De luxe van Calvijn

De Nederlander blijft wars van decadentie. Lippen laten opvullen, je laten droppen met een helikopter op een bergtop om er daarna van af te skiën, driekwart van de bevolking keurt het af....

Bij weinig woorden brengt het woordenboek zo weinig uitkomst als bij decadentie. De officiële omschrijving van ‘Verval in moreel of mentaal opzicht; overdreven sterke zucht naar genot; geneigdheid tot zeer grote verfijning’, licht alleen een tipje van de sluier op.

Het eerste belangrijke onderscheid is dat tussen decadentie als maatschappelijk verval en als psychologisch verschijnsel. Als maatschappelijk verschijnsel is decadentie het gemakkelijkst te hanteren. Een cultuur beleeft een hoogtepunt van macht en invloed, maar verliest zijn greep op de omstandigheden en raakt in verval. De laatste fase van het Romeinse Rijk is het aansprekendste voorbeeld van dit verschijnsel.

Als we decadentie als een psychologisch verschijnsel opvatten, is het gemakkelijker een aantal beelden op te roepen dan om een definitie te geven. De Amerikaanse auteur Richard Gilman noemde in een monografie over decadentie keizerlijke slaapkamers met spiegels aan het plafond en zwart-satijnen lakens; Turkse pasja’s in hun speelzalen; een voyeur met een dure verrekijker gericht op de vensters van de slaapzaal van een meisjeskostschool. Moderne aanvullingen zijn de schoenenverzameling van Imelda Marcos, de echtgenote van de voormalige president van de Filippijnen, of de op expliciete seksvideo’s gestoelde beroemdheid van Paris Hilton, achterkleindochter van de oprichter van de keten van Hilton hotels.

In Nederland blijft het motto echter ‘Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg’. Dit blijkt uit onderzoek van het Instituut van Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS) in Nijmegen, onder ruim 800 Nederlanders. De studie, gehouden naar aanleiding van het 85-jarig bestaan van de Radboud Universiteit Nijmegen, werd vrijdag gepresenteerd op het congres Luxe en decadentie.

Wat ervaren Nederlanders als ‘meest luxe’? Roomboter op brood, zo blijkt uit een selectie, maar ook ‘kopen van goed vismateriaal’. De magnetron wordt gezien als het meest luxe apparaat in huis. Wie zich te buiten gaat aan zaken als helikopterskiën, het dragen van bont of het opvullen van de lippen, moet rekenen op afkeurende reacties van ongeveer driekwart van de bevolking. Daniël Wigboldus, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit: ‘We blijven een volk van dominees, maar ook van kooplieden, want als we zelf 20.000 euro netto per maand kunnen verdienen, doen we dat heel graag.’

In het onderzoek is niet alleen gekeken naar wat we af- en goedkeuren voor anderen, maar ook hoe we daar zelf in staan. Wie zowel voor zichzelf als voor anderen soberheid wenst, is calvinistisch. Wie zowel zichzelf als anderen alle luxe gunt, kan worden gekenschetst als bourgondiër.

Als naar onderwerpen wordt gekeken, verschilt het aantal bourgondiërs. Als het gaat om luxe reizen (met Kerst drie weken naar Thailand, om het jaar een cruise naar twee continenten of elke winter zes weken naar de Canarische eilanden), is 40 procent van de Nederlanders bourgondiër, terwijl dat bij schoonheidsoperaties en overdadige luxe – zoals eten in toprestaurants, dure champagne en bont dragen – geldt voor ongeveer 13 procent. Meer dan de helft van de Nederlanders is op de laatstgenoemde terreinen calvinistisch en dus voor zichzelf en anderen sober. De helft van de Nederlanders zou het prima vinden als er in ons land een salarisplafond van 250.000 euro netto per jaar zou worden ingesteld.

Een deel van de bevolking is weinig consistent, en heeft bijvoorbeeld geen enkele moeite met uit eten gaan in toprestaurants, of een weekeinde shoppen in Milaan met het vliegtuig, maar vindt schaamlipcorrecties of door een operatie mannen grote spierbundels geven, veel te ver gaan. Deze ondervraagden zijn soms tolerant en soms hypocriet. Tolerant wil zeggen dat zij voor zichzelf sober zijn, maar anderen de luxe wel gunnen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het overvloedig consumeren en voor schoonheidsoperaties.

Gaat het het echter over topsalarissen en luxe reizen, dan komt hypocrisie vaker voor. We keuren de topsalarissen – of vier vliegreizen per jaar – af. Maar we aarzelen niet om zelf een bonus of snoepreisje te accepteren.

Dat de calvinisten de grootste groep in Nederland vormen, blijkt ook uit de antwoorden op de vraag over het persoonlijke summum aan luxe. Dan worden genoemd: een fles whisky van 150 euro, een 13-gangendiner of een huwelijksreis naar de Malediven; maar anderen noemen een weekje zonder de kinderen of dingen doen als ‘een dagje uit met de bus, terwijl ik het eigenlijk niet kan betalen’. Slechts 5 procent van de ondervraagden denkt dat de eigen meest luxueuze uitspatting door de meeste anderen als decadent wordt beschouwd.

Het woord decadentie wordt meestal gebruikt om een moreel oordeel over anderen te vellen. Het gaat daarbij echter niet om dingen die in zichzelf slecht zijn. Paul Cliteur, filosoof en publicist, geeft als voorbeeld dat niemand zal oproepen terug te keren naar het ‘zuivere nazisme’, omdat het nazisme tegenwoordig ‘decadent’ is geworden. In zijn boek Tegen de decadentie schrijft hij: ‘Zo men al van nazisme als een vorm van decadentie wil spreken, dan is het nazisme een decadente verschijningsvorm van de westerse cultuur als zodanig – het is de westerse cultuur in zijn meest vervallen vorm.’

We worden met andere woorden decadent als we een in wezen goedaardig principe te ver of op een verkeerde manier doorvoeren. Toch blijft het vellen van een oordeel over de vraag of al dan niet sprake is van decadentie moeilijk. Daniël Wigboldus geeft de vleesindustrie als voorbeeld. ‘Wij vinden het met zijn allen heel gewoon om in de supermarkt een stukje vlees te kopen, maar misschien vinden ze dat over honderd jaar wel uiterst decadent. Wij nemen dat alleen niet zo waar, omdat we het gewend zijn. Andersom is het ook mogelijk dat juist de Partij voor de Dieren of de enorme rekeningen die we aan de dierenarts betalen straks als decadent veroordeeld zullen worden.’ Ook het feit dat we de wc doospoelen met schoon drinkwater, kan toekomstige generaties choqueren.

Recent onderzoek naar geluk biedt enig houvast. Als het om het welbevinden gaat, is men het in westerse landen in grote lijnen eens over het belang van liefde, seks, vriendschap, vrije tijd, rijkdom, werk en gezondheid. Bij ten minste vijf van deze levensdomeinen geldt dat het geluk van de een niet ten koste gaat van de vreugde van de ander. Voor relaties en vriendschap geldt zelfs het tegenovergestelde. Grotere onderlinge verbondenheid doet alle betrokkenen plezier. En bij geweldige seks heb je meestal een medeplichtige die ook profiteert. Zoeken naar geluk op deze terreinen levert geen eenzaam genot, maar maakt de wereld voor ons allemaal een beetje mooier. Het gevaar van decadentie is hier niet groot.

Voor werk zou je echter kunnen volhouden dat de promotie van de een de uitverkiezing van de ander belemmert. Ook rijkdom is een schaars goed. Bovendien werkt een te sterke gerichtheid op materiële welvaart vaak averechts. De overvloed kietelt de zintuigen maar kortdurend. Met salarisverhoging, een groter huis of een mooie auto werkt het nu eenmaal zo dat we er razendsnel aan gewend raken. Wat vandaag een reden is voor blijdschap, is volgende week alweer gewoon. Bovendien kunnen we ons altijd vergelijken met mensen die nog meer hebben, zodat het gevoel ‘tekort te komen’ onverslaanbaar is.

De Amerikaanse psycholoog Sonja Lyubomirsky spreekt over ‘hedonistische adaptatie’. Deze gewenning leidt ertoe dat we blijven zoeken naar steeds meer en naar een grotere verfijning, om ons maar gelukkig te kunnen voelen. Als de gerichtheid op hebbedingetjes en genot te eenzijdig wordt, dan brengt het niet de vreugde die we ervan hopen, maar juist teleurstelling. We wentelen ons dan in het meest luxueuze genot, maar oogsten op den duur verveling. Wie het genot zoekt in een mate dat het verveelt, heeft het goede overdreven en is afgegleden naar decadentie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden