Opinie

'De leider hoeft geen inhoud te hebben'

De politicus wordt geacht alles in huis te hebben: inhoud en het vermogen de media te behagen. Nergens anders worden zoveel eisen aan het personeel gesteld. Dat betoogt Mark Snijder.

Partijleider Job Cohen neemt afscheid tijdens de ledenraad van de PvdA in Utrecht. Beeld anp

Deze week is weer de discussie opgelaaid over vorm en inhoud in de politiek. Job Cohen verlaat de politiek omdat hij te weinig mediageniek is, Rutger Castricum wordt aangepakt op zijn zogenaamde riooljournalistiek en Naema Tahir pleit voor een fatsoenspolitie op het Binnenhof. De politiek blijft worstelen met de lastige combinatie van vorm en inhoud.

Enerzijds moeten politici inhoudelijk kennis van zaken hebben en over alle onderwerpen kunnen meepraten. Anderzijds moeten politici ook goed voor de camera zijn, kwieke oneliners in huis hebben en een boodschap simpel en doeltreffend kunnen verkopen. Natuurlijk, dit wringt. Inhoudelijk sterke politici moeten het veld ruimen omdat ze niet bestand zijn tegen agressieve afzeikjournalistiek. Naema Tahir heeft een punt. Maar ze heeft niet de juiste oplossing.

Misplaatste arrogantie
De media zijn van ons allemaal, en ook publieke omroepen worden afgerekend op kijkcijfers. Blijkbaar vinden we de journalistiek van Castricum en de zijnen prima. Of op z'n minst vermakelijk. Deze mannen weren van het Binnenhof neigt daarom niet alleen naar censuur, maar is tevens een vorm van misplaatste arrogantie tegenover een groot deel van de bevolking. Slecht idee dus.

Maar het probleem is er wel degelijk. Inderdaad verliest de politiek mannen met een dijk aan kennis en ervaring als Cohen. Of missen we talentvolle politici in spe die de stap niet aandurven vanwege een te groot afbreukrisico. Daarnaast is het aanzien van de politiek in gevaar. Politici raken gevangen in een vicieuze cirkel; ze kunnen de inhoud niet goed verkopen waardoor ze het beeld oproepen dat ze geen inhoud hebben. Des te harder proberen ze die inhoud wel onder de aandacht te brengen, waardoor het beeld verder verslechtert. Dit is schadelijk voor ons vertrouwen in de politiek.

Artistiek directeur
Wat is dan de oplossing? Vorm en inhoud moeten worden gescheiden. We kijken naar competentieprofielen en kiezen bepaalde politici omdat ze goed zijn in de inhoud en anderen omdat ze voortreffelijk kunnen communiceren. Vergelijk het met vele culturele instellingen, die geleid worden door een artistiek directeur en een zakelijk directeur. De artistiek directeur weet alles van de inhoud en kan schitterende producties maken. Maar hij heeft geen idee hoe hij dit moet verkopen, bij het publiek of bij subsidiegevers. Daar komt de zakelijk directeur in beeld. Hij weet hoe hij de inhoud moet verkopen, wat subsidiegevers willen horen en hoe je het publiek verleidt.

In vele sectoren werkt dit zo. Rechtbanken hebben een persrechter, omdat die nu eenmaal beter weet hoe je een ingewikkeld vonnis in duidelijke taal uitlegt aan een lekenpubliek. Grote bedrijven hebben een woordvoerder of een persvoorlichter.

De NS gaf afgelopen winter een goed voorbeeld. Op Radio 1 stelde NS-directeur Thijssen dat ze het niet nodig vond om excuses aan te bieden voor de problemen op het spoor. Inhoudelijk kan ze een punt hebben, de NS had wellicht alles gedaan wat in zijn macht lag. Maar echt handig was de uitspraak natuurlijk niet. Dus nuanceerde de woordvoerder van de NS de uitspraken de volgende dag: 'Wat onze directeur eigenlijk wilde vertellen, is dat wij daar net zo gefrustreerd over zijn als de reizigers'. Duidelijke boodschap aan de directeur: houd jij je maar bij de inhoud, dan communiceer ik het wel met de buitenwereld. Allebei hun eigen vak.

Duizenden euro's
Ook in de politiek moeten we vorm en inhoud scheiden. Nu spenderen politici vele duizenden euro's aan mediatrainingen en spindoctors. Zonde van het geld. Zet op de posten van politiek leider, lijsttrekker en fractievoorzitter - de functies die de meeste aandacht van de media trekken - iemand die kan communiceren en overtuigen. Hij of zij kan het partijprogramma onder de aandacht brengen en de burger verleiden met nieuwe ideeën en initiatieven. Hij kan met slimme trucs zijn tegenstanders in het politieke debat overtreffen. Dat is zijn vak. Om hem heen verzamelen we een groep van inhoudelijke medewerkers en specialisten van het wetenschappelijk bureau. Laat aan hen de uitwerking van de ideeën over, de onderbouwing, de dossierkennis en de langetermijnvisie die eraan ten grondslag ligt. Zij maken de inhoud, de partijleider verkoopt het.

En laten we hier eerlijk over zijn. Bekritiseer de lijsttrekker niet als blijkt dat hij of zij niet alle details van een ingewikkeld dossier kent. Dit is zijn vak niet. Selecteer een politicus op de competenties die hij nodig heeft op zijn positie. En reken hem dan ook af op alleen die competenties. Einde discussie over vorm en inhoud. En de fatsoenspolitie? Die hebben we dan niet nodig.

Mark Snijder studeerde internationale betrekkingen en werkt bij het Nederlands Jeugdinstituut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden