De leefwoorden van de Belgen

Jorge Luis Borges schreef ooit een verhaal over delen van een encyclopedie die uit het niets opdoken en verbaasde lezers trefwoord na trefwoord informatie verstrekten over een onbekende wereld....

De Vlaamse schrijfster Leen Huet vindt op een rommelmarkt een boek van de door haar bewonderde Marie Gevers (voor deze uitgave geassisteerd door twee leraren), Les merveilles de la Belgique, de wonderen van Belgimet op alle bladzijden ingekleefde 'prentjes' uit chocoladerepen van Belgische bezienswaardigheden. Achter in het boek treft ze een uitneembaar ganzenbord aan, met 63 afbeeldingen van pronkstukken, waarmee elke lezer van Les merveilles het verhaal nog eens kan naspelen.

Voor Huet is het 'een Belgian voor mijn tijd', schrijft ze in haar 'abdaire' Mijn BelgiHet ganzenbord wekt een raar soort heimwee op, 'bijna fictief'; ze verzamelt in haar boek zulke wetenswaardigheden uit vervlogen tijden. 'Verhalen die men hoort zijn altijd oude verhalen', citeert ze Gevers in het eerste lemma van haar Belgiaslagwerk. 'Ze hebben tijd nodig gehad om zich te vullen met passie en verdriet, om zich te ontwikkelen in de geheugens, zich te laten verwoorden. Pas over dertig jaar zal men je de verhalen vertellen die nu gebeuren.'

Lezen en kijken vergelijkt Huet met jagen. Het is een passie. Ze speurt in antiquariaten, schrijft over boeken in Oud papier (1998), 'aantekeningen van een gretige, nae lezer, die hoopt dat de gretigheid nu en dan besmettelijk zal blijken', in een niet hoogdravende maar wel voorname stijl. De blik is volgens haar 'een grote, verrukte verzamelaar'; ook de personages uit haar verhalenbundel De kunstkamer (2001) ervaren dat genot van het kijken.

Net als de Franstalige (ex-)Brusselaar Patrick Roegiers, in zijn vorig jaar verschenen schitterende 'alfabetboek' Le Mal du pays Autobiographie de la Belgique, laat Huet zich kennen als een geeresseerde antropoloog die een beeld wil geven van 'de leefwereld', de 'leefwoorden der Belgen'.

We lezen over excentrieke en ook door veel Belgen enigszins vergeten figuren als CharlesJoseph de Ligne de Vlaamse Casanova, le charmeur de l'Europe en over Edouard Empain, zakenpartner van Belgimeest boekhoudkundige vorst, Leopold II. Empain heeft de Parijse metro aangelegd en is ook stichter van de Egyptische utopische stad Heliopolis.

Mijn Belgiaat over schilders en schrijvers, over rus en quasi-geheime oorden, over romanpersonages als Tijl Uilenspiegel of Hercule Poirot. Huet wisselt dat soort lemma's af met flarden jeugdherinneringen; ze brengt een soort Belgin kaart, schrijft ze, dat nog het meest lijkt 'op het land waar ik als kind in leefde'.

We treffen in Mijn Belgiok verhalen aan over de striphelden uit Huets jeugd: over de rokende en drinkende kapitein Haddock ('Kipper') uit Kuifje, de Petoetjes en Petatjes, de Van Zwams en Tuizentfloten uit de leefwereld van het 'dagbladverschijnsel' Nero ('met de N van Napoleon, de E van edelmoedig, de R van robuust en de O van ootmoedig'). Dit is Belgisch! Haar boek is verrukkelijke zomerlectuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden