De macht van muziek

Ze heeft maling aan de wetten van de dansvloer. Als de stemming er goed in zit, vindt Lady Aïda, een van Nederlands meest gevraagde techno-dj's, het tijd voor een irritante mix....

BASSEN BEUKEN, een sax jankt, rook spuit de zaal in, lichtflitsen schieten uit de hemel. Een dampende massa, rillend door de decibellen, danst tussen de bliksemschichten. Op het podium, naast een draaiende bol met de tekst It's impossible to imagine a world without music, regeert Lady Aïda, een van de meest gevraagde techno-dj's van Nederland. Haar handen glijden razendsnel langs de knoppen. De haardos, gekruld door de warmte, deint mee, maar kan het tempo niet bijbenen. De zaal is euforisch. Aïda ook.

Elf jaar zit ze in het vak. Ze was al bekend over de grens - Australië, Duitsland, Frankrijk, Israël, Groot-Brittannië, Spanje en Italië, om enkele landen te noemen - eer ze in Nederland naam maakte. Pas toen de grote festivals zich aan dance en dj's waagden, begon het voor haar ook in Nederland te lopen. Drie keer stond ze op Lowlands, een keer op Pinkpop. In maart draait ze in Tokio, twee maanden later in New York. Ach, na Europa volgt vanzelfsprekend de rest van de wereld.

Lady Aïda is de artiestennaam van de Eindhovense Aïda Spaninks. Haar leeftijd weigert ze te zeggen, ze wil worden beoordeeld op haar werk. Ze is genoemd naar de opera van Verdi. Haar vader hoopte dat ze iets in de muziek zou gaan doen. Verder gaat elke vergelijking met de creatie van de Italiaanse componist mank. Was Verdi's heroïsche slavin verscheurd tussen de liefde voor de veldheer Radames en haar vader en vaderland, Aïda Spaninks heeft maar één passie: muziek. Het expressieve heeft ze van haar moeder, die, 67 jaar oud, uit haar dak gaat als ze een cassettebandje van Aïda opzet. Het liefst met snoeiharde techno, acid of zo.

In de tijd dat ze modevormgeving studeerde, ontdekte Aïda de macht van muziek toen ze in een café iedereen aan het dansen kreeg. In een gewone studentenkroeg, waar de mensen kwamen om te drinken en te kletsen, verder niks, er was niet eens een dansvloer, sprongen ze op de tafels, de bar en in de vensterbank. Aïda hoefde niet eens in de microfoon te gillen dat ze moesten gaan dansen. Zij bepaalde wanneer de mensen een drankje bestelden, dan ging ze naar beneden met de flow. Om daarna, pats, gas te geven en het café weer op hol te laten slaan.

Dat was halverwege de jaren tachtig. Het waren nog plaatjes van vinyl, cd's waren er amper. Draaien op oude Lenco's, 33 en 45 toeren, het echte handwerk; de Technics SL1200 MK2 moest nog worden uitgevonden. Ze probeerde de platen wel aan elkaar te lassen, maar dat is nog geen mixen. Talk Talk, Brian Eno, Art of Noise, DAF, Talking Heads - dat werk. Ze draaide vooral Talking Heads, het repeterende van haar huidige repertoire zat daar al in.

Veel van de spontaniteit van toen - je hoorde iets en je reageerde erop - is verdwenen, sombert Lady Aïda. Tegenwoordig wordt het allemaal van tevoren bekokstoofd, met z'n allen naar een megafeest in de Arena, het liefst met 35 duizend man. De gedragscode op dansfeesten wordt voorgeschreven door TMF, The Music Factory. Die tv-zender bepaalt hoe je je moet gedragen en wat je moet aantrekken. TMF, dat is tieten en strings.

Een ander verschil met vroeger is dat de dj het sterrendom heeft bereikt. De dj werkt weliswaar met de muziek van anderen, maar hij maakt de dansavond. Een dj beoefent een instinctieve, emotionele kunstvorm, vindt Aïda. Kunstvorm ja, ze staat op het podium en treedt op. God is a dj, dat zingt Faithless niet voor niks.

Was een dj tot voor een jaar of tien geleden behang en ving ie voor een avondje draaien hooguit een paar honderd gulden, toppers krijgen tegenwoordig vele tienduizenden guldens per optreden. Niet Lady Aïda, ze mijdt megafestaties als in de Arena en commerciële disco's. Zeker die in de Randstad, waar het allemaal hip moet zijn. Hip is vluchtig, consumeren en wegflikkeren. Hip is altijd effe. Eigenlijk heeft ze een hekel aan hippe mensen.

In commerciële clubs moet de hitfabriek aan. Het is geen kunst om de zaal uren met de handen in de lucht te laten wapperen. Lady Aïda is geen dijenkletser-dj. Ze draait niet een plaat omdat het een hit is, ze draait een plaat omdat ie iets met je doet. Het moet kloppen met haar gevoel.

De platen kiest ze zorgvuldig uit. Van de pakweg vijfhonderd die per week uitkomen, snuffelt ze er aan tweehonderd. Ze selecteert op haar gevoel, zíj is het belangrijkste, zíj moet het geven: de vibe, chemistry. Haar intuïtie heeft haar nog nooit in de steek gelaten. Haar hele bestaan is erop gebaseerd, Aïda vertrouwt er blindelings op. De keren dat ze iets beredeneerde, had ze meteen problemen.

Techno is gebaseerd op computergeluiden en heeft een minder constante dreun dan de doorsnee house. Door de kale ritmes, de lineaire ontwikkeling en het ontbreken van vocalen wordt het kouwe muziek genoemd. Voor Aïda zindert techno van de emotie. De emotie van machines, het zinderende geluid van vooruitgang. De beat is de hartslag van je moeder die je hoorde toen je in haar baarmoeder zat. Een oergeluid, daarom reageert iedereen er zo wild op. Simpel zat.

Lady Aïda treedt het liefst op in het alternatieve circuit, de Effenaar in Eindhoven, haar thuisbasis, Doorn roosje in Nijmegen, Paradiso en de Melkweg in Amsterdam, 013 in Tilburg, Nightlive in Maastricht, Simplon in Groningen, Fenix in Sittard, de Azijnfabriek in Roermond. De meeste mensen daar komen voor haar en de muziek, niet om zelf gezien te worden. Ze dansen zich in het zweet en doen hun shirt uit als ze het warm krijgen.

Op de gesubsidieerde poppodia heeft ze een trouwe schare aanhangers, open-minded en kleurrijk. Doordat ze heel breed elektronische dansmuziek draait, trekt ze niet alleen techno-diehards. Maar ook mensen met piercings, lange haren en spijkerbroeken en zelfs opgedoft volk dat de dure kleren wél in de plooi probeert te houden. Van dat gemêleerde publiek smeedt ze een eenheid.

Dance, waartoe techno behoort, is verbroedering. Dance is vrijheid, doen waar je zin in hebt, tenminste, dat is de bedoeling. In ieder geval geen codes, maar dansen zonder voorgeschreven pasjes. En voor Aïda vrijheid in wat ze draait. Alles kan ze draaien.

Het mooiste is als iedereen in dezelfde vibe komt. Aïda ziet dat meteen, dan heeft de kolkende massa een lekkere golfslag. Niet dat iedereen dan in een keurslijf is geperst, maar met z'n allen genieten van hetzelfde, ieder op zijn manier. De beleving is individueel.

Op de toppen van de euforie, als iedereen denkt: wat zitten we er lekker in, vindt Aïda het tijd om de zaal te gaan irriteren en laat ze de plaat met een venijnige mix van karakter veranderen. Platen zijn net mensen, iemand kan in zijn uppie heel aardig zijn, maar in een groep onuitstaanbaar. De hinderlijke intermezzo's zijn nodig om straks weer in extase te kunnen geraken.

Een nacht Lady Aïda is niet alleen dansen en de volgende morgen halen. Ze wil mensen openbreken en iets nieuws laten horen, hen een stap verder laten gaan dan ze wilden. Dat er mensen afhaken, neemt ze op de koop toe. Ze verlangt niet dat de zaal alles klakkeloos pikt. Dan zou ze alleen met zichzelf bezig zijn. Boodschap vindt ze een verschrikkelijk woord, maar Lady Aïda is wel degelijk een dj met een missie.

Ze geeft lezingen op middelbare scholen, kunstacademies en in bibliotheken. Docenten kunnen niet overbrengen wat dansmuziek is, dat moet iemand uit de praktijk doen. Ze loopt de stijlen langs en vertelt de geschiedenis van de dj. De eerste plaat op de radio werd in 1906 in Amerika gedraaid, 'het' Largo van Händel.

Ze geeft workshops voor beginnende dj's en begeleidt drie hogeschoolstudenten cultureel-maatschappelijk werk. Die onderzoeken hoe mensen hun keuze maken uit het overdadige aanbod van vrijetijdsmogelijkheden. Dat onderzoek kan in van alles resulteren: een advies aan concertorganisator Mojo, maar ook de totale organisatie van een feest dat nog nooit is gegeven.

Geen experiment gaat Aïda uit de weg. Ze is aan het stoeien met haar stem, haalt die door een sample-machine, zet er een galm op, filtert het en mixt het nog een keer. Het resultaat is het geluid van een stampende machine. Op het Rotterdams Filmfestival gaat ze vanavond aan de slag met soundtracks. Niet dat ze bestaande filmmuziek gaat draaien, allicht niet, het moet wel dansbaar zijn.

Aan het eind van elk feest waar zij draait, is iedereen lichamelijk en geestelijk bekaf, vermoedt Aïda. En bevrijd, ze hebben hun emoties kunnen uiten. Aïda is dan helemaal leeg. De volgende dag zoekt ze de rust van een bos op.

Zelfs daar laat de muziek haar niet los. Het geluid van de bomen klinkt als techno, een constante ruis van beweging, wind die tegen de bomen blaast, ritselende bladeren, een vallende tak. Vogels verzorgen de melodie, haar voetstappen de percussie. Lady Aïda kan zich een wereld zonder muziek niet voorstellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden