Reportage

De langzame dood van de Duitse Lotto

Vroeger keken miljoenen Duitsers zaterdagavond naar de trekking van de Lotto op de tv. Nu lijkt meedoen meer iets om je voor te schamen. En er zijn nieuwe manieren om te gokken.

Sterre Lindhout
Claudia Britzke achter de toonbank van haar zaak Presse-Britzke in Berlijn. Vroeger maakten loten de helft van haar omzet uit, nu eenderde. Beeld Daniël Rosenthal / de Volkskrant
Claudia Britzke achter de toonbank van haar zaak Presse-Britzke in Berlijn. Vroeger maakten loten de helft van haar omzet uit, nu eenderde.Beeld Daniël Rosenthal / de Volkskrant

Om te kunnen dromen, heeft Jürgen (62) zes getallen nodig. Als hij twee keer per week zijn stamkiosk binnenwandelt, hoeft hij bij wijze van begroeting alleen zijn 10-eurobiljet in de lucht te houden. Dan spreidt Claudia Britzke (49), eigenaresse van Presse-Britzke voor 'kranten, tabak, Lotto en nog veel meer', Jürgens loten uit op de toonbank.

De 62-jarige overblijfhulp met zilveren oorring is een Lotto-routinier. Met een hand vouwt hij de loten op en steekt ze in de zak van zijn grijze winterjas. Claudia schuift Jürgen het wisselgeld, 5 cent, toe en neemt met haar andere hand een trekje van haar sigaret. Roken is in haar winkel alleen officieel verboden.

Modieuze twintigers

Presse-Britzke ligt in een rustige straat in de Berlijnse wijk Neukölln, van oudsher bewoond door sociale huurders en immigranten, en de laatste jaren ook door modieus geklede twintigers uit Europa en Noord-Amerika. Al die groepen spelen Lotto, zegt Claudia. Ze verdient er goed aan, eenderde van de omzet van haar winkel. Maar vroeger was het minstens de helft - het verhaal van de Duitse Lotto is namelijk het verhaal van het begin van het einde van een tijdperk.

Het Lotto-Toto-blok, de staatsloterij van ons buurland, is een nationaal icoon; in 1948 opgericht in de tijd dat Duitsland nog door de geallieerde machten werd geregeerd. En nog steeds is er geen winkelstraat in het hele land zonder minstens een gevel met daarop de karakteristiek lelijke gele lichtbak met een rode klavervier.

Sinds 1955 onveranderd

'De Lotto' wordt door de Duitsers zelf vaak gebruikt als ironische pars pro toto voor de kleinburgerlijkheid van de oude Bondsrepubliek. Het spelletje 6 uit 49 is sinds 1955 onveranderd - op de hoogte van de jackpot na. Miljoenen mensen keken naar de trekking op zaterdagavond, uitgevoerd door een 'Lotto-fee', een deerne die de getallen in onberispelijk Hoogduits voorlas.

Je ziet het voor je: zo'n Wirtschaftswundergezin op een zaterdagavond in de jaren zestig, vader in zijn luie stoel, moeder met brei- of stopwerk op schoot, de kinderen met een kaarsrechte net-uit-bad-scheiding, schemerlamp aan, potlood in de aanslag en dan dromen maar, van een Volkswagen of een vakantie in Italië.

De overheid deed er alles aan om de inkomsten zo hoog mogelijk en de gewetenswroeging van de burger zo klein mogelijk te maken: een deel gaat naar de deelstaat waar je woont, en wordt door een stichting in cultureel aanbod gepompt - dat is nog steeds zo.

Toch is de Lotto de Lotto niet meer, blijkt uit de teruglopende cijfers van de afgelopen jaren en uit een onderzoek van de Bundeszentrale für gesundheitliche Aufklärung, een aan de overheid gelieerd instituut. In 2015 kocht 22,7 procent een Lotto-lot, in 2009 was dat nog 40 procent.

Verslavend

Dat heeft twee redenen; beide zijn zichtbaar in het straatbeeld van Neukölln. Want naast het bekende Lotto-uithangbord verschijnt er de afgelopen jaren steeds meer reclame van andere kansspelaanbieders in het straatbeeld: casino's, wedden op sportwedstrijden. Het zijn vooral gokspellen die op veel kortere termijn resultaat kunnen opleveren dan de Lotto, en dus volgens onderzoeken verslavender zijn. Om van gokken online nog maar te zwijgen.

Tot 2008 had de Lotto een staatsmonopolie, maar die tijden zijn, onder druk van Europese regelgeving, voorbij. Dat is voor de staat zorgwekkend, vanwege het verlies aan belastinginkomsten maar ook omdat de commerciële gokbedrijven de regels minder nauw nemen. De Lotto doet dat wel en dat is meteen de tweede reden dat de populariteit ervan tanende is. Op de winkelramen bij Claudia Britzke hangt dan de verplichte poster met de winkansen - bij 6 uit 49 is dat één op meer dan een miljoen. Binnen grijnst een wat zijig lachend opahoofd de klant tegemoet: de nationale Lotto-coach, zichtbaar vol van goede bedoelingen. Op die poster staat ook het telefoonnummer van de gokverslavingshulplijn.

Serieus nemen van richtlijnen

Zo dreigt de typisch Duitse Lotto-traditie ten onder te gaan aan een andere typisch Duitse gewoonte: het serieus nemen van regels en richtlijnen.

Claudia vindt het merendeel van de regels 'om je dood te lachen', maar ze is gedwongen er streng op toe te zien. Al een paar keer heeft ze meegemaakt dat een advocaat undercover in haar winkel had rondgeneusd om te zien of ze de regels overtrad. 'Ik heb moeten vechten voor mijn wijnwand - want die zou het verslavingsgevaar vergroten.'

Maar wat al die regels vooral hebben veroorzaakt, zegt Claudia, is dat de mensen zich schamen voor hun Lotto-gewoonte. Ook Jürgen praat er liever niet over. 'Ik ben een loser, ik weet het. Ik heb in mijn leven al veel meer geld aan de Lotto uitgegeven dan ik er ooit mee zal winnen. Tenzij, ja tenzij ik ooit de jackpot win. Maar elke keer als ik hier de drempel overstap, kan ik even dromen. Ik heb kinderen en schulden, dus dromen heb ik nodig.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden