De logica van toetjes

Je zou het niet zeggen als je de Nederlandse titanen een weekend lang baanrecords ziet verpulveren, maar het schaatsen bevindt zich in een diepe, levensbedreigende crisis. De belangstelling loopt terug, alle grote toernooien worden in lege stadions afgewerkt.


Een schaatscrisis is natuurlijk niet zo leuk, maar gevaarlijker nog zijn de oplossingen die de afgelopen maanden koortsachtig worden aangedragen, en allemaal, zonder uitzondering, dat durf ik best te zeggen, voortkomen uit ongelukkig denkwerk.


Het zou aan het dweilorkestje liggen dat, toegegeven, een hardnekkig orkestje is. Maar door de kritiek op het orkestje schemert het misverstand dat sfeer, liefst opgelegd, de sport zal kunnen redden. Op Twitter zag ik al foto's van een KPN NK-sfeerlounge met keiharde kutmuziek van onbekende Nederlanders, spel, vermaak en mooie prijzen.


Het zou aan het verouderde Thialfstadion liggen, dat te langzaam zou zijn, en onvoldoende concurrerend. Uit de borst van het volk wordt 50 miljoen euro gescheurd om een hypermodern superstadion te laten verrijzen. Voor wie, voor wat? Het probleem wordt er hooguit sneller van.


Het gevaarlijkst zijn de mensen die ons willen laten geloven dat er iets aan het schaatsen zelf mankeert. Arie Koops is directeur sport van schaatsbond KNSB. Hij zegt: 'Elk product moet je zo nu en dan vernieuwen, net als toetjes in de supermarkt. Als je het schaatsen nog vijftig jaar goed wilt houden, moet je het blijven ontwikkelen.'


De logica van toetjes: er wordt geëxperimenteerd met massastarts, gepleit voor andere competitievormen, afvalraces bijvoorbeeld, zoals in het baanwielrennen, en voorgesteld om de 10 kilometer af te schaffen, omdat die te langdradig zou zijn. Maar mensen kijken voetbalwedstrijden uit, hele Tour de Frances - ze hebben tijd genoeg voor een 10 kilometer, zolang die maar niet steeds in de lente wordt georganiseerd.


Alles moet anders, sneller, spannender, bij-de-tijdser, meer aansluitend bij de belevingswereld anno nu. Maar aan de sport zelf mankeert niets, en als je aansluiting zoekt bij mijn belevingswereld, kun je Arie Koops beter met een helm op een dweilmachine binden en het publiek gratis Mona-toetjes ter beschikking stellen.


Het Nederlandse schaatsen heeft maar één probleem: er is geen tegenstander. Al jaren kijken we naar lange toernooien die eindigen met alleen Nederlanders op de erepodia. Schoonheid is leuk, maar verveelt nu eenmaal snel. Een vogel is mooi, zegt de romanschrijver Thomas Rosenboom in zijn lezingenbundel Aanvallend spel, maar wordt pas een schouwspel als je er een kat bij zet.


Als je de schaatscrisis op twee benen zet en hem een windjack aantrekt, stelt hij zich aan je voor als Jan van Veen, van Team Van Veen. Hij heeft een profteam opgericht, het achtste van Nederland, en dus van de wereld, maar kan geen sponsor vinden en vreest opheffing. We vinden dat allemaal heel erg en helpen hem zoeken, maar we kunnen beter sponsoren voor buitenlandse teams zoeken, tegenstanders maken. Schaatsen zal een wedstrijd zijn, of niet.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden