De lokzang van de huldra

Het beginpunt is Oslo waar in 1876 het drama 'Peer Gynt' van Henrik Ibsen zijn toneelpremière beleefde. Het eindpunt is Bergen, de geboorteplaats van Edvard Grieg, componist van de 'Peer Gynt suite'....

De weg van Vik naar Voss is slechts 68 kilometer lang, maar vergt ruim anderhalf uur.

De klim begint vlak na het lieflijke stafkerkje van Hopperstad. Onder een breed uitwaaierende beuk, in de schaduw van naar de hemel gerichte drakenkoppen, rust op het kerkhofje menige familie Hopperstad. Het blijkt dat vroeger vrijwel iedereen de naam van zijn woonplaats kreeg, vernemen we aan de kassa - stafkerkjes vragen entree om in leven te kunnen blijven.

Op zeker moment telde de regio zo'n zestig families die Hopperstad heetten en die grotendeels op deze begraafplaats eindigden.

Een familie Gynt ligt er niet begraven, laat staan een Peer Gynt.

Na dat stafkerkje begint dus de klim naar een meter of 1100 hoogte, naar sneeuwvelden en bergmeren en vooral naar stilte. De enige bewoners die af en toe uit de wolkenflarden opduiken, zijn schapen. Bij voorkeur leggen ze zich - met hun kroost - op het asfalt te rusten, onverschillig voor het verkeer.

Borden en wildroosters waarschuwen voor de zwervende schapen. En ook voor loslopende rendieren. In tegenstelling tot hun mistroostige collega's in Peer Gyntland hollen hier kwieke herten, met uitdagende koppen, over de borden.

Het oog reikt ver. Horizontaal, maar ook verticaal wanneer de weg zich, tegen de bergwand geplakt, in tal van haarspeldbochten onverwacht de diepte instort, richting Vinje. De sneeuw verandert in watervallen en wijkt voor het groen van weilanden, schapen maken plaats voor bokken en geiten die al even onverschillig als hun soortgenoten reageren op passerende auto's.

We slaan bij Vinje af, richting Flåm, waar we onze Rode Draad weer gaan oppakken. Per slot heeft Peer Gynt ons al enige tijd in de steek gelaten en hebben we ons met Ibsens drama moeten behelpen.

Op het parkeerterrein bij het station van Flåm slaan we er Ibsen nog maar eens op na, met name acte 2, waarin Peer flirt met een schoonheid, die in het groen gekleed gaat. Peer doet zich voor als koningszoon en krijgt te horen dat ook zij adellijk bloed heeft: ze is de dochter van de Bergkoning die in Rondane - in een ontoegankelijk, deels onderaards berggebied - heerst over het hulderfolk. Daartoe behoren in deze regio gnomen en vooral trollen, domme, lelijke en gemene wezens, die tegenwoordig vast onderdeel van de Noorse toeristenindustrie zijn.

Peer had beter moeten weten toen hij op de verleidingen van de groene juffrouw inging. Hij had in haar een huldra moeten herkennen, een mooi, nimfachtig wezen, altijd in groene dracht. De trollen sturen haar er vaak op uit om bij aardse stervelingen kinderen te verwekken. Zodra ze een kind ter wereld heeft gebracht, verandert ze in een oude heks. Vaak lokt ze minnaars met lieflijk gezang, zoals bij Von Brentano de waternimf Loreley aan de Rijn deed en in Homeros' Odyssee de Sirenen.

Peer kent deze verhalen, maar laat zich toch aanhalen. Hij is zelfs bereid met haar in het huwelijk te treden. Op de rug van een varken reist het tweetal naar het rijk van de haar vader waar Peer ternauwernood het vege lijf redt. Tussen de beide geliefden is echter nog wel een vonk - en meer dan dat - overgesprongen. Wanneer Peer later zijn verleidster weer tegenkomt, is zij een oude vrouw geworden, met een aartslelijk kind. Peer Gynts kind.

Aan de rand van de Flåmsbana - bij de hallucinerende waterval Kjosfossen - laat een huldra haar lokzang horen, zodra de trein stopt. 'Ik kan je zien, ik kan je zien, maar ik kan niet dichterbij komen.' Ze is niet in het groen, maar in het donkerrood gekleed en behoort tot het onderaardse Flåmsdal-volkje, dat aardiger moet zijn geweest dan dat van Rondane.

Tal van streken hebben hun eigen versie van het hulderfolk. Van de bewoners van het Flåmsdal bestaan meer dan driehonderd geschreven getuigenissen die met stelligheid beweren ooit een vrouwelijke of mannelijke huldra te hebben ontmoet. De mannelijke huldra waren rijk, maar lelijk en daarom nauwelijks in trek. De vrouwelijke huldra daarentegen waren beeldschoon, maar bezaten een koeienstaart. Die verloren ze zodra ze bovengronds trouwden en mens werden.

Intermezzo: De Flåmspoorlijn noemt zichzelf 'een van de attractiefste en spectaculairste spoorlijnen ter wereld'. Waarmee niets te veel is gezegd. Enkele cijfers om de uitspraak te ondersteunen: lengte van de lijn tot station Myrdal 20,2 kilometer, hoogteverschil 863,5 meter, grootste stijging 55 procent (bijna 80 procent van de lijn), twintig tunnels met een totale lengte van zes kilometer, vier watertunnels, acht haltes, reisduur ongeveer een uur. Vorig jaar overschreed het aantal reizigers de grens van 400 duizend; van hen was het merendeel toerist.

Om de treinverbinding Oslo-Bergen van een zijtak naar de Sognefjord te voorzien, begonnen de Noren in 1923 met de aanleg van de Flåmlijn. Het werk nam bijna twintig jaar in beslag, wat vooral aan de tunnels lag. Iedere meter tunnel vergde een maand werk, temeer omdat er ook nog eens haarspeldbochten in gelegd moesten worden om op de bergflanken het grote hoogteverschil te overbruggen. Om niet gedwarsboomd te worden door overstromingen van de Flåmrivier werd deze op vier plaatsen met behulp van een tunnel onder de rails door geleid in plaats van dat de trein gebruik maakte van een brug.

Spectaculair is de reis alleen al vanwege de hier geleverde technische prestatie, maar daar komen de tienduizenden buitenlanders niet allereerst op af. Zij willen zich, comfortabel gezeten, laten meevoeren langs duizelingwekkende afgronden en panoramische uitzichten, en griezelen wanneer de grond onder het treinraam ineens verdwijnt.

Einde intermezzo

Terwijl de huldra op een plateau halverwege de waterval langzaam uit de grond omhoog komt en zich scherp aftekent tegen het schuimende water, weerkaatsten de bergwanden haar gezang. Ze danst er ook bij, maar helaas niet op de melodie van Amritra's dans van Grieg.

Iedere trein - naar boven of naar beneden - stopt bij de huldra en de treinpassagiers mogen haar vanaf een speciaal voor hen gebouwd platform fotograferen of zich eventueel laten betoveren. Ze behoeven niet bang te zijn dat net als bij Peer Gynt een vonk - of meer dan dat - zal overspringen. 'Ik kan je zien, ik kan je zien, maar ik kan niet dichterbij komen', geldt ook voor hen.

Nee, hoogstens dreigt het risico dat ze zodanig onder hypnose raken dat ze later in de souvenirwinkel van Flåm haar cd kopen. Want deze huldra gaat met haar tijd mee!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden