Column

'De lommerd hoort bij de stad als de rosse buurt'

Door de eeuwen heen is de bank bezongen, gehaat en geliefd, schrijft Lidy Nicolasen. 'Nog altijd belenen duizenden mensen hun kostbare spullen naar de lommerd.'

Grote belangstelling bij "Ome Jan", de Amsterdamse Bank van Lening, waa kijkdag werd gehouden voor de komende veiling in 1968.Beeld anp

Op de Dam houden meisje op hoge hakken en in witte peignoirs een tros gele ballonnen versierd met smileys hoog. Verderop hangt boekhandel Scheltema (voorheen Polare, voorheen Scheltema) de vlag uit en lacht ook al een smiley mee. De burgeropstand tegen Geert Wilders komt goed op stoom en de zon weet van geen wijken.

Deze dag, volgens de astronomische kalender de eerste lentedag van 2014, kan niet meer stuk, als ik op weg ben naar de Stadsbank van Lening in Amsterdam. De lommerd bestaat 400 jaar.

Hebt gy noch geld, noch goed: gaa deze deur voorby. Hebt gy 't laatste, en mist gy 't eerste, kom by my. Geef pand, ik geef u geld, waarom zoude ik u borgen. Zo begint de tekst op de gevelsteen van het hoofdgebouw in De Nes, dat oorspronkelijk een klooster was.

De gemeente richtte in 1614 de bank op, om de woekeraars de voet dwars te zetten. De eigenaars van de pandjeshuizen trokken de armelui met hun woekerrentes het vel over de oren en hielpen ze van de regen in de drup. Ook in andere steden kwamen gemeentelijke banken van lening, het maakte deel uit van de armenzorg.

De dichter des vaderlands Joost van den Vondel kreeg in 1658 in Amsterdam een baan als suppoost. Hij bleef er tien jaar en zijn stoel hebben ze nog. Hij moet veel volk aan zich voorbij hebben zien trekken. Ze kwamen vaak van heinde en ver om hun goed te verpanden. Sommigen kwamen nooit meer terug, domweg omdat ze nooit voldoende geld bijeen konden garen om hun bezit terug te kopen.

Veilingen
Dat gebeurt nog steeds. Volgende week zijn er veilingen van nooit teruggehaalde spulletjes en op deze dag liggen de spullen ter bezichtiging uitgestald. Het is druk, niet vanwege de gitaren, iPhones, tassen of de boormachine van zeven euro. Nee, de liefhebbers, verzamelaars of handelaars verdringen elkaar voor de toonbank van vakjes, afgedekt met glasplaten. De bling-bling. Ze wijzen het begeerde aan, laten het even in hun handen rusten, overleggen in vele talen, de camera's van hun telefoons klikken, waarna het kleinood weer in het vakje onder de glasplaat wordt geborgen.

De tekst op de gevelsteen van de Stadsbank van Lening op de Oudezijds Voorburgwal in de hoofdstadBeeld anp

De prijzen zijn navenant. Er ligt een diamanten ring met een briljant, goed voor ruim 1500 euro. En wat te denken van gouden munten voor een waarde van ruim 7000 of de diamanten choker van ruim 5000 euro? Er is een gouden setje van spelden, hangers, collier, oorknoppen en manchetknopen voor samen 700 euro, het zilveren collier met kraaltjes rondom een lagensteen kat hoeft maar 9 euro te kosten en de zilveren suikerpot - kan ook best mosterd in - staat voor 55 euro in catalogus.

De lommerd hoort bij de stad als de rosse buurt. Door de eeuwen heen is de bank bezongen, gehaat en geliefd. Nog altijd belenen duizenden mensen hun kostbare spullen. Maar anders dan vroeger zit de voordeur allang niet meer in een steegje opzij van de bank. Toen mocht niemand weten dat je het familiegoud of de trouwring beleende voor een paar nieuwe schoenen. Laat de buurt het niet horen dat je - naar de volksmond - op de 'stoep der schande of schaamte' was beland. Zie ze schichtig over hun schouder kijken.

Schaamte
We hadden de Surinamers nodig om die schaamte kwijt te raken. De bank was op sterven na dood toen zij in de jaren zestig in grote getale naar Nederland kwamen. Als je niks hebt, hoef je niet naar de lommerd, is hun redenering. Alleen wie goud of geld heeft, klopt bij die bank aan. Is dat iets om je voor te schamen, vroegen ze. Integendeel. De Turkse en Marokkaanse Nederlanders wisten de weg naar de lommerd eveneens moeiteloos te vinden.

Ook bij de huidige financiële crisis zien mensen soms geen andere uitweg dan hun goed te belenen om snel over geld te beschikken. Het kan zijn voor een vliegticket, of een auto of voor een niet te versmaden buitenkansje. Wie zal het zeggen, misschien ook nog wel eens voor dringender en basaler levensbehoeften. Armen zijn er ook in deze tijden van werkloosheid en economische tegenvallers. De oudste geldverstrekker van Amsterdam spint er garen bij. De komende 400 jaar zal dat niet anders zijn.

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden