De lamp die kapot moest

Nooit meer gloeilampen. Niet eerder drong een Europees verbod zo snel door in de huiskamer. Vanaf vandaag verdwijnen, ondanks protesten, de laatste exemplaren uit de winkels. Dat is het werk van een monsterverbond. In deze reconstructie: wat gebeurde er achter de schermen?

Een revolutie ontketenen vanuit zijn woonkamer, dat is wat Matt Prescott voor ogen heeft als hij februari 2006 thuis achter zijn computer kruipt. De 33-jarige bioloog - scheiding, bril, voorkeur voor groot uitgevallen wollen truien - zou eigenlijk aan de afronding van zijn proefschrift moeten werken. Maar er zijn belangrijkere zaken, vindt hij, en hij werpt een blik op zijn blog banthebulb.org. Daar pleit hij voor een verbod op een product waar op dat moment nog bijna niemand kwaad in ziet: de gloeilamp.


Als researcher voor een boek over klimaatverandering (Heat: how to stop the planet burning) ontdekte Prescott hoe verspillend die peertjes zijn. Slechts 5 procent van de energie die je erin stopt wordt omgezet in licht. 5 procent! Terwijl er ook lampen op de markt zijn met een tien keer beter rendement.


Volgende stap: ruchtbaarheid geven aan zijn initiatief. En dus typt hij vanachter zijn bureau - dat vol staat met vieze theemokken - een opiniestuk voor de website van de BBC. Uit zijn vingertoppen vloeien zinnen als: 'Gloeilampen verspillen zoveel energie dat - wanneer ze vandaag waren uitgevonden - ze waarschijnlijk nooit verkocht hadden mogen worden.' En: 'Ik heb www.banthebulb.org gelanceerd omdat ik vind dat de tijd rijp is voor de overheden van deze wereld om in te grijpen.'


De BBC plaatst zijn stuk. Het is de eerste keer dat iemand op een prominent internationaal podium pleit voor een verbod op gloeilampen. In een paar dagen ontvangt Prescott meer dan zeshonderd e-mails van lezers. De helft hoont zijn idee weg, de helft ziet er wel wat in.


Eén bericht, neutraal van toon, valt het meeste op. Ene Gerald Strickland van een club die zich de ELC noemt, nodigt hem uit voor een lunchafspraak. Prescott: 'Ik had nog nooit van de man of zijn organisatie gehoord. Dus ik googelen. En toen dacht ik: O-oooh, dat wordt geen gezellige lunch.'


ELC staat voor European Lamp Companies Federation. Strickland is er van 2002 tot 2009 secretaris-generaal en behartigt de belangen van de Europese lampenproducenten, waarvan Philips de grootste is. Met andere woorden: Strickland vertegenwoordigt een miljardenindustrie met tienduizenden werknemers. Waarom, vraagt Prescott zich af, wil een man van dat kaliber afspreken met hem: een solo opererende milieuactivist uit Oxford, die promoveert op het gedrag van bijen, een man die uit geldgebrek een appartement deelt boven een dameskledingzaak?


Maart 2006: Lunch in 'The City', het financiële centrum van Londen. Prescott bereidt zich voor op het ergste. Zijn tafelgenoot zal vast klagen over zijn initiatief. Misschien wordt hij zelfs wel agressief: handen af van onze gloeilamp! Maar het loopt totaal anders.


Prescott: 'Strickland bleek het type diplomaat te zijn, een intelligente man die zo beleefd en vriendelijk mogelijk informatie uit me probeerde te trekken. Wat de reacties op mijn opiniestuk waren? Of ik contacten had met andere milieubewegingen? Of de pasta me goed smaakte?'


Prescott stelt zelf ook vragen tijdens de lunchafspraak, die Strickland beantwoordt met cryptische zinnen. De topman van de lampenlobby noemt het idee van een gloeilampverbod 'interessant' en 'het overpeinzen waard'. Eerst denkt Prescott dat zijn tafelgenoot alleen beleefd wil zijn. Want welke industrie gaat nu vrijwillig zijn eigen product om zeep helpen?


Maar naarmate de lunch vordert en zijn gesprekspartner het gloeilampverbod voor de zoveelste keer een interessant idee noemt, bekruipt Prescott een vreemd gevoel. Zit hier eigenlijk wel de vijand tegenover hem? Of is de gloeilamprevolutie die Prescott wil ontketenen achter de schermen allang in gang gezet? Niet door een milieugroepering, maar door de industrie zelf?


Rijp voor verbod

Wat Prescott tijdens die lunch in 2006 niet weet, is dat Gerald Strickland al vier jaar eerder de instructie krijgt om de wereld rijp te maken voor een gloeilampverbod: al bij zijn aantreden als secretaris-generaal van de European Lamp Companies Federation. 'Het is een win-win-win situatie', zegt Strickland achteraf, inmiddels eigenaar van een consultancybureau in Brussel. 'Een wereld zonder gloeilampen is beter voor het milieu, beter voor de elektriciteitsrekening van de consument en ja, ook beter voor de lampenproducenten zelf.'


Want de gloeilamp - ooit het paradepaardje van de lichtindustrie - begint de fabrikanten vanaf 2002 steeds meer dwars te zitten. Verlichting is voor veel van hun klanten zoiets als een wc-borstel of een balpen, een zogeheten low awareness product. Lamp kapot? Dan ga je naar de buurtsuper voor een nieuw peertje. Je kijkt misschien even naar de prijs, maar veel meer behelst de aanschaf niet.


Met nieuwe technologieën als led willen bedrijven als Philips de consumentenmarkt voor lampen radicaal veranderen. De lamp als high awareness product, zoals mobiele telefoons en televisies. Producten waarvoor mensen bereid zijn meer geld uit te geven. Producten waarbij we een nieuw model willen, niet omdat de oude op is (leds gaan tientallen jaren mee), maar omdat we hunkeren naar een nieuw design of nieuwe technische mogelijkheden.


Nieuwe markt

Ledtechnologie maakt de weg vrij voor die nieuwe markt. De lichtbronnen zijn klein en kunnen alle kleuren van de regenboog aannemen; de perfecte ingrediënten voor lampontwerpers. Niet voor niets neemt Philips al in 2006 het Belgische bedrijf Massive over, producent van hippe armaturen (alles wat om het lampje heen zit). De meubelboulevard en de lichtspeciaalzaak; daar zien lampenproducten hun consumenten het liefst, om daar het nieuwste van het nieuwste en het duurste van het duurste te kopen.


Maar wat doen die vermaledijde consumenten? Die blijven voor een paar euro hun peertjes kopen. Uit gewoonte, uit liefde voor het brandende gloeidraadje, om zo min mogelijk af te rekenen bij de kassa. Uiteindelijk, zo is de vaste overtuiging van de lampenproducenten, zal iedereen overstappen op de energiezuinige lichtbronnen waarin de fabrikanten zwaar hebben geïnvesteerd. Maar een gloeilampverbod mag dat proces best een beetje versnellen.


Strickland, vloeiend in vier talen, omschrijft zichzelf op zijn linkedin-pagina als 'highly skilled at relation cultivation, influencing, and key stakeholder engagement to build global networks that drive change.'


De tijdgeest is zijn belangrijkste handlanger. 2007: het jaar waarin Al Gores klimaatfilm An Inconvenient Thruth een Oscar wint, het jaar waarin Duitsland het EU-voorzitterschap krijgt en pleit voor drastische terugname van het energieverbruik, het jaar waarin Australië als een van de eerste landen aankondigt de gloeilamp uit te bannen.


Thuis in zijn kamer in Oxford, waar hij fanatiek doorblogt op banthebulb.org, kijkt activist Matt Prescott vol verbazing naar de televisie, waar steeds meer politici zich fan van de spaarlamp verklaren. 'Dat was revolutionair. Voorheen vonden politici het totaal niet sexy om zich te bemoeien met de aankoopbeslissingen van de huisvrouw.'


Politici voor, fabrikanten voor, milieuorganisaties voor. Het is een unieke situatie waardoor ook in Brusselse vergaderkamers het gloeilampverbod in recordtijd wordt beklonken. Tussen de afronding van de voorstudie tot het officiële politieke besluit zit amper een jaar, wat bijzonder snel is voor Europese milieuwetgeving. Ter vergelijking: de wettelijke voorschriften voor zuinigere cv-ketels laten nu al meer dan vierenhalf jaar op zich wachten.


Halogeen

Wel wordt er in Brussel gesteggeld over een ander type lamp, de halogeen.


'Wij hadden die het liefst net zo snel uit de handel gehaald', zegt Edouard Toulouse van ECOS, een organisatie die namens 26 Europese ngo's lobbyt voor afspraken over zuinigere apparaten. 'Halogeenlampen verbruiken na de gloeilamp de meeste energie. Maar lichtfabrikanten als Philips hadden veel geld in de ontwikkeling van die technologie gestopt en wilden een verbod niet eerder dan 2016. Daar hield het progressieve denken op en gold weer de oude wet: eerst return on investment, dan het milieu.'


Strickland van de European Lamp Companies Federation ziet het anders: 'Tegelijkertijd én de gloeilamp én de halogeen verbieden, zou een te grote klap zijn geweest voor consumenten. Het verzet tegen het verbod was dan heftiger geweest.'


Eind 2008: de Europese Unie besluit de gloeilamp in etappes te verbieden, te beginnen met de grootste energieslurpers. Per 1 september 2012 mogen winkels helemaal geen gloeilampen meer inkopen. Het gloeilampverbod wordt door Brussel onderbouwd met tot de verbeelding sprekende getallen. 50 euro! (De minimale jaarlijkse besparing voor een huishouden dat overstapt op spaarlampen.) 40 miljard kilowattuur! (De energiebesparing voor Europa, een hoeveelheid die overeen komt met het totale energiegebruik van Roemenië.)


Koud licht

Maar met getallen bouw je geen gezellige sfeer in de woonkamer. 'Zelfs de modernste ledlamp kan niet tippen aan de lichtkwaliteit van een gloeilamp', zegt lichtontwerper Bart Froeling.


Voor Froeling is een gloeilamp als de zon: het hete, wolfraam draadje straalt alle kleuren van het lichtspectrum uit. Als je een gloeilamp dimt, gaat het blauwe eruit en neemt een vuurachtig rood het over, net als bij een zonsondergang. 'Spaarlampen en leds kunnen door hun technologie niet dat hele spectrum pakken. Daarom blijven ze aanvoelen als TL-lampen: koud, onpersoonlijk, synthetisch.'


In de zomer van 2009 begint Froeling het actiecomité Spaar de Gloeilamp. Zijn medestanders zijn onder meer collega-lichtontwerpers, interieurarchitecten en een patiëntenvereniging met zorgen over de straling van energiezuinige lampen. Vergeleken met de voorstanders van het gloeilampverbod - milieuorganisaties en lampenfabrikanten met professionele lobbyisten in Brussel - is het verzet versnipperd en slecht georganiseerd. Bovendien komt het laat op gang, pas nadat het gloeilampverbod door het Europees Parlement is goedgekeurd.


Froeling vindt dat er in Brussel nooit serieus naar argumenten van gloeilampliefhebbers is geluisterd. 'Toen ik in de media voor het eerst van het gloeilampverbod hoorde, was de wet er al bijna doorheen. Lichtontwerpers worden voor een voldongen feit geplaatst. Pats, boem, gloeilamp weg. Alsof je tegen een schilder zegt dat hij geen rood meer mag gebruiken.'


Het zijn dit soort argumenten waardoor sommige politici alsnog zijn gaan twijfelen over het gloeilampverbod. Bijvoorbeeld D66-kamerlid Boris van der Ham, die in maart 2007 nog samen met GroenLinks een motie indiende om de gloeilamp te verbieden. Later krijgt hij spijt.


'Ik voel me misleid door de Philips-lobby, die de voordelen van het verbod te rooskleurig presenteerde', zegt hij nu. 'Zo verzweeg Philips dat de overtollige warmte die gloeilampen produceren soms ook nuttig is. In een huis met brandende gloeilampen kan de kachel lager. Aan de andere kant kun je het een bedrijf ook niet kwalijk nemen dat het opkomt voor zijn belangen. Tegen Greenpeace zeg je ook niet: nou, nou, jullie zijn wel erg voor het milieu zeg.'


De meeste politici staan echter nog steeds achter het gloeilampverbod. 'Dat gloeilampen fantastische kachels zouden zijn, vind ik zo'n kulargument', zegt europarlementariër Bas Eickhout van GroenLinks. 'Ik weet niet waar Van der Ham zijn lampen heeft hangen, maar bij mij hangen ze aan het plafond. Warme lucht stijgt op, dus de uitgestraalde warmte van gloeilampen - die sowieso al marginaal is - heeft voor jou in je woonkamer geen enkel waarneembaar effect.'


Aan de andere kant van de Noordzee mengt bioloog Prescott zich via zijn blog in vergelijkbare discussies. Hij is nu 40 jaar, voert nog steeds actie voor energiebesparingen en woont nog steeds uit geldnood in andermans reservekamer. Het gloeilampverbod toont voor hem aan dat cynici ongelijk hebben en dat ingrijpende milieumaatregelen wel degelijk snel realiseerbaar zijn.


Complot

Aan de vooravond van het verbod, nu mensen beseffen dat ze echt afscheid moeten nemen van hun vertrouwde verlichting, ontvangt Prescott weer fellere reacties van tegenstanders. Het is allemaal één groot complot, schrijven sommigen woedend, en ze zien Prescott als de grote aanstichter.


Doodsbedreigingen en beledigingen negeert hij. Maar in alle andere gevallen stuurt hij een bericht terug en gaat gerust een lange mailwisseling aan, met vele zijpaden. Zo wond een man zich in zijn eerste reactie op over het gloeilampverbod, om even later leeg te lopen over de moeizame jeugd met zijn bazige vader.


Volgens Prescott niet eens zo'n vreemde overgang: 'Een autoriteit die je vertelt dat je iets niet meer mag doen, dat is waar een verbod in de kern op neerkomt. Milieumaatregelen zoals deze gaan over opvoeden, over grenzen stellen. En dat is voor veel mensen een héél gevoelig onderwerp.'


GLOEILAMP

Aanschafprijs


circa 1-2 euro


Rendement (Percentage van de elektriciteit dat wordt omgezet in licht. Het resterende deel gaat verloren als warmte.)


5-10 %


Levensduur (Bij een gebruik van drie uur per dag.)


circa 1 jaar


Bijzonderheden


verboden vanaf 1 september 2012 in de Europese Unie. Winkels mogen nog wel hun restvoorraad verkopen.


HALOGEEN

Aanschafprijs


2-5 euro


Rendement


15-30 %


Levensduur


circa 2 jaar


Bijzonderheden


veel typen verboden vanaf 2016 wegens het lage rendement


SPAARLAMP

Aanschafprijs


5-10 euro


Rendement


circa 40 %


Levensduur


8 - 12 jaar


LED

Aanschafprijs


10 - 40 euro


Rendement


circa 50 %


Levensduur


10 - 25 jaar


rekenvoorbeeld


GLOEILAMP VS LED-LAMP

Wie 1 gloeilamp (40 watt) 3 uur per dag laat branden, betaalt daarvoor circa 10 euro per jaar aan stroom.


Een led-lamp kost onder vergelijkbare omstandigheden circa 2 euro per jaar aan stroom.


Jaarlijkse besparing bij vervanging van 1 gloeilamp door 1 led-lamp: 8 euro, exclusief de aanschafkosten van de lamp.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden