De lange reis van een barak uit Westerbork

Ooit maakte de loods deel uit van Kamp Westerbork. Nu staat de barak te verpauperen in een weiland. Dat hoort niet, vindt ook eigenaar Jan Egges....

Van onze verslaggever Karin Sitalsing

VEENDAM Het doet nu niet direct aan de oorlog denken, het groene bouwsel in het weidse landschap bij Veendam. Toch was de loods, nu vol pallets en landbouwwerktuig, ooit het decor van verschrikkingen. De loods is een oude barak van Durchgangslager Kamp Westerbork, vanwaar elke dinsdag de trein vertrok naar de vernietigingskampen.

De verf bladdert van de kozijnen. Sommige ruiten zijn stuk, het dak zit vol gaten. Er nestelden al eens winterkoninkjes en roodstaartjes, en laatst nog scheerde er een uil doorheen. Het houten gebouw staat te verpauperen op het land van de 66-jarige Jan Egges. Hij wil graag een nieuwe loods bouwen om vervolgens het origineel te schenken aan het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Lang leek dit niet te zullen lukken omdat Egges geen toestemming kreeg voor een nieuwe loods. Ja, eentje van maximaal 150 vierkante meter, maar daar heeft-ie niks aan. De barak is 500 vierkante meter groot. Slopen is te duur en dus blijft het ‘stukje oorlogsverleden’ staan. Maar inmiddels heeft de wethouder laten weten met Egges in gesprek te willen over de barak.

Het zou veel voor ‘Westerbork’ – waar in het verleden alles is gesloopt – betekenen om de loods in bezit te krijgen. De originele barak kwam in 1957 naar Veendam en werd gebruikt als werkplaats en smederij. Later werd het bouwwerk verkocht aan twee broers uit Barger-Oosterveld, die het weer inruilden voor een hydraulische kraan, vermoedelijk van de RDM. Die verkocht de barak in 1972 aan de vader van Jan Egges. ‘Ik zie de verkoper nog zo voor me’, lacht Egges. ‘Een heel apart kereltje met een bolhoed en een vlinderstrik – maar wel op klompen.’

De barak deed dienst als loods en later als paardenstal. Geregeld kwamen er mensen langs om het bouwsel te bekijken. Schoolklassen, maar ook mensen die in Westerbork hadden gezeten. Zij keken of ze iets herkenden. ‘Wij hebben ook gezocht of er misschien iets in de muren gekerfd was, maar we konden niets vinden. Wie weet komen er nog briefjes tevoorschijn als we de boel afbreken. Stel je voor.’

Toch staat er iets in het hout gekerfd. In een wand staat de naam Levi en het jaartal 1943. ‘Heeft Jeroen Krabbé gedaan’, lacht Egges. ‘Scènes van the Discovery of Heaven zijn hier opgenomen. Net als een aantal documentaires.’

Egges’ loods is zo’n beetje de enige kans voor het Herinneringscentrum. Behalve deze barak is er nog één, min of meer compleet exemplaar, dat wordt gebruikt als varkensstal. Van de rest zijn slechts onderdelen teruggevonden.

Egges heeft altijd contact onderhouden met het Herinneringscentrum. ‘Als er weer eens een zware storm was geweest, belden ze de volgende dag of alles goed was. Ik heb altijd gezegd: die barak moet terug naar Westerbork. Het is een monument.’

Het groene gebouw was vermoedelijk een werkbarak; een van de tien grotere industriële barakken van het doorvoerkamp. Dat is niet helemaal zeker, omdat het nummer van de barak onbekend is. Aan de hand van dat nummer kan worden nagegaan welke functie de loods precies had. Het zou ook kunnen dat de barak een tijdje als woonbarak is gebruikt.

Hoe het ook zij, de geschiedenis van zijn loods heeft de Veendammer altijd gefascineerd. Egges is zich steeds bewust geweest van het beladen verleden, ook al gebruikte hij het gebouw als opslagruimte. Bij elke oorlogsfilm waarin een barak voorkwam zeiden hij en zijn vrouw tegen elkaar: Dat lijkt die van ons wel. ‘Het houdt je altijd bezig.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden