De liefde voor mijn zieke buurman drijft mij als roker steeds dieper de schuur in

Ik vind het niet mooi dat ik nog altijd rook. Ik probeer het onzichtbaar te doen, ook met het oog op de kinderen. Eerst rookte ik in de tuin, daarna achter in de tuin, weer later met de rug tegen de schuurdeur gedrukt. Vanuit huis was ik niet meer te zien, maar ik stond nu wel in het uitzicht van de seniorenflat, die haaks op onze achtertuinen staat.

Daarom ging ik op de drempel van de schuur staan, half verscholen achter de deur. Door de deuropening was ik nu nog maar voor één persoon zichtbaar, een buurman van in de zeventig, een voormalige bouwvakker, die zijn hele leven had 'gerookt als een dragonder' en nu met verwoeste longen aan zijn appartement op de derde verdieping van de seniorenflat was gekluisterd, mijn zuurstofvrije voorland.

In het begin stond de buurman weleens een hele dag luidruchtig te hoesten op de galerij, hemelsbreed zo'n tien meter van mijn werkkamer. Ook weleens twee dagen, of drie. Het was erg wennen, en je kon er moeilijk iets van zeggen. Tegenwoordig zie ik hem vaker geluidloos naar lucht happen, en mis ik juist het hoesten weer.

Met Kerst zag ik hem buiten op straat, boos en verward. Er bestond een levendige handel in organen, zei hij. In Zuid-Amerika werden er speciaal weeskinderen voor ontvoerd. De koelkasten in de Nederlandse ziekenhuizen puilden uit, maar hem wilden ze geen nieuwe longen geven omdat hij te oud was, te arm en vooral te waardeloos.

Als het weer het maar even toelaat, zet hij zijn tuinstoel en zijn zuurstoffles op de galerij, en knoopt hij lange, lieve gesprekken aan met iedereen die er even snel langs had gewild. Maar 's winters is het niks gedaan, binnen is geen mens te zien, en buiten ook niet, in zijn uitzicht vanuit zijn keuken, waar hij de hele dag staat te wachten totdat ik, de laatste roker, weer eens naar de rookschuur loop. 'Zo. Dat werd tijd. Koud, hè? Fris!'

Ik ben nog een stapje naar achteren gaan staan, in de schuur, de deur op een kier. Ik hou wel van mijn buurman, maar niet van mijn voorland, die is me te ziek, die wil ik niet zien tijdens het roken. Mijn voorland houdt wel van mij. 'Ik zie je nooit meer! Rook je ook weleens voor? Ik wil niet dat je voor staat! Ik wil dat je achter staat! Ik wil je zien!'

Zo drijft de liefde van mijn buurman mij steeds dieper de schuur in, de deur gaat verder dicht, de kier wordt nauwer. Intussen verraden alleen enkele rookslierten nog mijn aanwezigheid. Waarschijnlijk is het gezonder om de rook van buiten naar binnen te blazen dan andersom; de rook in te sluiten, in plaats van mezelf. Misschien dat ik daarom zelf ook wat begin te hoesten de laatste tijd. Ik krijg geen frisse lucht.

'Dokter is geweest!', riep hij gisteravond naar mijn schuilplaats. 'Vlekjes! Pilletje erbij!' Er volgde een korte stilte, waarin ik bijna kon voelen dat hij zijn vuisten balde. 'Ik wil léven, dokter, heb ik gezegd!' schreeuwde hij. 'Dokter, zeg ik, ik wil léven!'

De tabaksindustrie wordt (nog) niet vervolgd: een goed idee?

Zelfs het Openbaar Ministerie was donderdag duidelijk: als het de overheid ernst is in de strijd tegen het roken, dan moet zij die niet aan een advocaat overlaten, maar zelf in actie komen. Dit zijn de reacties.

De fabriek in Groningen draait zoals altijd, er gaat tabaksblad in, er komt shag uit, tien miljard sjekkies per jaar van een gewilde kwaliteit voor 35 landen - daar zijn geen klachten over. Het geld is goed, de kostbare, roestvrijstalen machines nieuw ingekocht.

Veel lezers reageren op het besluit van het OM om de tabaksindustrie niet te vervolgen voor het bewust toebrengen van verslaving en gezondheidsschade. Advocaat Bénédicte Ficq stapt naar het gerechtshof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.