De macht van de vuilnisman

Iwan Brave keerde een jaar geleden terug naar zijn geboorteland Suriname. Zijn eerste indrukken beschreef hij toen in een wekelijkse column....

'President riep vliegtuig terug', kopte het dagblad De Ware Tijd vorige week. Terwijl ik dit las, zag ik een torenhoge Jules Wijdenbosch met gekromde wijsvinger in de wolken het vliegtuigje vermanend terugroepen. Deze absurdistische voorstelling had natuurlijk te maken met de formulering van de kop. Maar wat er in werkelijkheid was gebeurd, is minstens zo absurd.

Ben je hoog en droog op weg naar je vakantiebestemming - of misschien wel een belangrijke zakenbespreking - en tijdens een tussenlanding en nog maar een half uur vliegen van je eindbestemming strand je alsnog voor twaalf uren. Reden: het toestel is opgeëist door de president omdat zijn vliegtuig waarmee hij naar een CARICOM-bijeenkomst moet een mankement heeft.

De CARICOM is de Caribische tegenhanger van de EU en volgens Wijdenbosch moest hij er bij zijn omdat er voor Suriname belangrijke beslissingen zouden worden genomen. Klinkt legitiem, want Suriname is qua concurrentiepositie absoluut het lelijke eendje van de CARICOM. Dat je het als natie met net iets meer dan één vliegtuig moet doen, zegt voldoende.

Maar algemeen belang of niet, het kunstje van de Surinaamse president had met zijn machtspositie te maken. In het kleinschalige Suriname, waar van alles geen of één is, en hooguit twee, heeft al gauw iedereen een machtspositie. Dat kan betekenen dat je je vanwege je eigen, bijna-onmisbaarheid goed geluimd naar huis begeeft, en dat diezelfde kleinschaligheid je van het ene moment op het andere kan doen denken: wegwezen hier, uit deze vierderangs dorpsklucht.

Tot enkele weken geleden verkeerden mijn buren en ik in een luxe positie. En wel omdat de vuilnisman twee maal per week langskwam. In Paramaribo geldt voor menige buurt dat het ophalen van vuil net zo bijzonder is als een waterbron in de woestijn. Het geeft de vuilnismannen een ongekende machtspositie.

Maar zomaar op een dag bleef mijn vuilniszak in het paalrek. Zo ook de volgende ophaaldag. Later begreep ik van de buren dat de chauffeurs van de vuilniswagen ons stukje straat 'niet meer de moeite waard' vonden. We moesten ons maar naar hun route schikken. Dat mijn vuilnis af en toe nog wordt weggehaald, komt doordat ik op een hoek woon. Sommige chauffeurs zijn dan niet te beroerd te stoppen, zodat een van de aanhangjongens drie stappen de straat in kan doen om de zakken te pakken. Mijn buren daarentegen zijn gedwongen hun vuilnis elders heen te sjouwen.

Maar dat gaat zonder mokken, want in Suriname kan het nu eenmaal eb zijn en dan weer vloed. Dus ga je rustig met de getijden mee.

Op die middag dat ik aanvankelijk goed geluimd thuis zat te werken, hoorde ik de vuilniswagen naderen en keek door het raam. En ja hoor, mijn vuilniszakken bleven staan. Ik rende naar buiten en op het kruispunt riep ik luidkeels de wagen na en zwaaide verontwaardigd met mijn armen. 'Straks, straks', hoorde ik een van die jongens in de verte enigszins geïrriteerd terugroepen.

Een buurvrouw die alles gadesloeg, probeerde me gerust te stellen met de mededeling dat ze een blokje om zouden gaan, om zodoende recht in de straat uit te komen. Het blokje werd inderdaad gemaakt, het vuil van mijn buurvrouw werd meegenomen, maar tot mijn verbazing zwenkte de vuilniswagen vervolgens de hoek om en sloeg een reeds gedane richting in.

Hoewel de wagen mij op nog geen paar meter passeerde, leek het alsof ik niet bestond. Ik had kennelijk voor mijn beurt gesproken door verontwaardigd te staan zwaaien. En in het kleinschalige Suriname, waar ieders positie al gauw een machtspositie is, wordt voor je beurt spreken doorgaans genadeloos afgestraft. Door de lokettist, door de receptionist, door de secretaresse, door de barman, door de caissière.

Je wordt er soms moedeloos van almaar je plaats te moeten kennen. Oom Frans, bij wie ik na iedere ontmoedigende ervaring voor een zalvende verklaring terecht kan, verwoordt het als volgt: 'In Suriname kennen we geen traditie van algemene richtlijnen. Als jouw gezicht de man niet aanstaat, dan negeert hij jou, ook al staat er geschreven dat je recht op iets hebt. Dit is waar dit land onder meer aan kapot gaat. Onder meer', eindigt hij dan nadrukkelijk.

Als padvinder in hart en nieren is hij over het algemeen niet zo gecharmeerd van die 'losbandige' Nederlanders. Maar in dit geval zegt hij: 'Neem nou de Nederlander. Ook al lust hij jou niet, als de voorschriften zeggen dat je ergens recht op hebt, dan geeft hij het jou. De Nederlander is zakelijk.'

Een taxichauffeur, aan wie ik de volgende dag het voorval met de vuilniswagen en de woorden van Oom Frans voorleg, zegt: 'Dat noemen we hier het systeem van names and faces. Eerst wordt gekeken wie je bent en hoe je heet. Daarom zal je in de winkel iemand wel eens horen zeggen: ''Jullie behandelen me zo omdat ik zogenaamd niemand ben, maar voor Bouterse zouden jullie hebben gerend''.'

We waren op weg naar de verschepingsmaatschappij Jos Steeman, waar mijn eindelijk verscheepte stereo-installatie was aangekomen. Toen ik mijn computer een jaar geleden afhaalde, ging ik er met Oom Frans naartoe, want die kon vanwege zijn naam en gezicht voorkomen dat ik de volle mep aan invoerrechten moest betalen. Ik had besloten deze keer zonder Oom Frans - die oud-politiefunctionaris is - te gaan, omdat ik niet op andermans gezicht wil draaien.

Maar ik was gespannen, want mijn verhollandste aangezicht hoeft een douanier maar niet aan te staan of hij laat me bloeden, door opeens strikt de algemene richtlijnen te hanteren. Terwijl ik, aangekomen bij Jos Steeman, wachtte tot ik opgeroepen zou worden voor de 'visitatie', raakte ik in gesprek met een van de kruiers. Ik probeerde uit te vissen op hoeveel invoerrechten ik moest rekenen.

De nauwelijks geschoold uitziende jongen maakte gewiekst gebruik van de gelegenheid om zijn positie te doen gelden. Hij stelde voor te zeggen dat ik zijn 'mati' - vriend - was, waardoor ik dan 'haast niets' hoefde te betalen. Maar dan moest ik hem 'wel wat lekkers' geven. Na de deal liep hij naar een douanier, mompelde wat tegen hem en wees naar mij. 'Brave', klonk het daarna op geprivilegieerde toon. Ik had zowaar opeens een naam en werd voor mijn beurt geholpen.

Maar de douanier was natuurlijk ook niet gek en liet ook even zijn macht voelen. 'Hoeveel is uw installatie waard?', vroeg hij, het spel niet te gemakkelijk makend. 'Duizend gulden Nederlands', probeerde ik aannemelijk te liegen. 'Dat geloof ik niet', volleyde hij terug. Nog net niet hakkelend kwam ik met een rekensommetje per 'in de uitverkoop gekocht' element.

Het moment dat ik dreigde te verliezen, kwam een andere beambte aanzetten. 'Hoe is het met je?' vroeg deze. 'Herken je me niet?', zei hij quasi-beledigd toen ik tevergeefs in mijn geheugen groef. 'Als ik je in de Domineestraat had zien lopen, had ik je niet herkend', paste ik de tactiek van niet-slijmen toe, nadat hij mijn geheugen had opgefrist. Hij nam de papieren van zijn collega over, en zei bemoedigend: 'Je begrijpt dat je voor de administratie wel iets zult moeten betalen.'

'Je hebt vandaag de wind mee', zei de taxichauffeur op de terugweg. 'Nu je die jongen goed hebt getipt, word je de volgende keer als hij je ziet meteen geholpen, hoe druk het ook is.'

En zo gaat het in het kleinschalige land van names and faces, waar alles schaars is, maar waar machtsposities te over zijn. Dat de ene een vliegtuig kan terugroepen en de andere niet eens een vuilniswagen kan doen keren, is niet louter een kwestie van hoe hoog je op de maatschappelijke ladder staat. Voor een volstrekt onbekende schoonmaakster die Truus Wijdenbosch heet, gaan momenteel vanwege haar naam waarschijnlijk meer deuren open dan voor een kundige advocaat die Wijntuin heet.

In het telefoonboek van Suriname komt maar één Brave voor. Ik zal het dus van mijn gezicht moeten hebben. Dat wordt een zware klus in dit dorp.

Iwan Brave

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden