Reportage Marokkaanse nationaliteit

De lange arm van Marokko slaat én streelt

In een manifest dat dinsdag naar alle fracties van de Tweede Kamer is verstuurd, roept een groep Marokkaanse Nederlanders de Nederlandse overheid op hen te steunen in hun strijd tegen de verplichte Marokkaanse nationaliteit. Vier van hen leggen uit waarom. 

Koning Mohammed VI van Marokko verlaat zijn hotel in Amsterdam, na een bezoek aan Nederland in maart 2016. Beeld ANP

ABDEL – Dode letters

Abdel (een schuilnaam) valt meteen met de deur in huis. ‘Ik doe het toch niet, ik wil niet met mijn naam in de krant.’ We hebben om 4 uur afgesproken op een maandag begin september om te praten over ‘de lange arm van Rabat’. En over een manifest van een groep Marokkaanse Nederlanders die van de verplichte Marokkaanse nationaliteit af wil. Juist vanwege die ‘lange arm’, die hen belemmert volwaardig Nederlands staatsburger te zijn.

Abdel (37) staat achter het manifest. Hij zou het van de daken willen schreeuwen. Even heeft hij zijn ongenoegen op sociale media gedeeld. ‘De zoete herinneringen aan de Rif staan gegrift in mijn hart, maar de navelstreng met het land dat Marokko heet, ga ik voorgoed doorknippen. Mijn paspoort is nu enkel een boekje met een groene kaft en dode letters.’ Hij heeft de tekst er snel weer afgehaald.

Hij wil toch anoniem blijven. ‘De angst is in de Marokkaanse gemeenschap ingebakken.’

Bloednerveus is hij. De hele dag heeft hij met een dubbel gevoel rondgelopen. Wel met naam, niet met naam. Uiteindelijk kiest hij ervoor ‘in de schaduw te blijven opereren’. ‘Dat voelt als een nederlaag.’

Hij kijkt achterom, ziet twee vrouwen met hoofddoek en begint te fluisteren. ‘Het is altijd sjjjt. Niet te hard praten. Op je woorden letten. De angst zit zo diep, zit in het zijn, in het handelen, denken, communiceren. Lastig uit te leggen aan mensen die dat niet kennen.’

***

Abdel is bepaald niet de enige die anoniem wenst te blijven. De meeste Marokkaanse Nederlanders die de Volkskrant benadert om te praten over ongewenste beïnvloeding reageren niet. Afspraken worden op het laatste nippertje afgezegd: ‘Ik kom niet, ik wil nog naar mijn familie in Marokko.’

Degenen die ‘de lange arm’ zouden ervaren als een warme uitgestoken hand, reageren evenmin. Of met een kort: ‘De wereld, inclusief Nederland, is niet gebaat bij nog meer polemiek en verharding.’ Ook het Amsterdamse debatcentrum De Balie had de grootste moeite sprekers te vinden voor een bijeenkomst vanavond over die ‘lange arm’.

SAID – De angst is terug

Said Bouddouft (54), voormalig voorzitter van het Samenwerkingsverband ­Marokkaanse Nederlanders (SMN), schuwt het openbare debat niet. Hij roerde zich al in de jaren tachtig. ‘Toen was het een nog grotere zonde om je tegen het Marokkaanse regime te keren’, zegt hij. Dat jongere generaties Marokkaanse Nederlanders nu verkiezen te zwijgen, illustreert volgens hem dat ‘de jaren van lood’ terugkeren. Die term verwijst naar de jaren van brute repressie onder de ­vorige koning Hassan II. Politieke ­tegenstanders werden massaal vervolgd. Berucht waren de martel­kamers in gevangenissen, waar dissidenten werden opgesloten in cellen zonder licht en sanitair. Het geweld was een reactie op opstanden in onder meer de Rif, Casablanca en de Westelijke Sahara.

Marokkanen in de diaspora die ­demonstreerden tegen die martelingen werden tegengewerkt door de ‘burgerspionnen’ van Amicales. ‘De gevreesde lange arm van Hassan II’, zegt Bouddouft, die in 1982 naar Nederland kwam. Op papier was Amicales een vereniging voor het culturele en sociale welzijn van Marokkanen in het buitenland. Leden werden geworven met snoepreisjes naar Marokko en kregen daar stukjes land. Amicales hield de tegenstanders van het Marokkaanse regime in de gaten en schuwde geweld niet.

Critici werden in moskeeën, theehuizen, verenigingen en consulaten lastiggevallen met de vraag of ze lid waren van Amicales. Waren ze dat niet, dan volgden intimiderende vragen: waarom niet? Was je tegen Marokko, of nog erger: tegen de koning? Ook Marokkaanse Nederlanders zijn in die periode in Marokko gemarteld.

Met de troonsbestijging van ­koning Mohammed VI in 1999 gloorde hoop op betere tijden in en buiten Marokko. De nieuwe koning stelde een verzoeningscommissie in, beloofde hervormingen en investeringen in de achtergestelde Rif. Amicales verdween naar de achtergrond, de angst ebde weg.

Bouddouft: ‘Sinds Hirak is de angst weer terug.’ Hirak staat voor de massale volksopstand in het noordelijke Rifgebergte die begon met de dood in oktober 2016 van visverkoper Mohsin Fikri. Hij weigerde smeergeld te betalen aan corrupte autoriteiten. Toen agenten zijn vis in een vuilniswagen gooiden, sprong hij erachteraan en werd geplet. Riffijnen, onder leiding van ‘Nasser Zefzafi, ook wel ‘de Nelson Mandela van Marokko’ genoemd, gingen de straat op om te demonstreren tegen corruptie en chronische achterstelling. De opstand werd met harde hand de kop ingedrukt. Zefzafi en andere activisten zijn tot lange celstraffen (tot 20 jaar) veroordeeld.

HAFIDA – Intimideren en treiteren

‘Hirak heeft mij de ogen geopend’, zegt Hafida (een schuilnaam), die voor een multinational werkt. Hafida (30) wil anoniem blijven vanwege ‘de veiligheid van mijn familie in Marokko’. Rabat wil haar en andere activisten in de diaspora indirect de mond snoeren door hun familie­leden in de Rif ‘te intimideren, te treiteren’, zegt ze. ‘Vergunningen worden geweigerd, ze worden aangehouden voor hard rijden, terwijl ze zich aan de snelheidslimiet houden. Voor van alles en nog wat moeten ze smeergeld betalen.’

Tot haar 9de woonde ze in de Rif. Ze ging er altijd met plezier met vakantie. Had geen benul van wat zich daar afspeelde. ‘Na de dood van Fikri ben ik op onderzoek uitgegaan. Ik heb veel gelezen, vooral in Franse media. Verhalen worden gedeeld op Facebook. Dan ga je nadenken en kom je tot de ontdekking dat Marokko helemaal geen fijn vakantieland is. Riffijnen worden stelselmatig achtergesteld.’

Hafida is bezig een netwerk in Nederland op te bouwen van Marokko-critici. Ze wil zo veel mogelijk informatie verzamelen en verspreiden. Van strategisch belang vindt ze het blootleggen van Marokko’s ‘lange arm’ en ‘het ontmaskeren van lobbyisten die de beeldvorming over Marokko positief beïnvloeden’. Marokko speelt het slim, zegt ze, veel slimmer dan in de tijd van Amicales. ‘Rabat speelt de kaart van verleiding en subtiele beïnvloeding. Sinds Hirak werkt die strategie wel minder. Maar de touwtjes tussen Rabat en Marokkanen in de diaspora moeten nog veel losser worden.’

Hoe voltrekt die subtiele beïnvloeding zich volgens de critici in de praktijk? Kort samengevat als volgt: met hulp van de Marokkaanse ambassade en consulaten worden veelbelovende Marokkanen geïdentificeerd en benaderd. Ze worden in de watten gelegd. Ondernemers worden gestimuleerd te investeren in Marokko of zich daar te vestigen. Onderdanen in de diaspora wordt gevraagd geld te blijven sturen naar de familie, of geld te steken in grond of tweede huizen.

Rabat probeert ook invloed te krijgen via de religie, via imams die naar Nederland worden gestuurd als middel tegen radicalisering. Of via voetbaltalenten op wie druk wordt uitgeoefend, vaak via de ouders, om voor Marokko te spelen.

Voor critici blijven de deuren gesloten. Die worden op sociale media zwartgemaakt, weggezet als verraders. Vooral openlijke Rif-activisten, zoals beheerder Jamal Ayaou (33) van de website Arifnews. Hij is ‘afvallig’ verklaard, wordt weggezet als zionist die werkt voor de Mossad, de Israëlische geheime dienst

LAILA – De kloof wordt groter

Die strategie moet nu eindelijk eens in het openbaar aan de kaak worden gesteld, vindt publiciste Laila Ezzeroili (42), een van de initiatiefnemers van het Manifest tegen de verplichte Marokkaanse nationaliteit. ‘Makkelijk is het niet. Als veelvuldig bekritiseerde minderheid zijn we gewend geraakt om interne misstanden niet aan de grote klok te hangen. Want die zijn potentieel koren op de molen van racisten en islamofoben. Voor het zelfreinigend vermogen van elke groep is die wij-versus-zij-dynamiek funest. Wat mij betreft zijn we allemaal Nederlandse burgers en is het idee van een Marokkaanse of islamitische gemeenschap achterhaald. Het houdt de emancipatie tegen.’

Vast aan de staat

Hoe verschillend ook, Marokkaanse Nederlanders hebben één ding gemeen, zegt Ezzeroili. Ze zitten allemaal vast aan de Marokkaanse nationaliteit en daarmee aan de Marokkaanse staat en zijn wetten en praktijken. Sommigen hebben daar last van, anderen niet. Marokkaanse Nederlanders die in welke vorm dan ook ­samenwerken met Rabat, moeten er van doordrongen raken dat zij de vrijheid, veiligheid en het Nederlands burgerschap van ander Marokkaanse Nederlanders kunnen ondermijnen. ‘Het gaat ook over ethiek en een gebrek aan solidariteit met wat ik maar even de echte Marokkanen noem. Die overigens in groten getale de trouw aan de koning en de Marokkaanse ­nationaliteit opzeggen. Daarom is de Marokkogezinde houding van veel Marokkaanse Nederlanders ook zo potsierlijk in mijn ogen. Wie of wat draag je een warm hart toe? Het volk en het land of het regime en zijn handlangers?’

Iedere Marokkaanse Nederlander die werkt in de media, de culturele sector, de religieuze instellingen, de sport, de politie, het bedrijfsleven, de politiek, heeft de keuze wel of niet toe te geven aan de verleidingspogingen van Rabat, stelt Ezzeroili. ‘Maar ze moeten wel begrijpen hoe coöptatie werkt en meer doordrongen raken van de gevolgen van die keuze. De gevolgen voor zichzelf, maar vooral ook voor anderen.

‘Voetballers hebben een grote aanhang, die trekken jongeren mee. ­Ziyech is een held. Hij kiest voor Marokko. Sterker: hij kiest tegen Nederland. Die keuze zendt twee belangrijke boodschappen uit naar Marokkaans-Nederlandse jongeren voor wie Ziyech een voorbeeld is: Eén: Marokko houdt in tegenstelling tot Nederland onvoorwaardelijk van ons. Twee: we zijn en blijven Marokkanen. Het Nederlanderschap en het burgerschapsgevoel van jongeren, die het overigens vaak al moeilijk hebben, kalft alleen maar verder af door deze ondermijnende boodschappen. De vertegenwoordigers van de lange arm van Rabat, van voetbalbond tot andere belanghebbenden, lachen in hun vuistje.’

De voetballers en de Marokkaanse imams, ze doemen op in alle gesprekken over de ‘verleidingsarm van ­Rabat’. Nederland omarmt de imams als antwoord op de islamitische radicalisering. Ze zouden een gematigde vorm van de islam propageren. Maar ze spreken de taal niet, kennen de Nederlandse context niet. Onbegrijpelijk, klinkt steeds weer, dat Nederland, dat de scheiding kerk-staat hanteert, wel religieuze staatsinmenging van Marokko accepteert.

Ezzeroili: ‘De Marokkaanse staat heeft niets te zoeken in Nederlandse moskeeën, net zo min als Saoedi-Arabië, Iran of Turkije. Via het Nederlands Instituut Marokko gaan lokale overheden op studiereis naar Marokko om daar kennis te nemen van het Marokkaanse religieuze model. Marokko gebruikt dit door Nederland gefinancierde instituut mede als vehikel om de Marokkaanse islam te exporteren naar Nederland en zo invloed te houden op de religieuze Marokkaanse Nederlanders. Waarom geldt de scheiding kerk-staat niet voor Marokkaanse Nederlanders? Waarom trapt Nederland in het zijige marketingpraatje van Marokko over het zogenaamde religieuze coëxistentiemodel?’

Verdomhoekje

En dan al die gezellige bijeenkomsten, politie-iftars, culturele evenementen, waar altijd weer Marokkaanse autoriteiten opduiken: ze zijn de critici een doorn in het oog. Neem de bijeenkomst vorig jaar december in Rotterdam over Marokkanen in de Nederlandse media. Het verslag dat MRE24, een zender voor Marokkanen in het buitenland, daarvan maakte circuleert op YouTube. In de MRE24-reportage zegt een jonge vrouw dat Marokkaanse jongeren in Nederland ‘in het verdomhoekje zitten’. De bijeenkomst vindt ze ‘erg zinvol, omdat die jongeren zich nu gezien en gehoord voelen door de ambassadeur en consuls die ons een warm hart toereiken’.

Ezzeroili: ‘De Marokkaanse tactiek vergroot de kloof tussen Marokkaanse Nederlanders en de samenleving, voedt gevoelens van stigmatisering en uitsluiting en belemmert volwaardig burgerschap.’

***

Hoog tijd dat hier een eerlijk debat over wordt gevoerd, zegt Bouddouft. ‘Want niet alleen schrijvers, kunstenaars, ondernemers en voetballers worden gemasseerd door Marokko. Maar ook Marokkaanse Nederlanders die publieke functies hebben: bestuurders, politici, ambtenaren, de politie. Je wilt toch niet dat die stiekem voor Marokko gaan en niet voor Nederland.’

Marokkaanse Nederlanders vragen steun in strijd tegen verplichte nationaliteit

Een groep Marokkaanse Nederlanders roept de Nederlandse overheid en de samenleving op hen te steunen in hun strijd tegen de verplichte Marokkaanse nationaliteit. Voor die tweede nationaliteit hebben ze niet vrijwillig gekozen. Die wordt hun opgedrongen, kunnen ze niet afleggen en is ook nog ‘onlosmakelijk verbonden met angst en onvrijheid’. Dat staat in een manifest dat vandaag naar alle fracties van de Tweede Kamer is verstuurd.

Fotograaf Cigdem Yuksel spreekt in de serie Jong in Israël leeftijdsgenoten over hun land. Wat klopt er van haar beeld, en wat niet? ‘Mensen nemen beslissingen over jou en jij bent slechts een soldaatje in dit spel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden