De lawinemakers Frankrijk La Plagne

Lang niet elke sneeuwlawine ontstaat per ongeluk. Wil Thijssen gaat de bergen in met Franse lawinemakers...

Het is koud. De skipistes zijn nog leeg, de zon komt langzaam op achter de bergen. Angélique en Alain, de enige skiërs op de helling, begeven zich met staven dynamiet over de mooiste top van het Franse ski-oord La Plagne, de Grande Rochette (2600 meter), die overal rondom uitzicht biedt op de Alpen. Ze stoppen vlak bij een afgrond, doen hun rugzakken af en rollen een touw uit.

Klaar?, vraagt Alain.

Oui, knikt Angélique. Haar collega houdt een lucifer bij de lont van een roze staaf dynamiet van twee kilo zwaar en bijna een halve meter lang. Hij gooit de staaf over de rand van de afgrond, waarna die tientallen meters lager geluidloos in de sneeuw ploft. Het touw dat eraan zit vastgeknoopt, zwiept erachteraan, om het explosief te kunnen terughalen als het niet ontploft.

Ze kijken.

Ze wachten.

Ze zetten heel rustig oorbeschermers op hun hoofd.

Ze stropen hun mouwen op en staren op hun horloges.

Ze wenden hun gezichten af.

Dan: BOEMM!! Een doffe, harde knal bonst tegen trommelvliezen en echoot langs de bergwanden rondom. Een hoge golf van opspattend sneeuw glinstert in het licht van de opkomende zon. Daarna is het weer doodstil. In de piste waar het dynamiet is neergekomen, gaapt een groot gat. Verder gebeurt er niets.

‘Nog een keer’, zegt Alain. Hij strijkt opnieuw een lucifer af, steekt een tweede staaf dynamiet aan en gooit hem in de diepte.

Boem. Echo. Stilte.

Langzaam begint de witte deken op de helling te schuiven. Grote golven nemen steeds meer sneeuw mee naar beneden. De zee zwelt aan tot een kleine lawine die uiteenspat tegen de dennen van de boomgrens honderden meters lager op de berghelling.

‘Bien’, zegt Alain droogjes. Hij pakt de spullen in zijn rugzak en bindt hem weer om. Angélique haalt het touw in, rolt het op en klemt het achter haar gordel. Samen skiën ze naar de volgende berghelling.

Alain Charrière (52) en Angélique Boucard (26) werken voor de ski-patrouille in La Plagne. Elke ochtend voordat de pistes opengaan, en stoeltjesliften en gondels door de lucht zweven, skiën zo’n zeventig reddingswerkers van La Plagne over de berghellingen om ze te controleren op lawinegevaar. De doffe knallen die de toeristen elke ochtend horen in hun hotelkamers zijn van de explosies die zij veroorzaken.

Lawines zijn de grootste bedreiging voor de toeristen, vooral voor skiërs die off-piste gaan, waar geen hekken en muurtjes zijn om het gevaar van een onverwachte sneeuwzee af te wenden.

Jaarlijks verongelukken ongeveer 140 mensen door lawines; ruim honderd op de skipistes van Europa en ongeveer 35 à 40 in Noord-Amerika. De meeste doden vallen onder skiërs en snowboarders en dat aantal neemt elk jaar toe, doordat het aantal sneeuwsporters stijgt.

In het dal van het omvangrijke skigebied – La Plagne is met 420 kilometer aan afdalingen in grootte de derde van de wereld – staat de Société d'Aménagement de la Station de la Plagne, kortweg de SAP, het zenuwcentrum waar iedereen die toezicht houdt op de veiligheid, samenkomt. In een kantoor op de eerste verdieping bestudeert Christian Bérard een plattegrond van de omgeving. Hij is degene die dagelijks het lawineplan, het PIDA – Plan d'Intervention de déclenchement d'avalanches – coördineert. Bérard bepaalt elke ochtend welke sneeuwhellingen worden opgeblazen, en door wie. Vandaag is het druk; de afgelopen nacht is hier ruim 20 centimeter sneeuw gevallen.

‘Lawine-ongelukken zijn slecht voor je imago’, zegt de coördinator. ‘En van dat imago zijn wij hier afhankelijk; we leven ervan.’

Dat mag wat kosten. Het mondaine ski-oord spendeert elk winterseizoen ‘enkele miljoenen’ – uit toeristeninkomsten – om de veiligheid op de ski-hellingen te waarborgen. De ski-patrouille van La Plagne is er ook in getraind om met behulp van zenders, stokken en honden slachtoffers te vinden die door de sneeuw zijn bedolven.

Toeristen hebben geen idee hoeveel geld en energie dagelijks wordt gestoken in hun veiligheid’, zegt Bérard. Hij is zelf twee keer in een lawine terechtgekomen, toen hij nog tot de ‘ontploffingsbrigade’ behoorde. De tweede keer heeft hij het ternauwernood overleefd.

‘Ik gooide dynamiet, maar er gebeurde niks. Een stukje lager op de berg liet ik een tweede staaf ontploffen. Plotseling kwam sneeuw van boven, van de eerste explosie, over mij heen. Het is alsof je in een wasmachine terechtkomt: je wordt door grote golven rondgespoeld, je komt onder de sneeuw terecht en hebt geen idee meer wat boven en wat beneden is. Er zit sneeuw in je oren, je neus en je mond, je bent niet in staat om te bewegen of te schreeuwen. Mijn collega heeft me na 17 minuten met een sneeuwstok, net op tijd, gevonden. In de zomer vond ik op de grasweides mijn portofoon en mijn ski’s terug, ver van de plek waar ik was meegesleurd.’

Na een kwartier onder een sneeuwlaag overleeft 80 procent van de gevonden slachtoffers, omdat ze nog kunnen worden gereanimeerd. Na 20 minuten is de overlevingskans slechts 20 procent. Om elkaar snel te kunnen redden, zijn de leden van de ski-patrouille altijd met z'n tweeën.

Skiërs worden soms naakt teruggevonden, zegt Bérard. ‘De sneeuw kruipt overal onder en door de kracht van de lawine worden de kleren van je lijf gerukt. De meesten zijn helemaal blauw als we ze uitgraven.’

In het SAP-gebouw zit ook Claude Schneider, de sneeuwexpert van La Plagne. Claude staat aan de basis van het dagelijks lawineplan. In zijn kantoor staan computerschermen met neerslag- en temperatuurvoorspellingen, er hangen digitale thermometers die met de buitenlucht zijn verbonden en er liggen schoppen, emmers, sneeuwmeters en kaarten van het skigebied.

Claude Schneider gaat elke ochtend – ‘ook in het weekend’ – de berghellingen op om de sneeuw op lawinegevaar te onderzoeken. Op een van de pistes in La Plagne Centre, het meest centrale dorp in dit Alpengebied, zakt hij tot aan zijn middel in de sneeuw. Hij pakt een schop uit zijn rugzak, graaft een diep gat, en test met een vuistslag hoe hard of zacht de verschillende sneeuwlagen zijn.

‘Dit is afgelopen nacht gevallen’, zegt hij bij de bovenste sneeuwlaag. De laag eronder is heel hard, ‘toen heeft het geregend en bevroor de boel’. Dit is bijna een garantie voor een lawine’, benadrukt hij.

Schneider neemt sneeuwmonsters, maakt aantekeningen en pakt zijn portofoon. ‘Attention’, zegt hij. En: ‘Avalanche’, en ‘PIDA’. Zijn informatie gaat rechtstreeks naar Christian Bérard in het SAP-gebouw, waar een grote kaart hangt vol rode en groene lampjes die aangeven of ski-pistes open of gesloten zijn, vanwege lawinegevaar. Bij alle pistes van grote ski-oorden staat een kopie van het bord, de toeristen bekijken erop waar ze kunnen skiën, en waar niet.

‘Het is Christians taak om zo veel mogelijk rode lampjes groen te krijgen’, zegt Claude. ‘Hij stuurt op basis van mijn informatie explosieteams de hellingen op.’

In de twintig jaar dat Bérard zelf als reddingswerker op de pistes skiede, heeft hij met zijn Duitse herder tientallen ingesneeuwde slachtoffers teruggevonden. Er zaten ook collega’s en vrienden tussen. Even is hij stil. ‘Sorry’, zegt hij, ‘maar ik ben hier een van de weinigen die een lawine heeft overleefd. De meeste verhalen hebben geen happy end.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden