De magie van de rafelrand

Het Van Abbemuseum in Eindhoven had het al bewezen: een klassieke museumtempel die voor de eeuwigheid is ontworpen, door een bekende architect, in het centrum van de stad, is niet darantie voor fris en enerverend tentoonstellingsbeleid....

Rutger Pontzen

Tussen 1995 en 2001 was het Eindhovense museum, door renovatie en nieuwbouw gedwongen, ondergebracht in een voormalige Philips-winkel, aan de rand van de binnenstad tegenover het stadion van PSV. Daar bloeide het ingedutte expositieaanbod op, mede dankzij de mogelijkheden die de provisorische huisvesting het museum bood. Met tentoonstellingen, varind van de 'totaal-installatie' van Aernout Mik, waarvoor alle muren werden weggehaald, tot een klassiek ingerichte presentatie van eigentijdse landschapsschilderkunst.

Vergelijkbaar zijn de verwachtingen in Amsterdam. Over precies een maand zal het Stedelijk Museum de deuren openen in het TPGgebouwaan de Oosterdokskade, op een steenworp afstand van het Centraal Station dat dagelijks duizenden potenti bezoekers de stad in spuit. De verhuizing is, net als bij het Van Abbemuseum, noodzakelijk door de al jaren uitgestelde aanpassingen en nieuwbouw van het oude onderkomen aan het Museumplein (waarvoor overigens nog steeds geen nieuwe architect is gevonden).

Twee weken geleden werd bekend dat niet alleen het Stedelijk naar de kade verhuist. Ook het Amsterdamse kunstenaarsinitiatief W139 wordt er ondergebracht en het World Wide Video Festival. De verwachting is dat de bundeling van krachten het kunstaanbod in Amsterdam ten goede zal komen.

Plots hoor je ook uit de hoek van het Stedelijk dat het museum samenwerkingsverbanden opzet die het voordien nooit heeft gehad, zoals met het Filmmuseum, de Frankfurter Kunstverein, het Rotterdamse Witte de With en het Internationaal Documentaire Festival Amsterdam. Initiatieven met de bedoeling de collectie en het tentoonstellingsprogramma eigentijdser te maken en uit het 'kunsthistorische keurslijf te bevrijden'.

Tijdelijke huisvesting in een afbraakpand, aan de rand van het centrum, blijkt een eigen dynamiek te genereren. Je vraagt je af waarom de meeste gemeentebesturen nog steeds vasthouden aan citymarketing-musea, zoals die in de meeste grote steden zijn neergezet. Met veel geld gebouwd of gerenoveerd, en opgezadeld met zware lasten, waardoor het trekken van veel publiek geen inhoudelijke beslissing is, maar tot puur financi noodzaak is verworden. Wat weer zijn weerslag heeft op het soort kaskrakerstentoonstellingen die er de laatste tijd te zien zijn, het liefst van Russische makelij.

Klein probleem: tijdelijke huisvesting is slechts tijdelijk. Daar zit dan ook de paradox: het succes kan alleen groot zijn omdat het van beperkte duur is. Tegelijk is dat ook de charme ervan, omdat het de gemoederen scherp houdt, wat voor een museum van moderne kunst noodzakelijk is. Enige oplossing: geen nieuwbouw, maar om de zeven jaar verhuizen naar een ander afbraakpand elders in de stad. Het bespaart veel geld dat gebruikt kan worden voor aankopen en spraakmakende tentoonstellingen, waarvoor het publiek linea recta van het Centraal Station naar het museum wandelt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden