De macabere actualiteit van Poerim

EIGENLIJK hadden ze in Israël dezer dagen het Poerim-feest zullen vieren. Dat is geënt op een mogelijk apocrief verhaal, dat zich een paar duizend jaar geleden afspeelt in Perzië....

Op het nippertje slaagden Ahasveros' joodse gemalin Esther en haar oom Mordechai erin te bewijzen dat niet de joden een komplot beraamden, maar Haman. De dreigende pogrom ging niet door. Ahasveros vaardigde een proclamatie uit, waarin al zijn onderdanen gelijke rechten kregen toegekend. Het is een parabel met een verrassend moderne strekking; een ode aan de multiculturele samenleving.

Voor de tweede keer in korte tijd vindt die Poerim-viering in Israël plaats onder perverse omstandigheden. Twee jaar geleden schoot de joodse arts Baruch Goldstein uit Kyriat Arba tijdens Poerim zijn automatische geweer leeg op islamitische gelovigen in de moskee van Hebron. De dader verkeerde in de waanvoorstelling dat de joodse nederzetting bij Hebron in werkelijkheid een Duits getto was; de Israëlische regering beschouwde hij als een verraderlijke Joodse Raad, zodat hem niet anders restte dan zelf gewapenderhand een naar zijn mening dreigende Arabisch pogrom tegen te gaan. Het gevolg was een gruwelijke massamoord.

Dit jaar is het precies andersom. Islamitische martelaren van de meest extreme vleugel van Hamas helpen niet alleen zichzelf naar God, maar ook tientallen Israëli's, die volstrekt niet geïnteresseerd waren in een enkeltje richting hiernamaals. Ook dit is een griezelige variatie op het Poerim-verhaal; geestelijke nazaten van Haman trekken een spoor van bloed door Israël, zonder dat iemand dat kan verhinderen.

Vooral de onmacht om de bommenleggers tegen te houden, kan explosieve politieke en psychologische consequenties krijgen. Na de eerste aanslag, twee weken geleden, op een bus in Jeruzalem, verklaarde een medewerker van premier Peres met verbeten vastberadenheid: 'Wij gaan door met het vredesproces, wij zullen niet toestaan dat het hier een tweede Bosnië wordt.' Maar een tweede Bosnië, of nog erger, een door wederzijdse etnische haat gevoede totale oorlog, is precies de dreiging die zich aftekent.

Het psychologische klimaat in Israël is enigszins vergelijkbaar met dat tijdens de Golfoorlog. Net als nu stond de Israëlische bevolking ook toen machteloos, tegenover de Iraakse Scuds.

Maar er zijn een paar verschillen. Destijds leefde de hoop dat de kwelling tijdelijk was en zou ophouden zodra de anti-Saddamcoalitie de oorlog gewonnen had. Het aantal slachtoffers bleef beperkt. Bovendien kon de bevolking enkele voorzorgsmaatregelen nemen: de afgeplakte kamers, de gasmaskers. Tenslotte waren er de Patriots, waarvan het gebrek aan effectiviteit pas achteraf duidelijk werd.

Desondanks had het weerloze wachten op de Scuds belangrijke psychologische gevolgen. De gedachte dat alleen vrede met de buurlanden en onvermijdelijk ook met de Palestijnen de Israëli's dit soort nachtmerries zou kunnen besparen, won terrein. Dankzij die psychologische onderstroom kon de regering van Rabin en Peres compromissen sluiten die voorheen ondenkbaar waren.

Dit keer wijst de psychologische dynamiek in tegengestelde richting. Midden in Jeruzalem en Tel Aviv zijn moorden gepleegd die worden ervaren als aanslagen op het hart van de Israëlische samenleving. Wie op straat loopt of de bus neemt, heeft het gevoel zijn leven niet zeker te zijn. Het kan ieder moment opnieuw gebeuren. Als dit hoort bij de vrede die Peres heeft beloofd en waaraan hij werkt, dan hoeven de Israëli's die vrede en Peres niet. Alom klinkt een woedende, wanhopige roep om wraak of tenminste doeltreffende actie.

Peres staat voor vreselijke dilemma's. Hij moet laveren tussen het redden van het ineenstortende vredesproces en de opdoemende verkiezingsnederlaag. Als hij zich beperkt tot klassieke terreurbestrijdende maatregelen en het helpt niet, is dat zijn politieke einde. Als hij zijn voor Israëlische consumptie bestemde dreigende woorden waarmaakt en het leger op grote schaal in Palestijns gebied laat optreden, helpt dat waarschijnlijk ook niet en betekent het de doodklap voor het gezag van Arafat en dus voor het vredesproces. Ook de Palestijnen die nu aarzelen in hun reactie op de terreur uit eigen kring, zullen dan weer vervallen in de reflex van haat.

Alleen de Palestijnen kunnen nog zorgen voor een sprankje hoop. Als Arafat doorgaat met het arresteren van kopstukken van Hamas. Als uit het Palestijnse autonome gebied een duidelijke roep om vrede komt. Als Arafat in welke vorm dan ook het oude PLO-handvest dat de vernietiging van Israël beoogt, weet in te trekken. Als de politieke vleugel van Hamas de 'studenten van de ingenieur' beteugelt en de terreur ophoudt.

Zelfs dan zal in Israël het gevoel van vogelvrijheid niet snel verdwenen zijn. Geen enkel volk zou een dergelijke golf van terreur sereen over zich heen laten komen. Maar voor de joden is de gedachte dat ze weer eens als lammeren naar de slachtbank kunnen worden geleid een onverdraaglijk trauma. Dan liever zelf toeslaan. Laten dit keer anderen dan maar de schapen zijn.

Het vredesproces is een moderne en beschaafde poging om afstand te nemen van deze krankzinnige keuze. Als het mislukt, bezwijkt ook de universele moraal van het Poerim-verhaal. Dan kunnen de Goldsteins en de Hamas-killers het gaan uitvechten.

Anet Bleich

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden