DE LIEFDE VOOR EEN GEHANDICAPTE STAD

Den Helder is een pechstad. In de Tweede Wereldoorlog werd de plaats 117 keer gebombardeerd. Achtereenvolgende gemeentebesturen hebben ook flink toegeslagen....

De galgen zijn verdwenen. Een pad van rode keisteentjes leidt naar een doodgewoon uitkijkpunt aan de voet van het Helderse Fort Kijkduin, zo'n plek waarvan er aan de kust tientallen liggen voor wandelaars en dagjesmensen.

Niets herinnert aan de muiters die hier, in het zicht van passerende schepen, werden opgehangen omdat ze zich meester hadden gemaakt van het goudschip Nijenburg en van de opbrengst in Cayenne verdacht vorstelijk leefden. Dat moest slecht aflopen en dat deed het.

Bijna 250 jaren zijn verstreken en de tijd heeft veel uitgewist, maar niet alles. De naam Galgenveld heeft standgehouden en ook een reep donker zand, ongeveer een kilometer uit de kust. De Noorderhaaks, ooit een beruchte zandbank, nu bedaagd en braaf, weerstaat de eeuwen.

Als het niet stormt, is het een ideale plek voor een feest. Er wordt zelfs getrouwd. Het is in feite de geboortegrond van Den Helder, de stad met het imago van de Noordkaap.

Ten zuiden van de Helderse nieuwbouwwijk De Schooten is nog een beetje te zien wat voor gebied het was, voordat de Noord-Hollandse inpolderingsdrift er de kop opstak. Schorren en slikken lagen er, met hier en daar een zandrug waarop boeren leefden. Bij laagwater konden ze naar de buren soppen.

De Noorderhaaks was meer een zandbank, maar bewoond werd hij wel. Aan de zuid-oostkant stond het dorp Huisduinen en oostelijk van de bank, nog voorbij de Razende Bol, lag het plaatsje Helder. De twee nederzettingen werden in de zestiende eeuw verzwolgen door de zee.

Huisduinen werd herbouwd, behield zijn naam en is nu een vriendelijk dorp. Helder werd herbouwd en kreeg de naam Oud Den Helder. Het was een buurt waarvan de bewoners 'kraaien' werden genoemd, waar sommige straten zo smal waren dat je er met een volwassen schaap niet doorheen kon. En nu is het een vrij saai woonwijkje en allesbehalve oud.

Wanneer Nederlanders uit winkelen gaan in Duitsland, nemen ze moderne, betonnen stadsdelen voor lief. Komt door de oorlog, zeggen ze. Met Den Helder is minder mededogen, terwijl de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog 117 keer is gebombardeerd. Doel was het marinecomplex aan Het Nieuwe Diep.

Pas na de oorlog zagen de Nieuwediepers - zo noemen de inwoners van Den Helder zich - voor het eerst luchtfoto's waarop bomkraters van de haven naar de bebouwing lopen als de gaatjes in een vel multo-papier. Gemiddeld eens in de vijftien dagen kwamen ze: Britse en soms Amerikaanse bommenwerpers. Maar niet alleen zij.

De twaalfjarige Arie Boon zat op de avond van 14 mei 1940 met een pak suiker in zijn handen in een parkje en aanschouwde het eerste bombardement. Nederland had zich 's middags overgegeven, maar de Duitsers hadden nog iets te vereffenen met de onneembare garnizoensstad Den Helder. De verdedigers hadden de eerste cavaleriedivisie van generaal Kurt Feldt tot staan gebracht en uitgedund.

Boon hoorde hoe drie Duitse Stuka's enkele uren na de capitulatie van Nederland met jankende sirenes op de stad doken. Hij herinnert zich de woede van Nederlandse soldaten. Machteloos waren ze: hun geschut was onbruikbaar; dat hadden ze onmiddellijk na de overgave vernageld.

En dat de kleine Arie een pak suiker vasthield, was ingegeven door het overheidsadvies om bij de vlucht voor oorlogsgeweld je papieren mee te nemen en iets te eten. Zijn moeder vergat de papieren, maar een tas met boodschappen had ze wel meegegrist.

Wanneer Boon (nu 72 jaar en 1,94 meter lang) door de nog vrij authentieke Janzenstraat fietst - aannemer Janzen bouwde rond 1870 een straat vol voor de gegoede burgerij; zijn vrouw Louise gebruikte de winst om wezen te helpen aan onderdak - vertelt hij van zijn vuistregel.

Als voorzitter van de Helderse Historische Vereniging twijfelt Boon soms wanneer er nieuwbouw staat tussen een rij oudere huizen. Zijn maatstaf: als er drie of meer huizen zijn vervangen door nieuwbouw, is er waarschijnlijk een bom gevallen. Staat er één nieuwbouwwoning, dan is de voorganger waarschijnlijk gesloopt wegens bouwvalligheid. Slopen kunnen ze heel goed in Den Helder.

Het voorbeeld gaven de Duitsers. Het wijkje Oud Den Helder is niet door bommen vernietigd, maar door sloop. De bezetters wilden schootsveld hebben. Behalve langs de Prins Willem Alexandersingel aan de zuidrand werden alle woningen opgeruimd.

Boon is in Oud Den Helder opgegroeid en was verbijsterd toen hij er na de oorlog een tante wilde opzoeken. Hij kon het huis niet vinden. Geen enkele straat lag nog op zijn plek.

De Nieuwediepers sloopten na de oorlog driftig door. In het centrum is een brede winkelstraat, de Beatrixstraat, gebulldozerd dwars door een bestaande wijk. De slopers pakten en passant de oude Sluisdijkbuurt mee.

De aanleg van de brede Beatrixstraat is niet onlogisch, want Den Helder had twee groeikernen: Oud Den Helder in het westen en het gebied dat - net als de forten rond de stad - nog door Napoleon is ontwikkeld: de havens en kaden aan het Nieuwe Diep.

Omdat er geen oost-west as was, en jarenlang zelfs geen centrum, maar een grote leegte, werd een brede weg aangelegd. Een paar jaar later viel het besluit om deze allee het karakter te geven van een woonerf.

Overigens is over het bezoek van Napoleon aan 'het Gibraltar van het noorden' nog jaren geprocedeerd. De keizer weigerde de rekening te betalen van de herberg waar hij een kamer had gereserveerd. Maar, redeneerden de Fransen, hij had er geen gebruik van gemaakt.

Er zijn meer buitenstaanders die zich met de stad hebben bemoeid. Op een typerend punt in het centrum, waar raamloze achtergevels uit het gelid staan, remt Boon. 'Kijk', zegt hij, 'Die is er goed vanaf gekomen.'

Hij wijst naar een roze, zeshoekig appartementenblok. Het is de vroegere Lutherse kerk, gefinancierd door een van de gebroeders Zurmühlen uit Amsterdam. De reder was naar Den Helder verhuisd, maar wilde niet kerken in het bestaande Lutherse godshuis. De predikant beviel hem niet.

Over het vroegere kerkgebouw zegt Boon: 'Voortreffelijk gerestaureerd.' Dat het pand zou worden gered, had niemand verwacht in de tijd dat op de zolder een boksschool zat en beneden een vrachtrijder zijn opslagplaats had.

In Den Helder is weinig heilig. Bij de bouw van de wijk De Schooten is een begraafplaats platgewalst nadat de stenen waren weggehaald. Er ontstond een rel toen bleek dat niet de stoffelijke overschotten zelf waren verhuisd, althans niet allemaal.

Wat ook een aantal karakteristieke panden om zeep heeft geholpen is de aanleg van de nieuwe zeedijk die golvend en gespierd als de arm van een bodybuilder Den Helder en Huisduinen beschermt tegen nog zo'n springvloed als die rampzalige in 1953.

Bij Den Helder hield de oude dijk het, maar het was kantje boord. De Duitsers hadden bunkers gebouwd ín de dijk. Boon: 'Als je op het wegdek stampte, hoorde je op sommige plekken dat de dijk hol was.'

Daar staat tegenover dat Duitse bunkers die in de duinen waren neergezet, zo hoffelijk waren zichzelf op te ruimen. Ze verzakten. Begin jaren vijftig hadden vele al een schuiver gemaakt of zelfs een koprol om met een zware plons te verdwijnen in zee. Maar de 'dijkbunkers' waren gevaarlijk.

Veel dierbaars moest wijken voor de nieuwe dijk. In Huisduinen kwamen de slopers langs voor het beroemde Badhotel (Den Helder is in Nederland de stad met de meeste zonuren). Maar ook een hofje voor gepensioneerden uit het reddingwezen ging eraan.

'Zonde', zegt Boon en dan heeft hij het nog niet eens over zijn jongensjaren en het krabben tukken (vangen) langs de dijk. Het gevaarlijke moment kwam wanneer de vangst werd geroosterd. Dan gold de wet dat waar-rook-is-is-vuur-en-verschijnt-een-agent. Want fikkies deden de teer op de dijk smelten. Dus volgde de scène waarbij een groepje jochies uiteenstoof over de glibberige, ronde keien en een agent die vanaf de dienstfiets de kleine verdachten zag verdwijnen.

Den Helder heeft ondanks zijn geschiedenis nog tientallen monumenten. De bakstenen watertoren bij het station bijvoorbeeld die goedkoop gerestaureerd is door hem een betonnen jasje te geven. Die jas begint nu te scheuren en brokstukken dreigen omlaag te komen.

Het weeshuis aan de Kerkgracht is ook een geval van zuinigheid. Het heeft als stadhuis gediend, nadat er een bordes voor- en een torentje opgeplakt was. Vanuit het stadhuis kon een beiaardier met een toetsenbord het carillon bespelen van het sobere Monument voor het Reddingwezen dat er schuin voor staat.

Die installatie is ook gesloopt, tot vreugde van de carillonbespeler. Bij de restauratie in 1998 heeft de beiaardier een plek gekregen onderin het monument en beiert sindsdien met gevoel.

Den Helder is ook groener geworden. Mensen als Jan Overzet, indertijd directeur van de Helderse milieudienst in de jaren zestig en zeventig, hebben de plaatselijke fabel ontkracht dat bomen in de Helderse zeewind niet gedijen. 'Als je hem blind plant, heeft een boom geen schijn van kans', zegt Boon.

Overzet pootte eerst dennen. In de luwte hadden boompjes een normale jeugd en daarna konden de dennen elders voor windscherm spelen. Overzet kwam niet uit Den Helder en hield toch van de stad. Zo zijn er meer.

Boon: 'Een leraar van de Zeevaartschool hier zei eens dat je van deze stad houdt als van een gehandicapt kind. Omdat het niet zo'n mooie stad is, doe je er met liefde iets extra's voor.'

Dat gebeurt ook. Den Helder heeft al jaren, in juli, de fileverwekkende Nationale Vlootdagen. Zo'n weekeinde trekt gemiddeld 150 duizend bezoekers. En op de Oude Rijkswerf bouwt Dirk Lips (het meest bekend van Autotron) een nautisch themapark, een project van ruim 160 miljoen gulden.

Want ook in vredestijd heeft een marinestad zijn problemen. Ooit werkten er 2500 man defensiepersooneel in Den Helder. Nu zijn het er pakweg achthonderd.

Arie Boon: 'De val van de Muur is hier goed gevoeld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden