De les van Heertje

De meest weerbarstige hoogleraar van Nederland, Arnold Heertje, gaat met emeritaat. Als geen ander heeft hij zijn stempel gedrukt op het economie-onderwijs....

'IK GING nog in een spijkerjasje naar school op een Puch Maxi. Maar mijn leerlingen zitten met stropdas in de klas. Ze willen allemaal voor zichzelf beginnen. Een gsm hebben ze al.' Hans Goudsmit geeft economieles aan het Fioretti-college in Lisse. Tot zijn genoegen en verbazing is economie uitgegroeid tot een van de populairste keuzevakken op de middelbare school. Zeven op de tien middelbare scholieren doen eindexamen economie.

'Bij ons ook', zegt Nico Pool, economieleraar aan het Hervormd Lyceum West in Amsterdam. De hoge werkloosheid in de jaren tachtig bracht middelbare scholieren ertoe om hun vakkenpakket wat beter af te stemmen op de arbeidsmarkt. 'Toen is het begonnen. Sindsdien zijn de leerlingen economie steeds leuker gaan vinden. En tegenwoordig is het motief: 't grote geld', verzucht Pool tegelijk vertederd en verontschuldigend. 'De leerlingen willen later veel geld gaan verdienen.'

Het schoolvak economie is relatief jong. Op de HBS kregen leerlingen wel wat verdwaalde uurtjes staathuishoudkunde, maar pas met de komst van de mavo, havo en het vwo in 1968 werd economie een heus schoolvak - mede dankzij een intensieve lobby van de meest weerbarstige professor van Nederland: Arnold Heertje.

Het vak had de tijdgeest niet mee. 'Economie was toen nog een vies woord', herinnert Hans Goudsmit zich. Dertig jaar later is economie niet meer weg te denken als schoolvak. En een leraar economie heeft inmiddels evenveel prestige als een leraar natuurkunde, schrijft professor Heertje trots op zijn eigen website.

'Wat je ook van Heertje mag vinden, zonder hem was dat alles nooit gelukt', vindt Goudsmit, die behalve leraar ook voorzitter is van de sectie algemene economie van de Vereniging van Economie Leraren (Vecon), waar 80 procent van de leraren economie bij is aangesloten.

'Door toedoen van Heertje lag er een compleet leerplan op tafel met het bijbehorende schoolboek. Als dat er niet was geweest, had economie nooit zoveel body gekregen.'

Met een geschat marktaandeel van meer dan 70 procent op de schoolboekenmarkt was Heertje lange tijd vrijwel monopolist. Met als gevolg dat hele volksstammen scholieren opgroeiden met Elementaire economie (havo) en De kern van de economie (vwo). Het tamelijk dorre, abstracte en kleurloze maar o zo degelijke school-proza van Heertje dwong enerzijds respect af - Heertje was immers een autoriteit - , anderzijds riep het enorm veel irritaties op.

'Dat kwam doordat het boek een aftreksel is van het kandidaatsexamen economie', meent Nico Pool. 'Het theezakjes-model dus', meent Goudsmit. 'Die formule leidt tot een goede voorbereiding op een universitaire studie economie. Maar veel van onze leerlingen worden verpleegster of onderwijzer. Die moet je niet doodgooien met wiskundige formules. Dat werkt alleen maar averechts.'

Uit protest tegen de aanpak van Heertje vormden enkele tientallen jonge, progressieve leraren de werkgroep Appels & Peren, waarvan later ook Nico Pool lid werd. De naam was een ludieke verwijzing naar een van de grafiekjes in De kern waarin Heertje appelen op de Y- en peren op de X-as had uitgezet om met budgetlijnen en indifferentiekrommes uit te rekenen bij welk inkomen de consument welke goederencombinatie zou kiezen.

Het was het begin van een taaie en bittere richtingenstrijd in het economie-onderwijs. Grofweg waren er twee stromingen: de ene geloofde in Heertje. De andere niet. En die twee groepen konden (en kunnen) elkaars bloed wel drinken. Over geen enkel ander schoolvak wordt zo heftig gedebatteerd. Geschiedenisdocenten steggelen wel eens over de zin en onzin van jaartallen. En ook over de verplichte literatuurlijst voor Nederlands liggen leraren wel eens met elkaar in de clinch. Maar nergens lopen de emoties zo hoog op als bij economie.

'Discussies over jaartallen en boekenlijsten gaan over de manier waarop je je lessen vormgeeft. Bij economie staat het doel van de les zelf ter discussie', analyseert Goudsmit. Veel leraren zien economieles als algemene vorming, soms zelfs als instrument om de wereld te verbeteren. Dat zijn veelal leraren die economie niet zien als een exacte wetenschap.

In de achtste herziene druk van De kern van de economie van 1979 schrijft Heertje juist: 'In onze uiteenzettingen staat het verklaren van de werkelijkheid centraal. Het beïnvloeden of veranderen van de economische verhoudingen in onze samenleving is een politieke zaak, die hier niet ter sprake komt.'

Heertje ziet de economie als objectieve wetenschap. En met hem heel wat economieleraren, zo bleek Goudsmit toen hij eens een nascholingscursus verzorgde en de economieleraren indeelde bij de gamma-vakken. 'Er ging een storm van protest op. Ze voelden zich meer thuis bij de exacte wetenschappen.'

Zelf vindt Goudsmit economie geen exacte wetenschap. 'Het is boerenwijsheid', lacht hij vrolijk. 'Kijk maar naar Nick Leeson die de Baringsbank over de kling heeft gejaagd. Leeson had prachtige modellen ontwikkeld, heel knap. Maar hij had er geen rekening mee gehouden dat Japan getroffen zou worden door een aardbeving. Er zijn zoveel variabelen in de economie dat de uitkomst nooit exact voorspelbaar is.'

De meerwaarde van het vak economie zit er volgens Goudsmit in dat leerlingen leren logisch te redeneren. 'Als de koers van de gulden omhoog gaat, worden onze producten duurder in het buitenland. Dat heeft weer effecten op de betalingsbalans. Dat is logisch redeneren.'

Hoezeer de discussie over het economie-onderwijs over de fundamenten van het vak gaat, het is vooral de persoon van Heertje die de discussie zo'n emotionele lading geeft. De professor maakt nu eenmaal met iedereen ruzie, hoewel niemand dat graag hardop zegt, want dan heb je geheid ruzie. Menig criticaster van Arnold Heertje wil dan ook niet in de krant. 'Als je wat over hem beweert, bestookt hij je daarna nog maandenlang met telefoontjes en brieven', aldus mensen die niet opnieuw met hem in debat willen. De mensen die wél een goede relatie met Heertje hebben, willen evenmin in de krant.

Heertje vindt niet alleen de economie een objectieve wetenschap. Hij vindt ook dat hijzelf objectief kan vaststellen dat zijn onderwijsmethode de allerbeste is. Op een heuse toernee langs middelbare scholen 'verkoopt' hij zijn eigen boek. Andere onderwijsmethodes sabelt hij neer als flodderwerk. Scholen die overwegen zijn boek in te ruilen voor een ander, worden op de website van Heertje door het slijk gehaald.

H ET MAG allemaal niet baten. Het marktaandeel van Heertje daalt gestaag. Sinds de komst van het studiehuis krijgt nog maar tien à vijftien procent van de vwo-leerlingen les uit een boek van Heertje. Op de havo ligt dat percentage de helft lager.

De lesmethode van de Landelijke Werkgroep Economie Onderwijs, voorheen de werkgroep Appels & Peren, scoort inmiddels beduidend beter met een geschat marktaandeel van tussen de tien en twintig procent op beide schooltypen. Absolute toppers zijn nu de boeken Praktische economie en Percent, allebei - de titels zeggen het al - zeer praktisch met veel aandacht voor vaardigheden. Dat komt goed van pas in de nieuwe opzet van de tweede fase in het voortgezet onderwijs. Dat legt meer dan vroeger het accent op vaardigheden, terwijl Heertje de nadruk legt op kennis.

De Vereniging van Economie-leraren (Vecon) vindt dat onderscheid kunstmatig. 'De inflatie uitrekenen is een vaardigheid, maar als je dat beheerst, vergroot het je inzicht', aldus Goudsmit.

Ondertussen klaagt Heertje dat het onderwijs verloedert. 'De huidige leraar is steeds meer een leeuwentemmer die een groep kinderen in de gaten moet houden', zei Heertje onlangs in een interview.

Hans Goudsmit van de Vecon noemt die kritiek ongenuanceerd. 'Je kunt de invloed van Heertje moeilijk overschatten. Maar hij is als een estafetteloper die het stokje moet overdragen en niet tussen de benen van zijn opvolgers moet steken. Heertje moet constructief aan de zijlijn staan.'

En wat de leerlingen er allemaal van vinden? Dat laat zich raden: die snakken ernaar om economisch vaardig te worden. 'In de vrije ruimte van het studiehuis mogen de leerlingen cursussen volgen', vertelt Goudsmit. 'De cursus beleggingen zit bom- en bomvol.' Kortom, de leerling heeft zich van de richtingenstrijd in het geheel niks aangetrokken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden