De machtige slinger van David

Dat ze bij de Amerikaanse geheime dienst CIA de WikiLeaks Task Force, die de door WikiLeaks aangerichte schade in kaart moet brengen, nadrukkelijk afkorten tot 'WTF' - What The Fuck - is begrijpelijk. De CIA, dat is de tegenpartij.


Dat Sarah Palin, voormalig running mate en mogelijk presidentskandidaat in het machtigste land ter wereld, met zoveel woorden opriep WikiLeaksoprichter Julian Assange om zeep te helpen alsof hij Bin Laden zelf was, was niet direct begrijpelijk maar oké - Palin is een hysterica met het brein van een zeehond. En bovendien werden in 2008 gehackte e-mails van Palin door WikiLeaks op het net gezet en dat kon ze zich nog vaag herinneren.


Dat Hillary Clinton, minister van Buitenlandse Zaken van de VS, verklaarde dat de openbaarmaking van een kwart miljoen geheime telegrammen van Amerikaanse diplomaten 'niet alleen een aanval op Amerika was', maar ook een aanval op de 'internationale gemeenschap' en dat er niks heldhaftigs was aan het 'saboteren van vreedzame relaties tussen landen' - dat hoorde bij haar functie, hoewel ze even daarvoor de openheid van internet nog de hemel in had geprezen.


Dat de woordvoerder van president Obama, Robert Gibbs, zei dat 'dit soort onthullingen' niet alleen Amerikaanse diplomaten en geheim agenten in gevaar brachten, maar ook 'mensen van over de hele wereld die naar de VS komen voor hulp bij het bevorderen van democratie en open government' - dat was van een dermate subliem cynisme, dat het hem zij vergeven.


Dat Mark Rutte zei dat het lekken van WikiLeaks weliswaar 'enorm schadelijk was', maar ook dat hij de 'roddels en observaties van en over buitenlandse leiders ongelooflijk boeiend' vond, liet weer eens zien dat Mark Rutte een leuke man is - zij het misschien wat aan de oppervlakkige kant. Dat Mark Rutte het tevens goed nieuws vond voor de Nederlandse ict-sector, omdat was gebleken 'dat er nog veel geld te verdienen is met het beveiligen van dit soort systemen' was gewoon grappig.


Het is altijd fijn als mensen zich aan hun rol houden, dat schept duidelijkheid.


Maar dat Robbert de Witt, chef Buitenland van het opinieweekblad Elsevier, op 6 december onder de kop 'Pak hem op' op de site van het blad opriep Julian Assange 'in zijn nekvel te grijpen' was op zijn minst opmerkelijk. 'Met gestolen informatie brengt deze anarchist de wereld schade toe', schreef de tot journalist omgeturnde historicus. Onder een foto van Assange stond: 'Julian Assange moet nu echt worden opgepakt'.


Dat in een hoofdredactioneel commentaar in de Volkskrant, eind oktober, sprake was van een 'enigszins obscure onthullingensite' die zaken openbaarde die maar beter aan 'historici en onderzoekscommissies' konden worden overgelaten, was trouwens ook behoorlijk merkwaardig.


Zo waren er meer journalisten en commentatoren die hun twijfels uitspraken over het lekken door WikiLeaks, als het geen diepe verontwaardiging was. In The New Yorker schreef Pulitzer Prijs-winnaar Steve Coll: 'WikiLeaks moet worden gestopt!' en in de Washington Post omschreef Mark Thiessen WikiLeaks als een 'misdaadonderneming'. Als één beroepsgroep moeite had met de vraag hoe om te gaan met WikiLeaks en Assange, dan waren het wel de journalisten. Er ontspon zich de afgelopen maanden een ware richtingenstrijd die uitmondde in een waterscheiding: WikiLeaks oké versus WiliLeaks niet oké.


Steun voor WikiLeaks was er van de journalisten van The Guardian, Der Spiegel en TheNew York Times die zich inzetten om de brij aan informatie van Cablegate aan journalistieke legitimering te helpen. Van de Internationale Vereniging van Onderzoeksjournalisten en de Nederlandse onderafdeling daarvan. Van opiniemakers over de hele wereld.


De journalistieke legende Carl Bernstein sprak zich uit voor WikiLeaks. Net als zijn generatiegenoot Seymour Hersh, de legendarische onderzoeksjournalist van onder meer The New York Times en The New Yorker die het bloedbad van My Lai (1968) openbaar maakte en bijna veertig jaar later de gevangenis van Abu Ghraib.


'Op lange termijn zal deze constante vloed van informatie nuttig zijn', zei Hersh in Der Spiegel. En ook: 'Internet is een van de laatste plekken op aarde die vrij zijn en niemand toebehoren, en dat is precies waar veel regeringen bang voor zijn.' WikiLeaks werd door Hersh verwelkomd als een nieuwe journalistieke vorm, nuttig voor mensen die zaken naar buiten willen brengen, overigens een activiteit zo oud als de krantenwereld.


WikiLeaks splijt vriendschappen, maar brengt ook oude vijanden bij elkaar: opeens zat Francisco van Jole in de studio van PowNews WikiLeaks en de internetvrijheid te verdedigen. 'Het is oorlog', verklaarde Dominique Weesie, wiens omroep, net als de VPRO trouwens, een mirror online zette van de WikiLeaks-site.


Het gaat niet om leeftijd (De Witt is 32, Hersh 73) niet om links of rechts (Van Jole is van de VARA, Weesie bepaald niet), het gaat om iets anders.


Het debat over WikiLeaks gaat over de verhouding tussen de wereld zoals we die kennen en internet. Tim Hwang, die zich op Harvard bezighoudt met de toekomst van het web, schreef in The Washington Post een analyse van de tegenstelling. Die gaat volgens hem tussen mensen die de wereld willen herscheppen naar het beeld van internet - decentraal, transparant en radicaal open. Dat moet, vinden de internetaficionado's, het organisatieprincipe worden van alles in de maatschappij, van grote en kleine instituties.


Anderen, zegt Hwang, zien internet als een medium dat moet worden omgevormd naar de eisen van de bestaande instituties - en die denken centraal, controlerend en als het zo uitkomt geheim. Na een wild en woest begin volgt in hun ogen voor internet consolidatie en controle van de overheid over het web. Zo ging het met film, met radio en met tv, zo dient het ten behoeve van rust en orde met internet ook te gaan.


Precies wat Van Jole en Weesie vrezen.


In het WikiLeaksdebat gaat het om de tegenstelling tussen behoudend en veranderingsgezind.


En sommige journalisten zijn zo behoudend, dat ze er geen been in zien vrijwillig embedded te gaan bij de bestaande machten van overheid en bedrijfsleven, de geheide tegenstanders van anarchisten als die van WikiLeaks. Aan het aloude adagium dat de journalistiek de waakhond is van de democratie en daarom van nature wantrouwend moet staan tegen elke vorm van macht, hebben de brave Robbert de Witts van deze wereld geen boodschap.


Journalist en schrijver Daniel Samuels schreef in The Atlantic begin december een belangwekkend stuk onder de titel The Shameful Attacks on Julian Assange. Daarin nam hij het op voor de man wiens privé-escapades met Zweedse vrouwen door tegenstanders worden gebruikt om het hele WikiLeaksverhaal in twijfel te trekken.


Maar Assange is ook de man die al vanaf 1997 bezig is een podium te scheppen waarop mensen, zonder het risico daarvoor te worden gestraft, klokkenluider kunnen zijn. Zo bracht hij in 2008, vóór alle ophef rond de lekken betreffende Irak, Afghanistan en Telegrammen, een alweer bijna vergeten kwestie in Kenia aan het licht, 'The Cry of the Blood', over de moord op zeker vijfhonderd jonge Kenianen, met goedkeuring van de overheid.


De Amerikaanse overheid, zegt Samuels, vertoonde na '9/11' een toenemende neiging tot geheimzinnigheid, met 'terrorisme' als argument - 'terrorisme is het nieuwe communisme'. Die overheid begint oorlogen onder valse voorwendsels, het is gissen naar de ware aanleidingen. De burger, ook die buiten Amerika, heeft te maken met een overheid die steeds verder doordringt in zijn privacy; nergens ter wereld worden bijvoorbeeld zoveel telefoons afgetapt als in Nederland. Een belangrijk hulpmiddel voor de overheid is internet.


De kwartmiljoen telegrammen die WikiLeaks openbaarde vormen maar een fractie van de zestien miljoen topsecret boodschappen die jaarlijks naar Washington worden verzonden. En dan vallen de échte geheimen nog in een hogere categorie. Uit onderzoek van de Washington Post, dit jaar, naar de wereld van de topgeheimen, bleek dat nu 845 duizend Amerikanen werkzaam zijn in de duistere schaduwwereld van de staat, een wereld waarvan hun medeburgers geen weet hebben en ook niet mógen hebben.


Julian Assange heeft opgemerkt dat het afgelopen jaar vijf WikiLeaks-mensen meer geheime informatie boven water hebben gekregen dan de verzamelde wereldpers bij elkaar. Daar had hij een punt. De media zijn aan de verliezende hand - lees ook Gebakken lucht van Nick Davies, de Guardian-journalist die niet voor niets erg zijn best deed om WikiLeaks in de reguliere journalistiek te integreren.


Er zijn excuses; de middelen van de media zijn beperkt en de overheid is rijk, machtig en steeds beter in controle, propaganda en manipulatie. Maar waarom deden wij wérkelijk mee aan de oorlog in Irak? Waarom doen wij wérkelijk mee in Afghanistan? Waarom kopen wij écht de JSF?


Ooit werden dergelijke vragen (soms) beantwoord doordat iemand uit de school klapte - vanwege ambitie of een gekweld geweten. Dat is wat er via WikiLeaks nog steeds gebeurt. Het is massaler, maar niet wezenlijk anders.


In zijn credo 'State and Terrorist Conspiracies' uit 2006 haalt Julian Assange de Amerikaanse president Theodore Roosevelt aan, of beter gezegd diens A Contract With The People, waarmee hij in 1912 namens de Progressive Party tevergeefs een derde ambtstermijn als president trachtte te veroveren. Roosevelt schrijft: 'Achter de duidelijk zichtbare overheid zit een onzichtbare regering op de troon, die geen verantwoording schuldig is aan het volk. Deze onzichtbare regering te vernietigen, deze onzalige alliantie tussen corrupt bedrijfsleven en corrupte politiek aan de kaak te stellen is de eerste taak van staatsmanschap.'


Documentairemaker Michael Moore, prominent aanwezig in een aantal van de geheime telegrammen van Cablegate - en niet omdat de betreffende diplomaten zijn docu's zo mooi vonden - legde in zijn documentaire Fahrenheit 9/11 schaduwen van de onzalige alliantie bloot. Hij is een groot pleitbezorger van WikiLeaks.


Ook met WikiLeaks zien we nog altijd niet meer dan schaduwen op de wand van de grot. Wat de media tegenover de overweldigende overmacht van de staat kunnen stellen, die ze geacht worden te controleren, is armzalig en ontmoedigend.


Het is David tegen Goliath. Alleen heeft David nu even een machtige slinger in handen: wikilekken via internet.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden