De levensreddende bibliotheek

De oorlogservaringen van Lipke Blijdeley Holthuis rechtvaardigen diens eenzijdige bestaan, vindt Arjan Peters na lezing van het eerbetoon aan de Leidse kreeftenkenner.

Beeld Rein Janssen

Een ode aan de onverstoorbaarheid, dat is het rijkelijk geïllustreerde In krabbengang door kreeftenboeken (Naturalis Biodiversity Center; euro 24,95). De uitgave is een rondgang door de bibliotheek van de oud-conservator van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden, die luisterde naar de naam Lipke Blijdeley Holthuis (1921-2008). Deze warmbloedige verzameling artikelen over een verzameling van achtduizend boeken over krabben, kreeften en garnalen maakt grote indruk.

In 1941 kwam Holthuis bij het museum, na zijn pensioen bleef hij twintig jaar doorwerken, na zijn dood kwam de collectie terecht bij Museum Naturalis, waar de Bibliotheca Carnicologica L. B. Holthuis, met als zwaartepunt de kreeftachtigen, in rolkasten is te bewonderen.

Levenslang vrijgezel

Een uniek man. Levenslang vrijgezel uiteraard, want hij had zijn tijd nodig voor de collectie. Als hij gasten had, at Holthuis immer aan hetzelfde tafeltje van restaurant La Cloche in de Kloksteeg, vertelt zijn neef Salomon Kroonenberg.

Van Darwin hield Holthuis niet zo en daar heeft mede-samensteller Alex Alsemgeest een verklaring voor: evolutie vond de legendarische conservator maar een hinderlijk fenomeen. Hij wilde vastleggen, soorten in een systeem beschrijven. Vandaar de 620 artikelen die hij publiceerde en de nagenoeg complete verzameling die hij over zijn geliefde dieren bijeenbracht.

In 1960 is er een garnaal naar hem vernoemd, de Lipkius Holthuisi Yaldwin. In zijn verzameling bevond zich een cilinderglas met een aantal gekookte exemplaren.

Holthuis ging veel mee op expedities. Van over de hele wereld kwam hij thuis met nieuwe soorten. Die werden dan in Leiden beschreven. Elke ochtend om halfzes fietste hij naar zijn werk, 'zodra de portiers het gebouw hadden geopend'. Het lijkt een afwijking, maar zodra je begrijpt dat Holthuis eigenlijk elke morgen naar huis fietste, want zijn verzameling was zijn woonst, dan krijgt zijn volharding magische trekken.

Levensreddende bibliotheek

In de oorlog moest Lipke onderduiken. Waar deed hij dat? In het museum, achter een aantal grote zoölogische werken. Daar had hij een matras liggen. Dat verhaal alleen al rechtvaardigt de extreme eenzijdigheid van dit bestaan. De levensreddende bibliotheek.

Zou in die bibliotheek ook een exemplaar hebben gestaan van In krabbengang van Günter Grass, vroeg ik me af. De roman is uit 2002, dus het had gekund.

Maar nee. Ook Het jaar van de kreeft van Hugo Claus, De kreeftskeerkring van Henry Miller, of Het zwaard van de krab van Henk Pröpper en Margreet Jansen kwamen er bij Lipke niet in. Aquarellen en kookboeken had hij wel. Romans niet. Die zijn verzonnen. Als we zo gaan beginnen. Holthuis had genoeg aan feiten, hard als het schild van een kreeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden