De loopgraven van Barcelona en Madrid

Hij had de vreselijkste herinneringen aan Spanje, maar slechts een paar slechte herinneringen aan Spanjaarden. George Orwells Hommage aan Catalonië is een boek dat bijna tachtig jaar na dato nog altijd je blik kan bepalen. Als ik langs de vroegere telefooncentrale op de Plaza Cataluña in het centrum van Barcelona loop en de kogelgaten in de façade zie, hoor ik onvermijdelijk de stem van de grote meester.

Demonstratie voor onafhankelijkheid eerder deze maand in Barcelona. Beeld AFP

Het is mei 1937. Midden in de Burgeroorlog heeft het slagveld zich verplaatst van de loopgraven in Aragón naar het centrum van Barcelona. Maar het gevecht is hier niet met de troepen van generaal Franco, maar tussen de antifascisten onderling. Anarchisten en trotskisten hebben zich verschanst in de telefooncentrale om er hun arbeidersrevolutie te verdedigen. Ze staan tegen de troepen van de centrale regering in Madrid en die van de Generalitat, het onafhankelijke Catalaanse regiobestuur. Rond de vijfhonderd doden vielen er. Wie er vocht en wie er won: zelfs Orwell begreep er uiteindelijk niets meer van. Behalve dan dat het alles had te maken met emoties, angst en machtswellust.

Bijna tachtig jaar later zit ik zelf aan het front. De loopgraven die ik bezoek liggen nu in de keukens en cafés in Barcelona en Madrid waar families en vrienden discussiëren over Catalonië en de afscheiding van Spanje. Ik zag er hoe onbegrip en haat groeiden met de schijnbaar onafwendbare dynamiek van een eindeloos vertraagde treinramp. Spanjaarden die alles met elkaar gemeen hebben, leken plotseling overtuigd dat ze buitenaardse wezens voor elkaar geworden zijn. De 'eenheid van een volk', 'unieke' geschiedenis, het grote kwaad van de ander en natuurlijk breed uitgemeten slachtofferschap : het recept van nationalisme kent krachtige emoties.

Arrogant

Aan een keukentafel in Barcelona: 'Ze hebben een hekel aan ons. 'Die Catalaanse' noemen ze me. En dat is geen compliment.' In het stadje nabij Burgos waar ze regelmatig voor zaken moeten zijn, voelen ze zich nagewezen. Uitgemaakt voor arrogant en op de penning. Natuurlijk zijn zij voor de afscheiding van Spanje. Ze willen zelf bepalen wat ze willen, in plaats van het autoritaire bestuur in Madrid. Al vermoeden ze dat het zo'n vaart niet zal lopen.

Aan de cafétafel in een centrale wijk van Madrid: 'Dat hele onderscheid tussen Catalanen en de rest van Spanje, pure onzin. Emoties in de onderbuik. De helft van Barcelona komt uit de rest van Spanje.' Een Catalaanse vriend van ze leert zijn kinderen alleen nog maar Catalaans. Die kunnen een baan in Madrid later schudden, terwijl hun vader er wel jarenlang zijn geld verdiende. Dat zou dan nu opeens niet meer mogen? 'Die nationalisten hadden al lang in de bak moeten zitten.'

Spijt

In Barcelona stemden mijn vrienden op Junts pel Sí, de uiterst vreemde gelegenheidscoalitie van linkse en rechtse nationalisten die een eigen Catalaanse staat willen uitroepen. Ze kregen minder dan de helft van de stemmen. Alleen met de steun van een kleine antisysteempartij, ideologische erfgenamen van de strijders in de telefooncentrale in de Burgeroorlog, kan een regering worden gevormd. Maar de telefooncentrale biedt opnieuw verzet: eerst moet de door een eindeloze reeks van corruptieschandalen besmette nationalistische leider Artur Mas ophoepelen. Er ligt een verklaring klaar om het Spaanse bestuur niet langer te erkennen - welbeschouwd een soort regionale staatsgreep. Maar het regiobestuur ligt nu al weken plat. Wie er vecht en wint, het blijft een raadsel.

Mijn vrienden hebben spijt. Ze zijn ongerust. Door die revolutionaire antikapitalisten, met hun radicale kletsverhalen. Maar ook voor hun heilsverwachtingen van een eigen staat. Dat moet haast wel op een frustratie uitlopen. De volgende stap is geweld, vrezen ze. Dat lijkt me onwaarschijnlijk, sus ik schijnbaar ongelovig en tik het suikerlaagje stuk van mijn crema Catalana. Ik denk aan Orwell. Het bevalt me niets.

Raül Romeva, de leider van Junts pel Sí Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden