De lokroep van Azië

In Oost-Azië scoren de VS veel beter dan in Europa, waar het vertrouwen afnam. Azië zal zwaartepunt van het Amerikaans beleid worden.

Paul Brill

Doe in Europa een rondvraag over het aanzien van de Verenigde Staten, verweef er de kredietcrisis in, laat de naam Guantánamo Bay vallen, en je kunt er zeker van zijn dat het oordeel over de (voormalige) masters of the universe niet zo gunstig uitvalt. Al vele jaren laten de Transatlantic Trends (zoals de bevindingen worden genoemd van een jaarlijkse peiling die de temperatuur van de Amerikaans-Europese relatie meet) een afnemend Europees vertrouwen in het Amerikaanse leiderschap zien.

Opgevijzeld

Wellicht is dat vertrouwen een beetje opgevijzeld met het aantreden van Barack Obama, maar het zou me niet verbazen als de scepsis weer snel toeslaat. In de huidige weerbarstige omstandigheden leidt zelfs robuust leiderschap niet tot snelle resultaten.

Maar zie: in Oost-Azië scoren de VS veel beter. Niet alleen als geopolitieke en militaire grootheid, maar ook vanwege hun diplomatieke en culturele aanzien en de attractiviteit van het Amerikaanse leven. Anders gezegd: vanwege hun soft power, het vergulde machtsmiddel waarop de Europeanen zich zo graag beroemen.

Recent

Hoe weten we dit? Dankzij een recent onderzoek van de Chicago Council on Global Affairs, dat is uitgevoerd in 5 Oost-Aziatische landen: China, Japan, Zuid-Korea, Vietnam en Indonesië. In al deze landen is een meerderheid (of tenminste het grootste aantal ondervraagden) van oordeel dat de Amerikaanse invloed in de afgelopen tien jaar – waarvan er dus acht werden gedomineerd door George W. Bush – is toegenomen.

Op bijna alle gebieden wordt Amerika als superieur gezien: de mate van vrijheid, het politieke bestel, het rechtssysteem. Zelfs zijn economische weerbaarheid wordt hoger aangeslagen dan die van China. Forse meerderheden in Japan en Zuid-Korea (allebei 74 procent) en een aanzienlijk aantal Indonesiërs (47 procent) vrezen dat China op termijn een militaire bedreiging voor hun land kan vormen.

Chinezen

In de VS denkt 70 procent dit. Er staat tegenover dat de Chinezen zelf in vergelijking met vroegere peilingen duidelijk hartelijker gevoelens zijn gaan koesteren jegens de VS en zelfs positief zijn gestemd over de Amerikaanse invloed in Azië.

Wie de situatie in Oost-Azië even op zich laat inwerken, hoeft niet lang te zoeken naar een verklaring voor deze opvallend rozige bevindingen. Allereerst is er het simpele feit dat het democratisch gehalte van de meeste betrokken landen inderdaad veel te wensen overlaat. De welvaart in de regio is enorm toegenomen, maar qua persvrijheid en eerbiediging van de burgerrechten valt er nog een wereld te winnen.

Mondigheid

Alle cultuurverschillen ten spijt, kan het niet verbazen dat veel Aziaten hun grotere bestaanszekerheid en mondigheid vertaald willen zien in meer vrijheid en democratie. Welnu, op dat vlak zijn de VS, ondanks alle tekortkomingen, toch de shining city upon a hill.

Daarbij komt dat de verhoudingen tussen de staten in Oost- (en Zuid-)Azië nog in hoge mate een klassiek karakter hebben, veel meer in elk geval dan in het post-moderne, deels geïntegreerde Europa. Landen kijken met een strategisch oog naar hun omgeving, tasten elkaars intenties af, zoeken rugdekking tegen rivaliserende mogendheden die wel eens te machtig zouden kunnen worden. In Noord-Korea heeft de regio een grillige dwarsligger, die een permanente bron van onrust vormt.

Buitenstaander

In een dergelijke constellatie kan een ‘buitenstaander’ van formaat een welkom tegenwicht leveren of een stabiliserende invloed uitoefenen. Dat is de rol die de VS in Azië spelen en die dan ook om strategische redenen wordt gewaardeerd. Naar het zich laat aanzien, zelfs door de Chinezen, voor wie de hechte economische band met de VS op zich al een strategische waarde heeft en die niet ten onrechte hopen dat de Amerikanen een matigende stem hebben in Aziatische hoofdsteden waar de groeiende Chinese macht met argwaan wordt bekeken.

Bij tijd en wijle rijst natuurlijk wel de vraag: met hoe veel overtuiging vervullen de VS die rol? De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, heeft er geen gras over laten groeien om duidelijk te maken dat de regering waarin zij dient, hoge waarde toekent aan de betrekkingen met Azië.

Was in het verleden Europa of een internationale conferentie bijna automatisch het eerste reisdoel van een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Clintons maiden trip van afgelopen week voerde naar Japan, Indonesië, Zuid-Korea en China.

Onderminister

En in het State Department bevindt zich aan haar zijde een onderminister, Jim Steinberg, die tijdens het presidentschap van haar echtgenoot in de Nationale Veiligheidsraad verantwoordelijk was voor de Amerikaans-Chinese betrekkingen (en die twee geadopteerde dochters uit China heeft).

Er is nog een reden om te verwachten dat Azië het zwaartepunt van Clintons beleid zal worden. Ze is immers niet alleen een schrandere analyticus die de veranderende machtsverhoudingen onderkent, maar ook een berekenend politicus. Kennelijk is ze tot de slotsom gekomen dat er weinig eer is te behalen met het pendelen van de ene brandhaard naar de andere.

Speciale gezanten

Mede op haar aandrang zijn er daarom speciale gezanten aangesteld voor de taaiste kluiven: Afghanistan/Pakistan (Richard Holbrooke) en het Israëlisch-Palestijns conflict (George Mitchell). Mogelijk komt er nog een derde bij voor Iran. Een soort outsourcing van de grote conflicten.

Clinton hoopt aldus ruimte te krijgen voor een langere termijn-agenda, waardoor haar het weinig glorieuze lot van haar voorgangers blijft bespaard. En op die agenda lijkt Azië een hogere plaats in te nemen dan Europa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden