenementen in Nighttown werkt hij tegenwoordig het liefst met mensen uit de scene: 'Je kunt het wel allemaal zelf bedenken, maar dan werkt het niet. Je hebt te maken met zoveel culturen in de stad, skaters, en breakers. Het is verschrikkelijk arbeidsintensief en gaat allemaal veel minder makkelijk dan dat je het zelf doet. Maar uiteindelijk heeft het wel effect.'

Van Klink: 'Ik heb met mijn ogen staan te knipperen wat er hier allemaal gebeurt, en hoe laagdrempelig Nighttown is. Er komen hier allerlei kids van de straat binnen die graag hun eigen dingetje willen doen, en daar ook de kans voor krijgen. In het kunstbeleid wordt steeds gezegd: jongeren gaan niet meer naar theater toe, allochtone groeperingen ook niet. Maar hier komen ze wel.'

Daarom vindt Fons Burger het tienjarig Nighttown-jubileum een mooi moment voor een 'revisie van de culturele ambitie' van zijn club: 'De gemeente dwingt de gevestigde instellingen om iets voor allochtonen te doen, meer dan de helft van de kinderen die nu in Rotterdam worden geboren zijn allochtoon. Maar dat vinden ze moeilijk, ze weten niet hoe die te bereiken. Wij doen dat van nature al.'

Pim van Klink, in het verleden hoofd financiën van WVC, herinnert zich het 'enorme verschil' tussen Amsterdam en Rotterdam: 'In Amsterdam zeiden ze: alles wat wij doen is van nationale en internationale importantie, dus het Rijk moet maar betalen. Rotterdam zei: het Rijk hebben we niet nodig, we doen het zelf wel. Toch stopt Rotterdam relatief veel geld in de kunsten, meer dan Amsterdam.'

Alleen popmuziek komt er bekaaid af, een situatie die Nighttown nu parten begint te spelen, volgens Van Klink. 'Het wordt moeilijker om onze voortrekkersrol te behouden. De stad heeft het met de Mojo-concerten in de Kuip en de Ahoy', maar ook met de evenementen in Nighttown altijd makkelijk gehad. Die jongens hebben zelf geïnvesteerd. De gemeente heeft hier voor een prikje op de eerste rij gezeten.

'Maar nu zit je met een situatie dat Nighttown achter raakt, omdat al onze concurrenten met gemeentelijke steun kunnen investeren. Als je ziet dat zelfs Tilburg een fraai poppodium van vijftien miljoen kan neerzetten. Dan word je zowel aan de voorkant (Amsterdam) als in de rug belaagd. Dat lijkt me het moment voor het Rotterdamse gemeentebestuur om zich af te vragen of ze popmuziek en dance niet eindelijk een keer de behandeling moeten geven die ze de rest van de cultuur al jarenlang geeft.'

Erg lang zou zo'n herwaardering volgens Van Klink niet op zich hoeven laten wachten: 'Dit is natuurlijk toch de stad waar vrij snel de mouwen worden opgestroopt om de zaken aan te pakken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden