John Lewis omhelst president Obama in 2015, tijdens de herdenking van de vrijheidsmars van Selma naar Montgomery.

PostuumJohn Lewis (1940-2020)

De lange mars van dwarsligger John Lewis, leider van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging

John Lewis omhelst president Obama in 2015, tijdens de herdenking van de vrijheidsmars van Selma naar Montgomery. Beeld AFP

John Lewis, een van de belangrijkste leiders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, is vrijdag op 80-jarige leeftijd overleden. ‘Je kunt de roep van de geschiedenis niet stoppen’, zei hij onlangs nog. Hij was zelf de belichaming van die geschiedenis. Dwarsliggen was zijn devies.

Hij had de littekens van 1965 nog steeds op zijn hoofd. Je kon ze zien, de resultaten van de wapenstokslagen die hij als 25-jarige kreeg, op de Edmund Pettus-brug in Selma, Alabama, tijdens de mars die door de politie werd gestopt maar die, door de manier waarop dat gebeurde, Amerika zou veranderen. John Lewis was de levende geschiedenis van de zwarte burgerrechtenbeweging. De overlevende van die geschiedenis.

Vrijdag stierf hij op 80-jarige leeftijd in zijn woonplaats Atlanta aan de gevolgen van alvleesklierkanker, terwijl aan de andere kant van het land een twintiger van een nieuwe generatie, Donovan LaBella, tijdens een Black Lives Matter-protest in Portland, Oregon door agenten met een projectiel in zijn gezicht werd geschoten. LaBella hield er, net als Lewis een halve eeuw geleden, een schedelbasisfractuur aan over.

Lewis behoorde tot de Big Six, de belangrijkste leiders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging: meer dan een halve eeuw lang was hij overal bij, en vaak in de voorhoede. Nadat hij al als tiener eind jaren vijftig Rosa Parks en Martin Luther King had ontmoet, bevocht hij in de jaren zestig de apartheid in het zuiden door in lunchrooms op plekken te gaan zitten die voor witten waren bestemd. Hij streed als een van de dertien oorspronkelijke Freedom Riders voor een plek voor zwarte passagiers in de bussen naar het zuiden. Nadat hij was uitgestapt in Montgomery werd hij door een witte menigte bewusteloos geslagen en achtergelaten in een plas bloed.

John Lewis (helemaal links), in 1963 op de foto met een aantal andere sleutelfiguren binnen de Civil Rights Movement, onder wie Martin Luther King (derde van rechts).Beeld AFP

Lewis werd vervolgens een belangrijke voorvechter van ongehinderd stemrecht (zwarten moesten tot 1965 onder meer eerst een taaltest doen om te kunnen stemmen), om in 1986 zelf in het Congres te worden gekozen, en als Democratische afgevaardigde uit Atlanta naar Washington te gaan. Die zetel heeft hij tot zijn dood gehouden.

Beschimpt

Jarenlang werd hij bespuugd, werden sigaretten op hem uitgedrukt, werd hij geslagen, tientallen keren gearresteerd en beschimpt – op het laatst door Donald Trump. ‘Alleen maar woorden, woorden, woorden, geen daden, treurig’, zei de president, nadat Lewis rond de inauguratie in 2017 had gezegd dat Trump een onwettige president was. Projectie zou een van de kenmerken van Trumps presidentschap worden.

Lewis werd in 1940 geboren als derde van tien kinderen in een gezin van zogeheten deelpachters in Alabama, in het nog gesegregeerde zuiden van Amerika. De familie huurde een stukje land van een witte eigenaar en verbouwde katoen, pinda’s en mais; een deel hiervan moest als huur worden afgedragen. Er was geen stromend water of elektriciteit, en in het wc-schuurtje gebruikten ze de catalogus van het Sears-warenhuis om hun billen af te vegen. Toen Lewis vier was, kon zijn vader het lapje grond kopen dat hij bewerkte, met de driehonderd dollar die hij had uitgespaard.

John Lewis in 1963.Beeld AP

John verzorgde de kippen. Hij doopte ze als ze werden geboren, gaf ze namen, preekte elke avond voor ze, en hield uitgebreide uitvaartdiensten als ze stierven. De kippen die op de eettafel belandden, kreeg hij met moeite door zijn keel. Hij zou altijd geobsedeerd blijven door kippen – zijn werkkamer in Washington stond vol met kippen-parafernalia.

Reisgidsen voor zwarten

Eigenlijk wilde hij dominee worden, maar na een trip dwars door het land naar het noorden – een trip waarvoor zwarte Amerikanen speciale reisgidsen gebruikten om te weten waar ze veilig konden stoppen om te tanken, te eten en te plassen zonder belaagd te worden door witte Amerikanen – kwam hij erachter dat er, ver weg, ook een wereld bestond waarin zwarte mensen naast witte mensen woonden. ‘Na die reis voelde thuis nooit meer hetzelfde’, schrijft hij in zijn autobiografie, die in 2013 als driedelige strip is uitgegeven en een bestseller  werd. Hij wilde een andere wereld.

Zijn ouders keken het hoofdschuddend aan. ‘Het is zoals het is, jongen. Don’t get into trouble.’ Maar Lewis leerde van onder anderen Rosa Parks – die uit protest op een plek in de bus was gaan zitten die niet was bestemd voor zwarten – dat er zoiets bestond als ‘good trouble’. In 2015 omschreef hij zijn activisme zo: ‘Find a way to get in the way.’

Dwarsliggen als devies: Lewis wist wat hij deed, en wat de mogelijke consequenties konden zijn. Toen hij op 7 maart 1965 voorop liep in de vreedzame protestmars over de brug van Selma richting hoofdstad Montgomery om stemrecht te eisen voor Afro-Amerikanen, had hij een rugzak om met daarin twee boeken, een sinaasappel, een tandenborstel en tandpasta. De bagage van iemand die wist dat hij aan het eind van de dag in een cel kon zitten.

Aan het einde van die dag gaf hij, schedelbasisfractuur en wel, een toespraak in de kerk in Selma, waar de demonstranten hun wonden likten. Maar het was gezien: tv-zender ABC had zelfs een film onderbroken voor beelden van het geweld in Selma. Zeventien miljoen Amerikanen, onder wie president Lyndon B. Johnson, zagen hoe de agenten ‘those goddam niggers’ te lijf gingen met traangas en wapenstokken met prikkeldraad. Kranten publiceerden foto’s waarop onder anderen Lewis wordt neergeknuppeld. De kijkers konden het niet geloven: gebeurde dit in Amerika?

John Lewis, op de voorgrond, wordt door een agent geslagen met een wapenstok. Het had een schedelbasisfractuur tot gevolg.Beeld AP

Bloody Sunday

Die dag zou bekend worden als Bloody Sunday, en zou samen met andere protesten en marsen uitmonden in de grote burgerrechtenwetten van de jaren zestig. Die wetten worden door historici gezien als een aanvulling op de Amerikaanse Grondwet. Veel activisten (King natuurlijk, maar ook iemand als Viola Liuzzo, een witte huisvrouw uit Detroit die naar Alabama was gereden om demonstranten na de derde, geslaagde mars terug te brengen naar Selma) zouden de strijd met hun leven bekopen.

Lewis, een van de laatste overlevenden uit die tijd, kreeg in 2011 van Barack Obama voor zijn daden de Presidential Medal of Freedom, de hoogste civiele onderscheiding van het land. De mars naar Montgomery werd verfilmd in het voor een Oscar-genomineerde Selma (2014), waarin regisseur Ava DuVernay laat zien dat naast Martin Luther King ook andere helden stonden. Zoals John Lewis.

Als lid van het Congres zou Lewis de belangen van gewone Amerikanen, zwart en wit, voor ogen blijven houden. Hij was tegen de oorlogen in het Midden-Oosten, hij was tegen het vrijhandelsakkoord Nafta – later twee standpunten die ook Donald Trump zou uitdragen. 

Lewis, tussen Michelle en Barack Obama, in 2015 tijdens de herdenking van de vrijheidsmars van Selma naar Montgomery.Beeld AFP

Afdaling in het duister

En Lewis bleef zijn principes trouw. Hij bleef weg bij de inauguratie van Trump in 2017 en was een van de eerste vooraanstaande Democraten die vorig jaar pleitten voor afzetting van de president. ‘We kunnen niet langer wachten’, zei hij in september in een speech in het Huis van Afgevaardigden. ‘Ons land daalt af in het duister.’

Het impeachmentproces liep uit op vrijspraak. De laatste maanden van zijn leven zag Lewis dat het verzet, net als in de jaren zestig, vooral weer komt van de straat – na de dood van George Floyd opnieuw aangewakkerd door het nog steeds bestaande onrecht tegen zwart Amerika. De agenten in Portland, die afgelopen week in camouflagepakken met ‘minder-dan-dodelijke’ projectielen op demonstranten schoten, roepen herinneringen op aan de ‘troopers’ uit 1965.

‘Je kunt de roep van de geschiedenis niet stoppen’, zei Lewis vorige maand in een van zijn laatste interviews, met CBS. ‘Je kunt troepen gebruiken. Je kunt brandslangen en water gebruiken. Maar de geschiedenis kan niet worden gestopt. We kunnen niet terug. We zijn te ver gekomen en hebben te veel vooruitgang geboekt om nu te stoppen en om te keren.’

Lewis in 2017 in Washington.Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden