De Landwind is in aantocht

EEN IMPORTEUR IN BRABANT ORGANISEERT PROEFRITJES IN EEN FORSE JEEP UIT CHINA. DAAR ZIJN VOOR EEN PRIKKIE DE MEEST WONDERLIJKE WAGENS TE KOOP....

Zeg, waar rij jij nou in?' 'Lichte verbazing bij de buren in Shanghai, als de gloednieuwe Great Wall Safe komt voorrijden. In onze buurt, waar vooral managers van multinationals resideren, zie je weinig echte Chinese auto's. Wie het breed heeft, koopt gewoon een Toyota Prado, of een fijne familiebus van Buick, met chauffeur en geblindeerde ramen.

Geen Grote Muur Veilig. Want Chinese auto's, dat kan niet veel soeps zijn. China heeft echter ook wat auto's betreft grote ambities: het droomt ervan over tien tot twintig jaar een van de belangrijkste produktielanden ter wereld te zijn. Zover is het nog lang niet, maar aan wagens als de Great Wall Safe kun je zien dat het niet allemaal bluf is. Een stoere jeepachtige, hoog op de wielen, en laag in prijs.

Vers van de fabriek even onder Peking kost het ding nog geen negenduizend euro, en daarvoor krijg je relatief veel auto: 2.4 liter injectiemotor, airco, centrale stuurbekrachting, elektrisch bediende zijramen en achterruit, centrale vergrendeling met alarm en afstandbediening, radiocdcassettespeler, roofrack, gedeelde achterbank, ja zelfs fijne glimmende siervelgen.

Nee, er zitten geen airbags in. Ja, de stoelen en de achtervering zijn wat spartaans. Nee, hij rijdt niet zuinig. En dat knopje van de airco blijft soms hangen als het een beetje scheef wordt ingedrukt, waardoor de hele verwarming ermee ophoudt. Maar de neus maakt veel goed: die is afgekeken van BMW, terwijl de rest van de koets duidelijk door Toyota is geïnspireerd. Net als het motorblok.

De Chinese autoindustrie is sinds enkele jaren aan een opvallende ontwikkeling bezig. Die is het beste te vergelijken met de opkomst van de Japanners in de jaren zeventig en die van de ZuidKoreanen in de jaren tachtig. Toen lachte je aanvankelijk ook om een Toyota, een Honda, een Kia of een Daihatsu. Met de Chinezen kan het net zo lopen.

De meeste modellen ogen nu nog wat ouderwets, hebben malle namen, de kwaliteit is vaak niet om over naar huis te schrijven, maar ze zijn spotgoedkoop en elk jaar worden ze beter. Waar ter wereld vind je aanbiedingen als de Soueast Freeca, een kloeke familiebus voor tienduizend euro, de machtige Zhongxing pickup truck, zesduizend euro, de Dadi Elegantest, kloon van de Honda CRV, voor dertien mille, of de Hafei Lobo (een wagentje dat op de Fiat Panda lijkt) voor vierduizend euro?

En dan hebben we het nog maar niet over de Beauty Leopard van Geely, de eerste sportcoupé van Chinese makelij, inclusief rood leren bekleding en kek kanteldakje: negenduizend euro. Ook heel verrassend: de Chery MM, een eivormig tweezittertje met panoramische voorruit en knaloranje interieur.

In Europa zullen deze prijskrakers voorlopig nog niet verkrijgbaar zijn. De Chinese autofabrikanten zijn er nog te onervaren voor, de keuringseisen meestal te hoog. Sommige modellen worden al wel naar minder veeleisende markten verscheept, zoals het MiddenOosten, Afrika, en ZuidAmerika.

Maar er is beweging. In het Brabantse dorp Erp is Peter Bijvelds druk doende een soortgenoot van de Great Wall Safe, de JMC Landwind, naar Nederland te halen. De moeilijkste keuring is gehaald, die voor emissie door de motor; een Europese crashtest moet nog plaatsvinden. 'Hij mag al gewoon de weg op', verzekert de jonge onDe dernemer en rallycoureur die meer dan tweehonderd Landwinds verkocht zegt te hebben (17 duizend euro per stuk).

Kenners van de Chinese autoindustrie betwijfelen of het hek hiermee van de dam is. Erik van Ingen Schenau, die met zijn China Motor Vehicle Documentation Centre (www.chinesecars.net) de sector al vele jaren volgt, geeft de Chinese merken nu nog weinig kans. 'De beste auto's die in China worden geproduceerd zijn bekende merken als Volkswagen, Buick, Audi, Honda, Ford en Toyota. Die worden alleen nog gemaakt voor de lokale markt.' Honda gaat overigens wel de Fit - een kleine auto die in de buurt van Hongkong wordt gemaakt - naar Europa exporteren, maar tegen de gewone Hondaprijs.

Van Ingen Schenau: 'De eigen merken van de Chinezen, ik noem het de Bmerken, willen wel graag, maar ze voldoen doorgaans niet aan de Europese keuringseisen.' Als voorbeeld noemt hij een model van Hafei dat is ontworpen door de Italiaanse studio Pininfarina. 'Die kwam vorig jaar wel door de Europese crashtest, maar de motor bleek nog niet schoon genoeg', weet hij.

Dat de Chinezen op termijn de Europese markt opkomen, daar twijfelt Van Ingen Schenau niet aan. 'Ik denk dat Chery, Geely en Hafei binnen een paar jaar hun opwachting maken. Hafei is de meest professionele, dankzij Pininfarina; Geely kan een aardig Bmerk zijn voor landen als Griekenland en Polen, en Chery is de brutaalste. Die is samen met Malcolm Bricklin, een Amerikaanse autohandelaar die ooit het Joegoslavische budgetwagentje Yugo naar de VS bracht, bezig met grootse plannen.'

Bricklins firma Visionary Vehicles wil met Chery, Pininfarina, de Oostenrijkse motorontwerper AVL en Japans interieurdesign zes nieuwe modellen ontwikkelen, te bouwen in China. Geplande lancering: 2007. 'Wereldkwaliteit tegen een 30 procent lagere prijs', belooft het bedrijf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden