Column

De lilliputterisering van de Nederlandse politiek

Treffend was gisteren de tekening van Jos Collignon, die ons een stoet van dwergen toonde op weg naar de macht. 'Hei ho, hei ho! Je krijgt het niet cadeau. Hei ho, hei ho!'

De tekening van Collignon Beeld Jos Collignon

Zo is het maar net.

Een stoet van dwergen is een boektitel van Simon Carmiggelt, die de uitdrukking weer had van Elsschot. Toen Carmiggelt een bundel van zijn cursiefjes naar Elsschot had gestuurd, kreeg hij een briefje terug waarin Elsschot de verzameling columns 'een stoet van dwergen' noemde. Volgens Carmiggelt bedoelde Elsschot dat vriendelijk en sindsdien is het een gevleugelde uitdrukking geworden. Dat was ook het moment waarop de column de Nederlandse literatuur binnenmarcheerde.

Of het met de opmars van politieke dwergen naar Den Haag net zo zal gaan, is de vraag. De lilliputterisering van de Nederlandse politiek is al een tijdje gang. Dreumesen richten partijtjes op, of breken stukjes af van de gevestigde partijen, waardoor die gevestigde partijen op hun beurt ook weer kleiner worden. De PvdA als splinter is een vooruitzicht, dat niet eens zo heel ver weg lijkt. Meestal wordt bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer orde op zaken gesteld door de grote jongens, maar dit keer zou het weleens anders kunnen lopen. De tijd dat één partij meer dan vijftig zetels haalde, lijkt voorgoed voorbij.

Net als bij lilliputters in het circus voel ik bij de politieke dwergen altijd een glimlach opkomen. Op natuurlijke wijze speelt de lilliputter de rol van de clown. Hij is bijna altijd leuker dan de man die voor clown speelt. Lilliputters zijn door hun fysieke handicap grappig, tragikomisch en sympathiek. Ze lopen elkaar voor de voeten, buitelen over elkaar heen, maar door samenwerking krijgen ze vaak iets voor elkaar. Zie als dwerg maar eens op de rug te gaan staan van een paard dat een rondje holt door de piste. Dat doe je met andere dwergen, ik heb het gezien en het was fenomenaal.

Honderd jaar geleden had je Nelis van Gelder, een afgezwaaide revueartiest die als Hadt-je-me-maar furore maakte met zijn Amsterdamse Rapaillepartij. Zijn programma bestond uit: een brood 11 cent, een jenever 5 cent en vrij vissen in het Vondelpark. Verder vóór wildplassen en de sluiting van urinoirs, dat moest worden goedgemaakt door grootschalige aanplant van bomen. Hadt-je-me-maar werd met twee zetels gekozen in de gemeenteraad, maar tot een uitvoering van zijn parlementaire taak kwam het niet, omdat de lijsttrekker werd opgepakt wegens openbare dronkenschap. De procedure met die stemkastjes, maakt GeenPeil tot een waardige erflater van Hadt-je-me-maar.

Dat er ineens zoveel politieke dwergen zijn opgestaan, duidt niet op een grote gelijkgestemdheid over wat het volk wil. De vraag is dan ook: welke dwergen overleven en welke leggen het loodje? Om daar een antwoord op te krijgen, wil ik mij richten tot het verschijnsel van de dwergvorming, zoals beschreven in de evolutiebiologie.

Nuttig werk is verricht door J. Bristol Forster die na onderzoek op eilanden een wet opstelde. Deze wet zegt dat het groeien of krimpen van soorten wordt bepaald door twee factoren: de aanwezigheid van voedsel en de afwezigheid van natuurlijke vijanden. Bij een overvloed aan eten zal een soort de neiging hebben te groeien, terwijl vraatzuchtige predators de soort juist klein zullen houden. Is er veel voedsel en zijn er geen vijanden dan kan een soort zelfs de grootte van een mammoet aannemen, maar is er weinig eten en zijn er veel roofdieren in de buurt, dan zal een soort klein blijven.

Dat fenomeen geldt natuurlijk ook voor de dwergen in de politiek. Kunnen zij tot een mammoet uitgroeien? In de eerste plaats moet er veel voedsel zijn, in dit geval politieke conflictstof: problemen, schandalen, relletjes, ruzies, referenda en wat niet al. Daarmee zit het in Nederland wel goed. Maar met de afwezigheid van natuurlijke vijanden ligt het moeilijker. De dwergen zullen eerst elkaar opeten, maar dan staan er nog genoeg vijanden klaar die erop uit de kleintjes te vermorzelen voordat ze groot zijn geworden.

Van belang daarbij is dat Nederland een eiland blijft, een afgesloten gemeenschap. Hoe globaler de wereld, hoe meer dwergen, maar hoe sneller ze worden opgegeten of anderszins ten ondergaan. Blijft Nederland daarentegen voor de Nederlanders, moet Nederland weer groot worden, moeten wij trots zijn op Nederland, moet de Nederlandse democratie weer terug, of moet Nederland nu eindelijk eens keer vooruit, des te groter de kans dat dit sibbekundig bewustzijn zich electoraal gaat uitbetalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.