'De leider van een grote beweging'

ISRAEL BESTAAT bijna vijftig jaar, maar het streven naar een eigen staat voor het verstrooide joodse volk is veel ouder....

De gedachte de joodse staat in Palestina te herstellen was niet nieuw. Herzl had voorgangers. Maar, zo heeft de joodse filosoof Martin Buber geschreven, 'wat Hess slechts aanduidde, Pinsker schetste, Birnbaum in enkele punten uitvoerde, voltooide de Judenstaat, hij gaf een ontwerp van de weg.'

Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Der Judenstaat is in Wenen een prachtig boek over Theodor Herzl verschenen, waarbij lezen en kijken om de voorrang strijden. De tekst- en beeld-monografie Theodor Herzl 1860-1904 - Wenn Ihr wollt, Ist es kein Märchen bevat niet alleen 350 oude foto's, maar ook een interessante biografie, geschreven door de Duitse historicus Julius H. Schoeps, die eveneens heeft meegewerkt aan de uitgave van Herzls dagboeken en brieven.

Dit laatste heeft duidelijk zijn neerslag gevonden in de monografie. In Theodor Herzl 1860-1904 bestaan de tien hoofdstukken steeds uit twee delen: een stuk biografie en een gedeelte met foto's en afbeeldingen, waartussen teksten en citaten uit Herzls dagboeken en brieven, alsmede teksten en citaten van tijdgenoten als Arthur Schnitzler, Karl Kraus, Stefan Zweig, Max Nordau, Max Bodenheimer.

In de opsomming van deze namen worden de twee werelden zichtbaar waarin Theodor Herzl zich in zijn relatief korte leven heeft bewogen. Want enerzijds behoorde hij tot het spraakmakende Weense milieu van dichters, schrijvers en journalisten rond 1900, anderzijds was hij de grote voorman van het zionisme, de man die vooral de arme en onderdrukte joden in Oost-Europa wilde helpen door hen te leiden naar een eigen land. Hij kreeg daarbij steun van onder anderen Nordau en Bodemheimer.

De vele foto's weerspiegelen niet alleen het leven van Herzl, maar proberen ook iets weer te geven van het leven en de geest aan het einde van de vorige eeuw in Wenen en Parijs. De in 1860 in Boedapest geboren Theodor Herzl studeerde rechten in Wenen, maar advocaat of rechter wilde hij niet worden. Herzl ging toneelstukken schrijven, en ofschoon hij het genoegen smaakte dat zijn stukken werden gespeeld in het Weense Burgtheater, was hij als dramaturg niet erg succesvol.

Bekender werd hij als journalist, als correspondent in Parijs voor de Weense Neue Freie Presse en later als chef van de redactie kunst en cultuur, wat destijds bij de Neue Freie Presse verreweg de belangrijkse deelredactie was. Want voor uitgever Moritz Benedikt ging er niets boven kunst. Van het zionisme wilde hij echter niets weten.

Herzl was al als student in Wenen in aanraking gekomen met antisemitisme. Maar zionist werd hij pas in Parijs. Als correspondent volgde hij het proces tegen de Franse kapitein Alfred Dreyfus, die ten onrechte werd beschuldigd van landverraad. Dreyfus werd veroordeeld en in het openbaar gedegradeerd. Herzl kwam, na het tweede Dreyfus-proces in 1899, definitief tot de conclusie: 'Bij de zaak-Dreyfus gaat het om meer dan een gerechtelijke dwaling, het gaat om de wens van een monsterachtige meerderheid in Frankrijk een jood en in deze ene alle joden te verdoemen.'

Herzl was toen al weg uit Parijs. Eind juli 1895 keerde hij terug naar Wenen, met in zijn hoofd reeds de brochure Der Judenstaat. Hij was ervan overtuigd geraakt dat het joodse streven naar assimilatie en integratie geen bescherming bood tegen antisemitisme en evenmin recht deed aan het feit dat de joden een volk vormen. Hij schreef: 'Ik beschouw het joodse vraagstuk niet als een sociale of religieuze kwestie, ook al ziet het er zo uit. Het is een nationaal vraagstuk. We zijn een volk, één volk.'

Julius Schoeps gaat uitvoerig in op de vele reacties op Der Judenstaat en op het streven van Herzl het joodse volk te mobiliseren en te organiseren. Dit gebeurde onder meer door de jaarlijkse zionistencongressen, meestal in Bazel. Na het eerste congres, waar werd vastgelegd dat het zionisme streeft naar een 'publiekrechtelijk vastgelegd tehuis voor het joodse volk in Palestina', schreef hij in zijn dagboek: 'In Bazel heb ik de joodse staat gesticht.' De werkelijkheid was weerbarstiger. Schoeps beschrijft hoe Herzl steeds weer tegenslagen te verwerken kreeg. Uiteindelijk was hij bereid het Britse aanbod te accepteren een autonome joodse kolonie in Oost-Afrika te stichten. Hiertegen kwamen echter vooral de Russische zionisten in opstand.

Op 3 juli 1904 stierf Herzl. Zijn dood was voor velen een schok. Stefan Zweig, die Herzl zeer bewonderde, in Die Welt von Gestern over de begrafenis in Wenen: 'Plotseling kwamen op alle stations van de stad, met elke trein, dag en nacht, uit alle rijken en landen, mensen aan; westerse, oosterse, Russische, Turkse joden, uit alle provincies en kleine steden stormden ze naar hier, de schrik van het nieuws nog in het gezicht; nooit merkte men duidelijker, wat vroeger het geruzie en gepraat onzichtbaar hadden gemaakt, dat het de leider van een grote beweging was die hier werd begraven.' In 1949 werd het stoffelijk overschot van Herzl overgebracht naar Israël, naar Jeruzalem.

Jan Luijten

Julius H. Schoeps: Theodor Herzl 1860-1904 - Wenn Ihr wollt, Ist es kein Märchen.

Christian Brandstatter, Wenen, import Continent Books; ¿ 124,45.

ISBN 3 85447 556 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden