De labyrinten van het geloof

DE HELE betekenisontwikkeling, een labyrint van interpretaties en symbolen, ligt in de oorsprong. Daedalus bouwt op Kreta een labyrint waarin de Minotaurus wordt opgesloten....

Daedalus was een kunstenaar (zijn naam betekent trouwens 'kunstvaardig'). Hij bouwde in Knossos een dansvloer voor Ariadne en hij bedacht de vleugels van was waarmee hij en zijn zoon Ikaros aan de gevangenschap door koning Minos ontkwamen. (De vleugels van Ikaros smolten, zoals men weet, en hij plonsde in zee.)

Labyrint en dansvloer, ze zouden ééns samen gaan vallen. Met de dood van het monster en met de draad van Ariadne verloor het labyrint zijn onderwereld- en doodskarakter. Het verloor daarmee ook aan betekenis. De labyrinten die de Romeinen vaak voor de ingang van hun huis aanlegden, vierkant, naar het veronderstelde model uit Kreta, dienden als bescherming tegen boze geesten of andere indringers. Ook graven werden door labyrinten beschermd. De onderwereldgedachte is hier nog aanwezig: wie hier ingaat, betreedt het dodenrijk.

De bekoring en dreiging van het labyrint is ook zijn oninneembaarheid. Het kan daardoor beeld worden van de ideale stad, de versterking die niemand kon veroveren. Het labyrint kan ten kwade en ten goede worden geïnterpreteerd. Met die dubbelzinnigheid zal het zijn plaats in de christelijke cultuur krijgen. Het labyrint zal worden gekerstend (als bijna de hele antieke wereld) met een vermogen tot symbolisering - die schitterende manier van toeëigening - dat even uniek is als overdadig. Uit de christelijke oudheid zijn maar een paar labyrinten overgeleverd, in kerken in Noord-Afrika. In de Middeleeuwen worden zij zeer talrijk, met name in Frankrijk en Italië. Het hoogfeest van de symbolisering begint.

Wie door het westportaal de kathedraal van Chartres binnengaat (zoals het theologisch hoort!), zoekt in de kleurenschemer vrijwel meteen de ruimte en het oosten. De as van de kerk richt de blik. Maar voor zijn voeten ligt het grootste kerklabyrint uit de geschiedenis: elf concentrische cirkels, geen vertakkingen dus) met een rozet in het hart ervan. De doorsnee is 12,85 meter. (In het Frans heet het labyrint dédale, de schepper leeft voort in zijn schepping.)

Eens lag in het hart een koperen medaillon; het verdween in 1792; erop stond Theseus in gevecht met de Minotaurus afgebeeld. De oorsprong werd niet verloochend. De rozet, die alleen voorkomt in het labyrint van Chartres, komt uit de familie van de sterrensymbolen, verwijzend naar de hemelse natuur van de goden; het symbool werd gekerstend: dat van de ene hemelse god. Maar ook - tweede betekenis - dat van het kruis. Dat kruis wordt ook, heel kunstig, in de onderbrekingen van de cirkels zichtbaar.

Het westen is het gebied van de dood en van het kwaad, het oosten van leven en zondeloosheid. De kerkas leidt van de zondige wereld naar God en de hemel. De kerkgang is de levensgang. Het labyrint hoort in het westen. Daarmee wordt een algemene betekenis zichtbaar: het labyrint is beeld van het leven en de wereld, de plaats van doling. Het hart ervan is dubbelzinnig: men overwint er het kwaad, maar men vindt er ook God. In de overwinning op het kwaad sterft de oude, zondige mens, hij wordt herboren. En langs dezelfde weg als waarlangs hij kwam, verlaat hij het labyrint, op weg naar het oosten!

Deze symbolisering van het leven van de gelovige (het labyrint lag in de kerk vaak niet ver van de doopvont, die plaats van hergeboorte) zou natuurlijk onmogelijk zijn geweest zonder het voorbeeld van Christus. Dat Christus, die de satan overwon door zijn dood, de nieuwe Theseus werd, zal duidelijk zijn. Op Jezus' dood volgt de hergeboorte van de verrijzenis. Het kan niet op. Na zijn dood daalde Christus neer ter helle, zoals het heet. Om de onverlosten van de oude tijd, vanaf Adam, uit de onderwereld te verlossen. Het labyrint werd ook die onderwereld; de afdaling werd zichtbaar in de cirkels.

Christus doodt Satan; van de christen wordt hetzelfde verwacht. Hij wordt een strijder. De strijdende ridder te paard wordt het archetype van de christen. Zijn levensreis is een pelgrimage. Christus werd een Theseus, de christen ook. Zo werd uiteraard de middeleeuwse riddercultuur via symbolisering ook gekerstend.

Heel veel interpretaties van het kerk labyrint hebben te maken met Christus' dood en verrijzenis. Rond de grote cirkel in het westen speelden zich dan ook rond Pasen kerkelijke plechtigheden af. Waarbij de hele kerstening van het joodse paasfeest, de verlossing uit Egypte en de tocht door de Rode Zee meespeelden, met uiteraard Mozes, die voorafbeelding van Christus, als een van de hoofdfiguren. De symbolenwoekering in en rond het labyrint, met hun overigens theologische logica, is haast duizelingwekkend. Maar misschien het allerongewoonste is dat de kanunniken en vertegenwoordigers van de lagere orden van de kerk op eerste paasdag op het labyrint vreugdedansen uitvoerden, waarbij ze elkaar een bal toegooiden.

De plezierige plechtigheid is vanuit Auxerre overgeleverd, met de - Latijnse - teksten die men erbij zong. Wellicht dat de dansvloer voor Ariadne in de kathedraal nog zichtbaar wordt. (De allermoooiste en onwaarschijnlijkste veronderstelling is dat de rondedans gestalte gaf aan het labyrint. Het labyrint is dan de versteende gestalte van de rondedans.)

Een van de meest wezenlijke zaken lijkt deze: dood en wedergeboorte vallen samen, het einde en het nieuwe begin, in het leven van Christus en van de christen, zoals ingang en uitgang van het labyrint samenvallen. De gedachte 'In mijn begin is mijn einde en in mijn einde mijn begin' komt al vroeg op. Daarmee werd de cirkelgang van het bestaan verwoord. Christus kwam uit het paradijs op aarde, stierf en keerde terug naar het paradijs. De cirkel, die geen begin en geen eind kent, is uiteraard ook symbool van Gods volmaaktheid en eeuwigheid.

MET DE REFORMATIE krijgt ook het labyrint een privé-karakter, met name in embleemboeken. Ook in de Franse en Italiaanse kerken verdwijnt geleidelijk de oversymbolisering ervan. In de achttiende eeuw laten verlichte geestelijken het verdwijnen, ook doordat het labyrint een speelplaats was geworden. Het grote symbool van de kern van het geloof werd entertainment. Maar in de laatste decennia heeft het labyrint, onder invloed van de New Age-ideologie weer betekenis gekregen, vooral in Amerika, zij het ontkerstend: de cirkelgang heeft een therapeutisch karakter gekregen.

Die herleving moet de Amerikaanse muziekhistoricus en hoogleraar in Yale, Craig Wright, ertoe hebben gebracht de geschiedenis van het labyrint te onderzoeken. Het resultaat is de werkelijk meesterlijke studie The Maze and the Warrior - Symbols in Architecture, Theology, and Music. De 'bloeitijd' van het labyrint, de Middeleeuwen, staat centraal. De keuze van het labyrint is bijna geniaal: de hele middeleeuwse theologie kan erin zichtbaar worden gemaakt, maar vooral ook de symbolische wijze van denken van de middeleeuwse cultuur. Juist die symboliek werkte centraliserend; met vernuft kon in het symbool alles worden ondergebracht, het vele tot één gemaakt, de 'domus Daedali' tot 'domus Dei'. Dat Wrights boek voor het grootste deel ook een superieure studie over de Middeleeuwen is, zal duidelijk zijn.

De muziek speelt ook mee. De auteur vindt in de middeleeuwse muziek veel retrograden, die een labyrintisch karakter lijken te hebben. Zijn mooiste vondst lijkt mij de aanwezigheid van het strijdende ridder-motief, voortkomend uit een middeleeuws wereldlijk lied, als herkenningsmelodie in vele missen. Over de muziekgedeelten, met notenbeelden toegelicht, kan ik mij helaas geen oordeel vormen. Ze moeten wel bijzonder goed zijn. Alle andere delen, die buiten het vakgebied van de auteur liggen, zijn namelijk schitterend, ook in de ordening van al die symbolische interpretaties, die hoogste vormen van gelovige gekunsteldheid.

Ik heb niet meer dan een schematische indruk van het rijke boek kunnen geven. Natuurlijk spelen ook de kruistochten, met Jeruzalem en het hemelse Jeruzalem als dubbel eindpunt, een rol in het verhaal over de strijdende ridder, die zich weer spiegelde aan Hercules, die op zijn beurt de symbolische gestalte van Christus werd. Het boek loopt over.

De Engelse taal heeft maze en labyrinth als gelijkwaardige woorden. Wij hebben labyrint en doolhof. Maar de laatste is een buiten-labyrint, vaak uit heggen gevormd, dat geen ander doel heeft dan het plezier in en de gespeelde angst voor verdwalen. Het labyrint in de tuinen van Hampton Court is een van de alleroudste. Het is betekenisloos. Maar dat zijn de labyrinten in de kerken, die plattegronden van doolhoven, nu ook. Ze zijn kunst geworden. Velen lopen en kijken erover heen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden