de lokroep uit Beiroet

Uit Libanon kwam deze week zowel het treurigste als het meest opbeurende nieuws. Op maandag vonden oud-premier Rafik Hariri en negen mensen in zijn gevolg de dood bij de ontploffing van een zware bom, vermoedelijk een zelfmoordaanslag....

De geschiedenis van Libanon is rijkelijk gelardeerd met politieke aanslagen, maar deze was bijzonder heftig en kwam op een moment dat het geweld waaronder het land zo lang heeft geleden, voor veel Libanezen een spookbeeld uit het verleden leek te worden. Dat verleden blijkt echter geenszins afgesloten. De bom die een krater van drie meter diep sloeg in de Corniche, de zeeboulevard van Beiroet, reet ook het collectieve geheugen open.

Maar op woensdag gebeurde er iets unieks: de begrafenis van Hariri liep uit op een massale demonstratie tegen de Syrische bovenmeesters en hun plaatselijke zetbazen. En het was geen sektarische aangelegenheid. Er liepen moslims, christenen en druzen mee. 'Syrië weg, Vive la France', werd er gescandeerd. En sommigen gooiden er nog een schepje bovenop. Een vrouw schreeuwde: 'We willen Amerika hier, we willen Frankrijk.'

Horen we het goed? Even een druk op de rewind-knop. We bevinden ons in een Arabische hoofdstad en er wordt openlijk geroepen: 'We willen Amerika hier, we willen Frankrijk.'

Nu gaan we de Libanon-band nogmaals terugdraaien, en wel helemaal naar 1983. Het land trilt nog na van de Israëlische invasie van een jaar tevoren, die tot de gedwongen evacuatie van Yasser Arafat en twaalfduizend Palestijnse strijders heeft geleid. Om rust en orde te herstellen en extra gezag te verlenen aan de regering van de nieuwe president Amin Gemayel is een internationale troepenmacht in Libanon gelegerd, waarvan Amerikaanse mariniers en een Frans contingent de hoofdmoot vormen.

Op 23 oktober wordt een dodelijke klap toegebracht aan de buitenlandse troepen. Een met explosieven volgeladen truck boort zich een weg in het Amerikaanse hoofdkwartier en doodt 241 mariniers. Bij een soortgelijke aanslag in het Franse kamp vallen 58 doden.

De daders van de aanslagen worden nooit gevonden. De naam van een radicale shi'itische militie doet de ronde, maar algemeen wordt aangenomen dat deze alleen met Syrische steun kon toeslaan. Zoals achter de meeste aanslagen op politieke prominenten de hand van Damascus wordt vermoed, met name in het geval van druzenleider Kamal Jumblatt (1977), Gemayels vader Bashir (1982), de soennitische grootmoefti Hassan Khaled (1989) en de maronitische voorman Dany Chamoun (1990).

Inderdaad: mannen van zeer verschillende pluimage. Dat is minder verbazingwekkend dan het lijkt, aldus Midden-Oosten-kenner Alexandre Adler deze week in Le Figaro. Hij trekt een parallel met de grote politieke processen in de Sovjet-Unie van Stalin. Zoals uit de aanklachten op die processen kon worden afgeleid uit welke hoek de wind waaide in het Kremlin, zo markeren de aanslagen op Libanese politieke leiders de wisselende allianties die Damascus in zijn vazalstaat onderhoudt. De moord op Jumblatt, tevens leider van een zich socialistisch noemende partij, bezegelde de breuk met de links-Palestijnse alliantie die naar Syrische smaak te (eigen)machtig werd. De eliminatie van Gemayel weerspiegelde de Syrische vrees voor een te nauwe samenwerking tussen de christelijke gemeenschap en Israël.

Wat is, in dat licht gezien, het Syrische belang bij de dood van Hariri? Een deel van het antwoord ligt voor de hand: de oud-premier, die na het einde van de burgeroorlog zo veel heeft bijgedragen aan de wederopbouw van Libanon, maakte duidelijk aanstalten om zich aan te sluiten bij de oppositie die het vertrek van de Syrische troepen uit het land eist. En vanwege zijn aanzien zou hij ongetwijfeld hoge ogen hebben gegooid bij de verkiezingen die over drie maanden worden gehouden.

Maar er is wellicht sprake van nog een signaal uit Damascus. De Syriërs hebben zich altijd op het standpunt gesteld dat het Palestijnse probleem niet buiten hen om kan worden opgelost. Maar bij het hernieuwde Israëlisch-Palestijnse vredesproces dat sinds het aantreden van Mahmoud Abbas op gang is gekomen, hebben ze voorlopig het nakijken. Hoe kan Damascus proberen toch een voet tussen de deur te krijgen? Door de spanning op te voeren in het aangrenzende Libanon, vanwaar bovendien Hezbollah het noorden van Israël kunnen bestoken.

Maar het is hoog spel, want Syrië staat in de Arabische wereld en in de internationale arena betrekkelijk geïsoleerd. Zelfs Europa is niet meer zo'n minzame gesprekspartner. Sterker, sinds september vorig jaar is er inzake Libanon sprake van een unieke entente cordiale tussen de Verenigde Staten en Frankrijk, die gezamenlijk een resolutie door de Veiligheidsraad hebben geloodst waarin Syrië wordt gemaand zijn troepen terug te trekken.

Komende week spreken de presidenten Bush en Chirac elkaar in Brussel. Ze kunnen over veel ruzie maken, maar het lijkt erop dat ze er allebei op gebrand zijn om geen oude koeien uit de sloot te halen en zich te concentreren op gemeenschappelijke weidegrond. De kwestie-Libanon leent zich daar uitstekend voor. Want wat is er mooier dan de handen ineenslaan voor een land waar freedom en liberté in één adem worden genoemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden