DE Lange Adem van Al Qa'ida

Hoe ver zijn de Amerikanen gevorderd in hun strijd tegen Al Qa'ida? Heeft de terroristische organisatie zich kunnen verdedigen? TUSSENSTAND van een oorlog die grotendeels in het geheim wordt gevoerd....

De arrestatie van Abu Zubaydah is er één uit het boekje. Het is de war on terrorism in een ideale uitvoering.

'Hij heeft de leiding over de trainingskampen; hij ontvangt jonge mannen uit alle landen; hij neemt je aan of wijst je af; hij regelt je reizen, je aankomst en vertrek.' Citaat uit de getuigenis van de Al ge rijn Ahmed Ressam, in 1999 opgepakt toen hij een aanslag voorbereidde op het vliegveld van Los Angeles, onderdeel van het Mil len -

nium Plan van de terroristische organisatie Al Qa'ida. Abu Zubaydah is een sleutelfiguur.

Afgeluisterde telefoongesprekken en onderschepte e-mails brengen de cia en de fbi in maart 2002 tot de conclusie dat de 31-jarige 'chef aanslagen en rekrutering' in een buitenwijk van de Pakistaanse stad Faisalabad verblijft. Niet eerder zaten ze een sleutelfiguur uit het Al Qa'ida-netwerk zo dicht op de huid. De Amerikanen schakelen, na overleg met de Pakistaanse president, de politie van Faisalabad in. Zelf tot actie overgaan op Pakistaans grondgebied is uit den boze.

Het is donderdag 28 maart, midden in de nacht. Honderd agenten omsingelen de villa Shabaz. Hoge stenen muren, afgewerkt met prikkeldraad, beschermen Abu Zubaydah tegen indringers. Aan de huisbaas heeft hij zich als katoenhandelaar voorgesteld.

Politiechef Tsadiqui Hussain geeft om drie uur in de ochtend het sein, zo vertelt hij achteraf aan het Amerikaanse weekblad Time. Enkele Pakistaanse agenten knippen het prikkeldraad door en kruipen over de muur de tuin in. Drie bewakers worden in hun slaap in de garage overmeesterd. Geheel volgens de voorschriften roepen de agenten in de richting van de villa: 'Politie! Geef je over!' Er komt geen reactie en de politiemannen beuken de deur in.

Zubaydah en drie Arabieren grissen geld en paspoorten bijeen en vluchten naar het dak - ze laten zich niet zomaar inrekenen. De agenten gaan in de achtervolging. Met een waaghalssprong belanden de verdachten op een naburig huis, zo'n zes meter lager. Maar wat een uitweg leek, is een valstrik: vier agenten wachten de terroristen op. Even breekt paniek uit, als een Arabier een agent zijn geweer afhandig maakt. Maar de schietpartij loopt goed af. Abu Zubaydah raakt slechts gewond.

Als alle verdachten zijn vastgebonden, verschijnen de agenten van de Amerikaanse inlichtingendienst op het toneel. Ze slaan een fotoboek met Al Qa'ida-leden open en gaan de arrestanten één voor één langs. Vanzelf belanden ze bij de brildragende Palestijn - Abu Zubay dah, bingo! De fbi-agenten zijn zo blij dat ze applaudisseren, aldus politiechef Hussain. De uitlevering aan de Verenigde Staten is daarna niet meer dan een formaliteit.

De Amerikaanse president George w. Bush moet een actie als de arrestatie van Zubaydah voor ogen hebben gehad, toen hij op 15 september 2001 deze zin voor de geschiedenisboeken sprak: 'We will find those who did it, we will smoke them out of their holes, we will get them running and we will bring them to justice.' We zullen ze vinden, uitroken, opjagen en berechten: de bedenkers en organisatoren van nine one one, van de aanslagen op het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington op dinsdagochtend 11 september 2001. Een paar dagen later verwees hij, om zijn belofte kracht bij te zetten, nog naar 'een oud aanplakbiljet uit the West' - gezocht: dood of levend. De jacht op Osama bin Laden en zijn terroristische netwerkorganisatie Al Qa'ida was geopend - want zij, zo gonsde het al snel rond, zaten achter de aanslagen.

In een toespraak tot het Amerikaanse Congres op 20 september 2001 schetste Bush een wat uitgebreider beeld van de vijand. De terroristen zaten de vs al langer dwars, zei hij, verwijzend naar de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania in 1998 en de aanslag op het marineschip uss Cole in Jemen in 2000. Maar niet eerder trof Al Qa'ida de Verenigde Staten in eigen land met een aanslag. Er moest daarom korte metten worden gemaakt met het door de islam geïnspireerde terrorisme dat de vs en het Westen in hun bestaan bedreigde. Het zou, zei Bush nog, een lange, moeilijke strijd worden.

Het is augustus 2002, bijna een jaar is voorbij en Donald Rumsfeld, de Amerikaanse minister van Defensie, dringt er in besloten kring op aan feller en met nog geheimere operaties de strijd tegen de terroristen te voeren, zo schrijft The New York Times. Rumsfeld is niet tevreden. Sterker nog, hij is gefrustreerd over het verloop van de strijd. De arrestatie van Abu Zubaydah is tot dan toe namelijk de énige arrestatie uit het boekje.

Van Osama bin Laden ontbreekt een jaar na dato nog ieder spoor. Ook de meesten van zijn naaste medewerkers zijn ondergedoken in wie-weet-waar. Een van hen, Mohammed Atef, zou zijn gedood bij bombardementen in Afghanistan. Maar zijn lichaam is nooit gevonden. Abu Zubaydah zou Atef in het voorjaar zijn opgevolgd als derde man in de hiërarchie. Zijn arrestatie is dan ook een klap voor het netwerk. Maar wellicht is de vacature-Zubaydah even makkelijk weer ingevuld als eerder de vacature-Atef.

Het roept als vanzelf vragen op. Hoe ver zijn de Verenigde Staten gevorderd in hun strijd tegen Al Qa'ida? Wat is er nog over van het terroristische netwerk dat zich over alle continenten heeft vertakt? Heeft Al Qa'ida zich kunnen verdedigen tegen het Amerikaanse offensief?

De vragen kunnen niet een-twee-drie worden beantwoord. De war on terrorism is een oorlog en, zoals de Britse premier Winston Churchill zei, 'in oorlogstijd is de waarheid zo kostbaar dat ze altijd moet worden beschermd door een cordon van leugens'. De geheime organisatie Al Qa'ida wordt bestreden met grotendeels geheime Amerikaanse operaties: het exacte verloop van de strijd is per definitie geheim.

Al Qa'ida is machtig, d t behoeft nauwelijks betoog. De organisatie heeft bewezen overal te kunnen toeslaan. Er zijn talloze variaties: een gifsproeivliegtuigje boven een wereldstad, een container met een 'vuile bom' in een haven, een vliegtuig op een kerncentrale, een vrachtwagen met een bom bij de goederenafgifte van het Witte Huis. Het is geen wonder dat de Amerikaanse regering na 11 september te rade is gegaan bij filmregisseurs in Holly wood om op alles voorbereid te zijn.Toch is de gevaarlijkste eigenschap van het terreurnetwerk van geheel andere aard. Matthew Devost, directeur van het Terrorism Re search Center in Alexandria, Virginia: 'Al Qa'ida heeft geduld. Veel geduld.'

Aan de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar es Salaam ging vijf jaar voorbereidingstijd vooraf. Een blauwdruk voor de aanslagen van 11 september bestond al in 1995. Op een computer in Manilla werd toen het zogeheten 'Plan Bojinka' ontdekt. Twee ideeën uit het plan: twaalf vliegtuigen, onderweg van Aziatische vliegvelden naar Amerikaanse bestemmingen, min of meer tegelijk tot ontploffing brengen en een vliegtuig laten neerstorten op het hoofdkwartier van de cia in Langley, Virginia.

Het geduld komt voort uit slimheid en uit overtuiging. Ook Al Qa'ida weet dat de strijd die zij voert lang zal duren en de strijders van Al Qa'ida weten dat hen de eeuwigheid van het paradijs wacht. Met dat vooruitzicht kan een jaar van het aardse leven nog wel wachtend worden doorgebracht. De westerse wereld heeft jaren lang de kracht van die overtuiging, en het wereldbeeld waarin zij past, over het hoofd gezien - het Westen keek de verkeerde kant op.

Een cruciaal jaar voor de popularisering van het strenge islamisme is 1979, midden in de Koude Oorlog. Het is niet alleen het jaar van de Russische inval in Afghanistan, maar ook van de islamitische revolutie in Iran en van de spectaculaire gijzeling van zesduizend pelgrims in Mekka. De gijzelnemers eisen de terugkeer van de 'pure islam'. Vanaf toen raakte de moslimwereld echt in de greep van het fundamentalistische gedachtegoed. Osama bin Laden is er met Al Qa'ida in geslaagd, zoals Yossef Bodansky betoogt in het boek Bin Laden - The man who declared war on America, de losgemaakte woede samen te ballen in een wereldwijd netwerk van talloze terroristische groepen en guerrillalegers die voor de fundamentalistische staat strijden.

De Koude Oorlog absorbeerde in de jaren tachtig het islamistische oproer nog. De kapitalisten en de communisten financierden de mos lim strijders wanneer het ze zo uitkwam. Maar na de val van de Muur kwamen de islamisten op eigen benen te staan. De Pax Ame ricana suste het Westen in slaap en bood tegelijkertijd de moslim-extremisten een volgende steen des aanstoots. De boektitels The Clash of Civilizations en Jihad vs. McWorld zijn de inmiddels clichématige abstracties geworden van de nieuwe situatie: een botsing tussen beschavingen en een botsing tussen haves en have-nots.

Het is augustus 2002 en Al Qa'ida heeft twee bases ingericht in het wettenloze stammengebied in Noord-Pakistan, schrijft de Ameri kaanse krant The Christian Science Monitor. 'Al Qa'ida heeft zich gehergroepeerd samen met strijders van de Taliban, militanten uit Kasjmir en andere radicale islamitische groepen', zegt Rahma tullah Rawand, chef van de inlichtingendienst in de Afghaanse provincie Kunar. Afghaanse spionnen hebben het met eigen ogen gezien.

Ayman Al Zawahiri, de tweede man van Al Qa'ida, zou in het dorp Shah Salim operaties voorbereiden. Vanuit het dorp Murkushi, gelegen tegen de Chinese grens, zou Al Qa'ida contact hebben gelegd met de Oejgoeren, een Chinees moslimvolk. Het netwerk zou via hen proberen Chinese raketten te bemachtigen waarmee b52-bommenwerpers van de Amerikaanse luchtmacht kunnen worden neergehaald.

Sinds de omverwerping van het Taliban-regime in december 2001 is Al Qa'ida weer ondergronds gegaan. In Afghanistan nam de organisatie deel aan het openbare leven in Kabul en Kandahar. Die tijd is voorbij. Toch lijkt het erop dat veel strijders van Al Qa'ida Afgha nistan hebben kunnen verlaten. Hoeveel het er zijn is niet duidelijk, maar de schattingen spreken eerder van duizenden dan van honderden. De grensgebieden met Pakistan en met Iran zijn uitgestrekt en moeilijk toegankelijk. Douaneposten op b-wegen, zoals de fotografe Kate Brooks voor het Amerikaanse weekblad Newsweek heeft vastgelegd, bestaan vaak uit een man, een bed, een vlag en een machinegeweer. Geen onoverkomelijk hindernis.

Het is de tweede diaspora van Afghanistan-veteranen. De eerste in 1989, toen de oorlog tegen de Sovjet-Unie was afgelopen en de mujahedin naar huis terugvlogen, luidde het begin van het terreurnetwerk in. Met de nieuwe diaspora is de vierde episode in de geschiedenis van Al Qa'ida aangebroken, na de oorlog tegen de Russen, na het verblijf in Sudan en na de terugkeer in Afghanistan (zie kaders).

In het Westen heeft Al Qa'ida na 11 september 2001 niet meer toegeslagen - al scheelde het een haartje op 22 december, toen Richard Reid aan boord van een transatlantische vlucht zijn schoenbom niet tot ontploffing kon brengen. Maar in Pakistan en Tunesië waren westerlingen wél het doelwit. Veertien Duitsers kwamen om op het Tunesische toeristeneiland Djerba, elf Fransen werden gedood in de Pakistaanse havenstad Karachi. Het kunnen acties zijn geweest van strijders die Afghanistan zijn ontvlucht.

De geschiedenis van Al Qa'ida leert dat de organisatie zich snel kan aanpassen aan nieuwe omstandigheden - het doel heiligt zogezegd de middelen. Die kameleontische eigenschappen van de 'terroristische internationale' maken het lastig te bepalen waar Al Qa'ida zich bevindt en zelfs wie tot Al Qa'ida behoren.

Zo streng als Al Qa'ida in haar denkbeelden is, zo pragmatisch is ze in het sluiten van bondgenootschappen met moslimterreurgroepen of regeringen die het terrorisme ondersteunen - van een terreurcel in Maleisië tot de regering van Iran en van de trainingskampen in de Bekaa-vallei tot een terreurcel in Hamburg.

Zo onverbiddelijk als de overtredingen van de islamitische kleding- en spijsvoorschriften moeten worden bestraft, zo vanzelfsprekend schoren Mohammed Atta en zijn kapersteam in de aanloop naar 11 september hun baarden af en bestelden ze een whisky in de hotelbar. Zo fel als de tirades zijn tegen de moderne westerse cultuur, zo behendig maakt Al Qa'ida gebruik van de moderne communicatiemiddelen satelliettelefoon en internet.

De slimheid van Al Qa'ida heeft zich al gemanifesteerd in het e-mailcontact dat leden met elkaar onderhouden. Veel e-mailadressen van de organisatie zijn de afgelopen maanden tijdens verhoren opgebiecht aan Amerikaanse en Europese agenten. Die correspondentie is nu makkelijk te onderscheppen. Het antwoord dat Al Qa'ida daarop heeft gevonden is níet simpelweg nieuwe adressen in gebruik nemen. Een e-mailpostbus op internet wordt nu gebruikt als berichtenkluisje, vertelt Matthew Devost van het Terrorism Research Center.

Dat gaat zo. Terrorist 1 schrijft in de postbus van terror@hotmail.com een bericht. In plaats van het te verzenden, bewaart hij de boodschap in de afdeling 'nog te versturen'. Terrorist 2, die het wachtwoord kent, opent terror@hotmail.com op een willekeurige plek in de wereld, leest de boodschap en in plaats hem alsnog te versturen, wist hij hem. Er komt geen mailverkeer aan te pas en dus is het moeilijker geworden de berichten te onderscheppen.

Hoe ver zijn de Verenigde Staten gevorderd in hun strijd tegen

Al Qa'ida? Wat is er nog over van het terroristische netwerk? Heeft Al Qa'ida zich kunnen verdedigen tegen het Amerikaanse offensief? Het antwoord op die vragen kan niets meer zijn dan een educated guess. Net zo min als Osama bin Laden een videoband de wereld heeft rond gestuurd om te zeggen dat hij in leven is, zal Al Qa'ida zijn rouwadvertentie in de kranten hebben geplaatst. Het is trouwens maar de vraag of zijn welzijn ook iets zegt over het welzijn van de organisatie.

De huiszoeking op 28 maart 2002 in de Pakistaanse villa Shabaz leverde een paar computers, notitieboekjes en telefoonnummers op. Het is de administratie van Abu Zubaydah. De informatie beslaat zo'n tienduizend pagina's - er zouden plannen in staan voor nieuwe aanslagen. Zubaydah schijnt, na eerst zijn mond te hebben gehouden, zijn paperassen te willen toelichten.

Op basis van een tip van Zubaydah hebben de vs in juni José Padilla, alias Abdullah Al Muhajir, in Chicago gearresteerd, aldus Newsweek. Hij zou een dirty bomb aan het fabrieken zijn, een bom met nucleair materiaal. Eveneens op basis van een tip van Zu bay dah verhoogden de Amerikaanse autoriteiten in augustus de beveiliging rond de Brooklyn Bridge in New York. Hij zou, aldus The New York Times, gewaarschuwd hebben voor een aanslag 'op de brug uit de film Godzilla'.

In het eerste jaar na de aanslagen in New York en Washington is een begin gemaakt met het grote speurwerk. Van de resultaten is maar een fractie bekendgemaakt of uitgelekt. Wat er op de tienduizend bladzijden van Zubaydah staat zal pas echt duidelijk worden in de rechtszaal, waar de Ameri kaanse aanklagers het als bewijs moeten inbrengen tegen de Al Qa'ida-verdachten.

Op 6 januari 2003 verschijnt Zacarias Mous saoui voor de rechtbank in Alexandria, Virginia. De rechtszaak moet hét '11 september-proces' worden, inclusief een foto- en videoshow waarmee de aanklagers de jury nog eens duidelijk willen maken wat er op die dag is gebeurd. Moussaoui, de Twintigste Kaper, had vermoedelijk aan boord van United Airlines-vlucht 93 moeten zitten, het vliegtuig dat met vier kapers aan boord neerstortte in Pennsylvania.

De aanklagers hebben verklaard over een waslijst bewijzen te beschikken: 1189 computerschijven (waarvan 520 met algemene beschrijvingen als 'ontdekt in Afghanistan'), 1262 cassettebandjes, 526 videobanden, 202 harddisks van computers, 170 cd-roms en 755 bladzijden papier. Uit de bewijsvoering tegen Al Qa'ida-verdachten in de jaren negentig kwam steeds de meest actuele kennis over het netwerk naar voren. Dat zal straks niet anders zijn.

Maar, het bewijs dat in 1994, '95 en '96 is aangevoerd tegen de plegers van de eerste wtc-aanslag, heeft de ambassadeaanslagen in Afrika in 1998 niet kunnen voorkomen. Evenmin heeft het bewijs dat in 2001 werd aangevoerd tegen de plegers van die ambassadeaanslagen, '11 september' kunnen voorkomen. Waarschijnlijk heeft Al Qa'ida dan ook op geen van de videobanden, computerschijven, cassettebanden of cd-roms die de Twintigste Kaper onder zijn neus krijgt, de overgave bekendgemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden