'De Libische regering moet krachtiger optreden'

Human Rights Watch maakt zich zorgen over de nasleep van de Arabische Lente. Maar is de organi- satie niet te negatief over bijvoorbeeld Libië?

Opmerkelijk om te horen uit de mond van een onderzoeker van Human Rights Watch (HRW). 'Iemand die de wereld wil begrijpen, moet niet alleen afgaan op dit rapport', zegt Fred Abrahams. Hij wijst op het jaarrapport van HRW dat voor hem op tafel ligt. Donderdag uitgekomen en 665 pagina's dik - dit vooral dankzij de opsomming van mensenrechtenschendingen in 84 landen, vorig jaar.


Abrahams (45) zegt het in reactie op een kanttekening die de interviewer maakte bij het rapport. In het voorwoord behandelt HRW-directeur Ken Roth de Arabische Lente en de gevolgen ervan voor democratie en mensenrechten. Roth' conclusie luidt: het kan nog alle kanten op, maar de euforie is voorbij en gevaren liggen op de loer. Bijvoorbeeld het misverstand dat regeren door een gekozen meerderheid hetzelfde is als een democratische rechtsstaat.


Het voorwoord en het feit dat Abrahams net terug is van een bezoek aan Libië brengt het gesprek op het Noord-Afrikaanse land. De kanttekening van de interviewer ging daar namelijk over. Tijdens diens bezoeken aan Libië de afgelopen twee jaar kreeg hij een onverwacht positieve indruk van de resultaten van de opstand daar. Libië is zeker géén tweede Somalië.


Meer mensen hebben dat geconstateerd. 's Werelds Libië-expert no. 1, Dirk Vandewalle, schreef onlangs in Foreign Affairs over 'het verrassende succes van het nieuwe Libië', waar oprecht wordt gepoogd vanaf nul een democratische rechtsstaat te bouwen. En de Amerikaanse organisatie Freedom House kwam vorig week in haar jaarrapport tot de - ook al 'verrassende' - bevinding dat Libië een 'succesverhaal is dat de steunt verdient van iedereen die de zaak van de vrijheid is toegedaan'.


Het Libië-hoofdstuk in het HRW-rapport vat de toestand in Libië als volgt samen: 'Gedurende het jaar leden de Libiërs onder voortgaand geweld, met gevechten tussen stammen, dodelijke aanvallen op diplomatieke missies en internationale organisaties, de vernieling van soefi- heiligdommen, ontvoeringen om geld of politieke redenen en moorden op oud-officieren van Kadhafi. Afrikanen kregen te maken met arrestaties, mishandeling en dwangarbeid.'


Dus de vraag aan Fred Abrahams is: zijn jullie niet te negatief over Libië?


'Ik ben het eens met je inschatting van de toestand in Libië', zegt hij. Vervolgens doet hij de uitspraak in de eerste alinea, over het HRW-rapport. Dan: 'Ik vind niet dat Libië een mislukte staat is. Inderdaad: in Libië zijn opmerkelijke dingen bereikt. Ik ben absoluut optimistisch. En inderdaad, ik vind ook dat de berichtgeving over Libië een overdreven beeld geeft.'


Het wachten is op zijn 'maar' - dat dan ook meteen volgt. 'Máár: het is niet onwaar. Die nieuwsfeiten gebeuren op zich wel degelijk. Er zijn grote zorgen, er zijn gevaren. Daarom zijn we kritisch in ons rapport. '


Het grootste gevaar is dat van de milities, de jonge mannen die Kadhafi hebben verjaagd, maar de wapens niet hebben ingeleverd. Hun aanwezigheid, geeft Abrahams toe, wordt deels gerechtvaardigd doordat de prille staat tot nu niet zelf de openbare veiligheid kan garanderen. 'Veel buurtmilities doen goed werk.'


Maar naarmate de tijd verstrijkt, raken de jongens meer geworteld in het stoere-mannenbestaan. Ze zijn dan minder geneigd hun wapen op te geven en kunnen verzeild raken in de misdaad. 'De meeste onveiligheid is in het oosten, maar ook in Tripoli zijn ontvoeringen of schietpartijen, kleine incidenten die het nieuws niet halen. Je kunt twee weken in Tripoli rondlopen zonder iets te merken. Maar een probleem is er wel degelijk.'


De oplossing: een sterke staat. 'Je zult het een mensenrechtenactivist niet snel horen zeggen, maar wij vinden dat de Libische regering krachtiger moet optreden.'


Dat kan Abrahams de Libiërs dan zelf gaan vertellen, want volgende week overhandigt hij in Tripoli het Libië-hoofdstuk uit het HRW-jaarboek aan premier Ali Zidan en zijn ministers. Die staan kennelijk open voor de boodschap. 'Ze zijn erg sterk wat mensenrechten betreft, hebben duidelijke taal gesproken. Zidan zelf heeft de thuwwar, de oud-strijders, bekritiseerd. Er is een goede minister van Justitie, een mensenrechtenadvocaat.'


Kritiek heeft Abrahams op de westerse landen die hielpen Kadhafi te verjagen, maar het land nu laten zwemmen. 'Waar zijn ze nu? Een dictator verjagen is slechts de eerste stap, de makkelijkste.'


Bij al het triomfalisme hadden ze alerter kunnen zijn op schendingen van mensenrechten, bijvoorbeeld toen de stad Tawergha door de rebellen werd gebrandschat en ontvolkt. De 40 duizend zwarte inwoners zouden aanhangers van Kadhafi zijn geweest.


Het is een van de zwarte vlekken op het grotendeels nog onbeschreven blad van het nieuwe Libië. Waar het land heen gaat, het blijft de grote vraag. Abrahams: 'De Libiërs zijn nog in discussie over de grote kwesties: de structuur van de staat, de positie van de vrouw, de rol van de islam. Na veertig jaar voeren ze eindelijk een open debat.' In die zin is de onduidelijkheid, zegt hij, 'heel gezond'.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden